Wie veel naar sport kijkt, kijkt ook veel naar het weer. Ik heb het uiteraard over onoverdekte sporten, niet over sporten die zich in een klimaat van drankjes en sigarenrook afspelen, zoals darts en biljart, of in kleurloze hallen, zoals ritmische gymnastiek of ijsdansen. Het thans vrijwel geheel bedekte schaatsen vormt een uitzondering, omdat commentatoren graag iets over de luchtdruk opmerken, om ons eraan te herinneren dat het in goede oude tijden eigenlijk een buitensport was.
Goed, de echte buitensporten dus. Neem nu de Australian Open. Terwijl in Nederland een loden luchtje de werkweek opende keek ik naar luchtig geklede meisjes die als vlinders rond het net fladderden. Ja, dacht ik, zomer! Over naar het skiƫn, bij uitstek een sport om het weer bij te bekijken. Ik geloof helemaal niet dat Nederlanders zo dol zijn op de wedstrijdlatten, ze dromen er voornamelijk van in een aangenaam winterlandschap te verkeren. Ook de autorally Parijs-Dakar heeft een mooie meteorologische uitstraling: woestijn, stofwolken, Afrikaanse lucht. Tijd om eens naar de Serengeti te reizen.
Marathons en wielerwedstrijden willen nog wel eens in waardeloos weer verlopen en ook dat betekent iets: fietsen en lopen doen we zelf ook, weer of geen weer. Dat het bij tennis en golf vrijwel altijd mooi weer is draagt ongetwijfeld bij tot de beeldvorming van chique sporten voor een bevoorrechte kaste. En dat veldrijden een sport voor het volk is blijkt uit het feit dat ook de toeschouwers er nat en vies van worden. Zelf zit ik graag indoor te kijken in een geklimatiseerde ruimte. Want de huismus weet van zon noch regen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.