*

 

Links rechts

door Frits Bienfait − 04/01/03, 00:00

'Rechts' en 'links' lijken te zweven over het politieke landschap als de geest Gods over de wateren: alom aanwezig maar ongrijpbaar, steeds aangeroepen maar in diepste wezen ongekend, en al heel vaak dood verklaard maar toch steeds onverstoorbaar heersend. Hoe komt het dat iedereen met gemak weet welk politiek idee 'links' of 'rechts' is, terwijl niemand die begrippen behoorlijk kan definiëren? En waarom beschouwt links zichzelf als moreel superieur?

De geboorte van links en rechts wordt gewoonlijk gesitueerd in Frankrijk, in de zomer van 1789. Lodewijk XVI had de Staten-Generaal bijeengeroepen in Versailles vanwege ernstige geldnood. De vorige zitting was in 1614 geweest, waaruit wel blijkt dat de situatie ernstig was. Maar in de tussenliggende anderhalve eeuw was de Verlichting opgekomen, waarmee ook het instituut van een standsgewijze volksvertegenwoordiging (geestelijkheid, adel, hogere burgerij) ter discussie werd gesteld. Onhandig gedrag van de koning stimuleerde de debatten. Door ernstige onenigheid tussen het hof en de architect over vorm en vooral formaat van het baldakijn van waaronder de koning de vergadering zou voorzitten, werd de openingszitting op het laatste moment ruim een week uitgesteld. Al die tijd moesten de meer dan duizend vertegenwoordigers, uit heel Frankrijk toegestroomd, zich maar behelpen, en het laat zich denken wat er in die week allemaal is besproken in de Parijse herbergen en café's.

Nauwelijks een maand na de eerste zitting resulteerde de gang van zaken in de vergaderzaal, en daarbuiten, in de befaamde Eed in de Kaatsbaan, waarbij de aanwezige vertegenwoordigers plechtig verklaarden voortaan niet meer voor hun stand, maar voor het Volk te spreken. De Staten-Generaal werden omgedoopt tot Assemblée Nationale. Men bleef vergaderen in de Salle des Menus Plaisirs, waar de vertegenwoordigers, bevrijd van hun standsgewijze plaatsindeling, nu konden zitten waar ze wilden. Bij de belangrijke stemming op 11 september over een vetorecht van de koning bleken de voorstanders van het koninklijk prerogatief zich overwegend rechts en de tegenstanders zich links van de voorzitter te bevinden.

Dit ogenblik wordt door de meeste geschiedschrijvers aangehouden als de geboorte van de politieke links-rechts polariteit, die daarna zou uitwaaieren naar alle moderne democratieën.

Verklaart dit waarom iedereen tegenwoordig zo gemakkelijk weet wat links en rechts is in de politiek? Natuurlijk niet. Het is niet waarschijnlijk dat de lezer van de krant van vandaag een duidelijk beeld heeft van de strijdpunten in de Salle des Menus Plaisirs, twee eeuwen geleden; laat staan dat hij die als ijkpunt gebruikt om te bepalen of kernenergie een voorkeur van rechts of van links is.

Sindsdien hebben politicologen zich afgebeuld om een universele grondslag voor de links-rechts polariteit te vinden, van waaruit voor alle bekende strijdpunten een logische plaats op de schaal van links en rechts zou volgen. Bijvoorbeeld: revolutie versus de bestaande orde; vrijheid tegenover dictatuur; onderdrukten tegenover machthebbers; arbeiders en intellectuelen tegenover boeren en kapitaal; gerechtigheid tegenover kapitaal; wetenschap en vooruitgang tegenover obscurantisme en behoudzucht; enzovoort.

Maar geen van deze tegenstellingen verklaarde alle vormen van links en rechts in de politiek. Als ze in het ene geval klopten, dan was het in een ander geval net andersom. Was de Sovjetunie links? Of waren het juist de dissidenten? Zijn de arbeiders links? Wordt kernenergie, toonbeeld van wetenschap en vooruitgang, gekoesterd door links? En staat rechts pal voor behoud van natuur en milieu? De politieke issues blijken op de links-rechts as heen en weer te springen, al naar gelang de plaats en de tijd.

Ook de geraffineerde overwegingen van de politicologen zullen de gemiddelde krantenlezer niet of nauwelijks bekend zijn, en het is dus niet erg aannemelijk dat ze een rol spelen wanneer hij de ideeën van Marijnissen of Nawijn op de links-rechts schaal plaatst. Toch is er kennelijk een instrument dat hem in staat stelt te weten wat links en rechts is. Dat instrument moet voldoen aan twee eisen: er is geen bijzondere scholing voor nodig om het te kunnen toepassen en het geeft voor iedereen grosso modo dezelfde uitkomst. Zo'n instrument is de taal.

Men neme de grote Van Dale. Daar staat bij links, behalve 'zich bevindend aan de linkerzijde': onhandig, lomp, schuins, onvriendelijk, vals, bedrieglijk. Bedenken we dat 'links' is afgeleid van 'link' en kijken we daar: gevaarlijk, slim, glad. Bij rechts niets dat afwijkt van 'aan de rechterzijde', maar bij recht: 'op rechte wegen gaan', zich niet met slinkse streken ophouden, 'de rechte weg is de beste', eerlijk duurt het langst. 'Recht' als zelfstandig naamwoord: gerechtigheid, billijkheid. Dit alles geldt ook in het Duits, Frans, Engels, Grieks, Latijn. Recht(s) staat steeds voor degelijk, veilig, en link(s) voor bedriegelijk, gevaarlijk, tot ziek, homoseksueel, krankzinnig aan toe. Voor deze indeling bestaat geen evidente logica. Wat is de oorzaak van dit merkwaardige verschijnsel?

