De Verdieping besteedt deze maand extra aandacht aan de problemen van onderwijsgevenden. Op deze pagina komen ze zelf aan het woord. Aflevering 2: Opgestookt op het hellevuur.
,,Je hebt iets met onderwijs'', zei het outplacementbureau tegen Justus Peters. Ook collega's op het regionaal opleidingencentrum (roc) waar hij als coach in het laboratorium mbo-leerlingen bijstond, vertelden hem dat hij het in zich had. ,,Ik gaf volleybaltraining aan jongeren, ik verving af en toe zieke docenten op het roc, ik was er vertrouwenspersoon. Ik heb er zeker affiniteit mee.''
Peters (44), hts'er van origine, zit thuis. Afgebrand, opgestookt op het hellevuur van de ontembare klas. Twee jaar geleden oriënteerde hij zich op een 'echte' onderwijsbaan. Daarvoor volgde hij, in den beginne, het pad van de zij-instroom. De eerste beoordelingsgesprekken op de plaatselijke lerarenopleiding verliepen gunstig. De zomer van 2000 brak aan. Na de vakantie zou hij het 'assessment', onderdeel van de voorbereiding op het lesgeven, voortzetten. Hij kreeg een tip. Op de Zaanlandse openbare scholengemeenschap zochten ze een wiskundeleraar.
De vooruitzichten op het roc waren somber, door een teruglopend aantal leerlingen en financiële problemen. Hij nam de baan op het Zaanlands aan. ,,Achteraf'', zegt Peters, ,,had ik zorgvuldiger en geduldiger moeten zijn, meer naar mezelf moeten kijken.'' Zijn plek werd het vmbo, eerste en tweede klassen. ,,Ik ben eraan kapotgegaan.''
Peters herkende niets terug van de brave mbo'ers op het roc. ,,Er heerste volledige ordeloosheid. Ik ben niet op mijn mondje gevallen, maar tegen dat geschreeuw was ik niet opgewassen. Even iets rustig vragen was er niet bij. Er zeilde van alles door de lucht; gummetjes, passers. Vooral in de tweede klas voelde ik een enorme weerstand, vijandigheid zelfs.''
Hij oefende zich suf op de namen (een stuk of 200) want dat lag erg gevoelig, had hij gemerkt. 'Hij heet HENRI, meester!', brulden ze als hij zich vergiste.
Eenmaal alleen vielen de leerlingen mee. ,,Als ik er een uitstuurde en na de les apart nam, dan kon ik er wel mee praten. Maar op een gegeven moment stond er een hele groep op de gang, uit solidariteit met hun klasgenoot.''
Het meest ontnuchterend, vond Peters, was dat hij zijn redelijkheid verloor, zijn geduld, alle waarden waar hij tot dan toe in geloofde. Als hij al de slaap kon vatten, kreeg hij nachtmerries van schreeuwende pubers. Uitgeput en onder de kalmeringsmiddelen kwam hij op school. ,,Ik dacht: ik red de herfstvakantie nog wel, dan kan ik een weekje uitrusten en daarna gaat het vast beter. Het zit niet in mijn aard om zomaar te stoppen.''
Hij redde het niet. Er knapte iets toen een vriend zei: kappen, Justus, het is op. Peters belde de school en meldde zich ziek. Daarna ging het iets beter, maar uiteindelijk stortte hij in. Weg gedrevenheid, weg zelfrespect, weg zelfvertrouwen. Peters werd depressief en kwam in de wao terecht.
Nu beseft hij dat het anders had kunnen lopen. Als iemand, een coach, een collega, een personeelsfunctionaris hem maar had verteld wat hij kon verwachten op het vmbo. ,,Later pas verschenen die stukken daarover in de krant.'' En was er maar steun geweest. In de docentenkamer deden collega's of hun neus bloedde. ,,Er was een machosfeer, vooral bij de directie: mouwen opstropen jongens, niet zeuren en doorgaan!''
Uitwisseling over de wiskunde-methode, die hij veel te moeilijk vond voor zijn leerlingen, was geen gewoonte. ,,Er komt een enthousiasteling langs'', beschrijft hij de mentaliteit op school, ,,we vertellen hem niks en we zetten hem voor de klas. Blijft ie drijven dan drijft ie, gaat hij verdrinken, dan verdrinkt ie.'' Op het havo of vwo had hij meer kans gehad, denkt Peters. Maar hij probeert het niet nog een keer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.