Met stijgende verbazing volg ik het huidige debat over het integratiebeleid. Het gevoerde integratiebeleid van de afgelopen jaren heeft tot segregatie geleid, is de teneur.
Als hoofdschuldige daarvoor wordt de PvdA aangewezen. Ik zal niet ontkennen dat door de PvdA veel fouten gemaakt zijn. Toch is het me iets te eenvoudig alle schuld bij deze partij te leggen. Ook de VVD en vooral het CDA hebben daaraan bijgedragen. Daarin krachtig gesteund door de beroepsgroep waartoe ik zelf behoorde: het pastoraat in de oude wijken.
Een correctie is zeker nodig, maar het is te makkelijk om het minderhedenbeleid nu opeens als mislukt te beschouwen. Alle stoere, krachtige en flinke retoriek van heden zal de gewenste integratie niet dichterbij brengen. Ik heb nog geen enkele nieuwe aanpak gehoord die ook al niet in het verleden geprobeerd is. De politici en de ambtenaren die ik gedurende vele jaren meegemaakt heb, waren stuk voor stuk oprechte en bewogen mensen. Met grote creativiteit hebben zij geprobeerd de complexe vragen aan te pakken, met gevoel voor wat in de Nederlandse samenleving mogelijk was, maar ook met gevoel voor degenen om wie het ging: de migranten.
Een voorbeeld is het begin jaren zeventig door de gemeente Rotterdam ontwikkelde spreidingsbeleid voor allochtonen. De Raad van State verwierp dat. Met het spreidingsbeleid wilde de gemeente en de toenmalige PvdA-wethouders de integratie van de 'gastarbeiders' bevorderen. Integratie was toen het allesoverheersende beleidsconcept.
Ook in de jaren tachtig was dat zo. In 1985 schreef de toenmalige PvdA-wethouder Simons in een minderhedennota: 'Ons beleid is primair gericht op integratie'. Simons wilde de categoriale aanpak -subsidies alleen voor allochtonen- slechts tijdelijk toestaan, bijvoorbeeld om migranten te bereiken. Zo werden activiteiten ook beoordeeld. Om die reden mochten fietslessen niet. Toen de macht overging naar CDA en VVD werd door subsidieaanvragers met succes een beroep gedaan op 'soevereiniteit in eigen kring'. De controle of activiteiten wel tot integratie leidden, nam af.
Het is dus onjuist als de PvdA het verwijt krijgt dat het beleid slechts tot segregatie heeft geleid. Evenzeer is het nonsens als nu gesuggereerd wordt dat de druk op allochtonen om te integreren onvoldoende geweest is. Nu al meer dan dertig jaar horen zij dagelijks in de politiek en op straat dat zij zich moeten aanpassen. In gesprekken met hen en hun kinderen heb ik gehoord tot wat voor enorme spanningen dat in hun gezinnen geleid heeft. Maar wat zij ook deden, het was nooit voldoende. In een voor hen vreemde en vaak ook bedreigende omgeving probeerden zij iets van hun leven en dat van hun kinderen te maken. De belangstelling daarvoor vanuit de Nederlandse samenleving was uiterst gering. Het is ergerlijk als gezegd wordt dat aandacht vragen hiervoor de slachtofferrol van migranten versterkt. Alsof zij geen slachtoffer zijn. Een hele generatie is kapotgemaakt, en we weten dat dat tot in het derde en vierde geslacht kan doorwerken. En opnieuw krijgen zij de schuld van het niet gelukte integratieproces.
Zonder het verstaan van deze pijn zal integratie niet tot stand komen. Om die reden houd ik toch nog even vast aan de uitgangspunten van het huidige, nu zo gewraakte beleid. Het is ontstaan in een jarenlange confrontatie met een weerbarstige werkelijkheid. Integratie vraagt veel geduld, dat is de les die wij daaruit kunnen trekken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.