Rond de vorige eeuwwisseling hadden de Europese koloniale mogendheden hun maximale expansie bereikt. Legerofficieren, artsen, zendelingen en missionarissen met belangstelling voor de volken waartussen ze verbleven hadden hun waarnemingen op schrift gesteld. Op grond hiervan gaf de Franse socioloog Robert Hertz in 1909 een overzicht van de wijze waarop verschillende culturen belangrijke aspecten van hun universum onderbrengen in twee sferen. De indeling van de verschillende noties en symbolen vertoonde in ver uiteenliggende delen van de wereld een frappante gelijkenis. Rechts wordt steeds geplaatst in de sfeer met elementen als mannelijk, licht, kracht, leven, stabiliteit, orde, zekerheid, veiligheid, hiërarchie, traditie. Links hoort bij de tegenoverliggende sfeer, met elementen als vrouwelijk, nacht, zwakte, dood, gevaar, omverwerping, het nieuwe, het informele.

De indeling van het universum in twee sferen kon zich uiten in de vormgeving van rituele handelingen, omgangsvormen, tradities en gewoonten. De tegenstelling links-rechts was hiervoor een bruikbaar instrument. Rechts maakte deel uit van de sfeer waarin ook het sterke, mannelijke huist - logisch, want de meeste mensen zijn rechtshandig; links behoorde dus tot de sfeer van het zwakke, vrouwelijke. De koning plaatst rechts van zich zijn sterkste krijger, de vertrouweling, zijn 'rechterhand'. Men eet met de rechterhand, niet met de linker (geassocieerd met verval, ziekte en dood) die goed is om zijn achterste af te vegen. De medicijnman legt zijn toverstaf op de linkerschouder van de patiënt, zegt: 'ziekte ga heen, treurnis ga heen, onvruchtbaarheid ga heen', en legt de staf op de rechterschouder: 'kome rijkdom, kome kinderen, kome lang leven, kome al het goede'. Zoals iedereen weet komen de jongetjes uit de rechtertestikel, de meisjes uit de linker (Hippocrates).

Hier ligt de oorzaak van de zo wonderlijk lijkende secundaire betekenissen van links en rechts in onze taal, onze gewoonten en tradities ('geef het goede handje'). En het is via diezelfde taal en gewoonten dat wij die oude tegenstelling nog steeds van generatie op generatie overdragen en levend houden, zodat wij er ook onze politieke ideeën in kunnen onderbrengen.

Net als in al die beschreven culturen staat Rechts voor dat wat thuishoort in de huidige wereld, wat het voortbestaan ervan lijkt te bevorderen, en wel in de eerste plaats van onszelf, ons gezin en onze gemeenschap. Het bestaande Recht dus, niet voor niets zo geheten, het handhaven van de orde, met politie en leger. Ook handel en industrie, die voor onze economie en dus voor ons brood zorgen. Vertrouwen in kracht en wat zich bewezen heeft. En wantrouwen tegen vreemdelingen die de orde zouden kunnen verstoren, en tegen ideeën die de huidige ordening in de samenleving omver zouden kunnen werpen: je weet wat je hebt, maar niet wat je krijgt. Dat is de dreiging van Links.

Links staat voor het alternatief, dat door zijn zwakheid niet aan de macht heeft kunnen komen, dat van de (nachtelijke) droom, die ons belooft te bevrijden van de lasten van de dagelijkse worsteling om het uit te houden in deze wereld. Het is in de politiek de kant die gekozen wordt door degenen die niet aan hun trekken komen, en door wie zich met hen vereenzelvigen. Wat Recht wordt genoemd, houden zij voor Onrecht. Niet deze wereld, maar een betere is het streven van Links.

We kunnen nu zien hoe onderwerpen als 'kernenergie' en 'milieu' terecht konden komen bij politiek rechts en links. Kernenergie is een moderne, wetenschappelijke oplossing van het probleem hoe energie te maken zonder de kooldioxideconcentratie in de atmosfeer te verhogen. In de optimistische 19de eeuw waren 'wetenschap en technologie' nog favoriet bij links. Zij zouden ons helpen op weg naar een betere maatschappij. Maar sindsdien zijn ze die ereplaats geleidelijk kwijtgeraakt. De wetenschap is verantwoordelijk voor het maken van de atoombom en heeft een alliantie gesloten met grote bedrijven als Philips en Shell, die gezien worden als dienaren van de heersende machten. Kernenergie, verwant met de atoombom, wordt gepropageerd door technici en het grote bedrijfsleven. Door rechts dus.

Behoud van natuur en milieu zou goed moeten passen in de behoudende rechtse sfeer. Natuurbehoud wordt nu echter veelal gezien als een strijd tegen de heersende macht van industrie en economie, een formidabel bastion van rechts. De natuur wordt daartegenover ervaren als zwak en hulpbehoevend, en in haar wanhopige strijd tegen de bedreigingen van rechts vindt zij haar bondgenoten automatisch in het linkse kamp. Zij biedt bovendien een romantisch alternatief voor de huidige verwetenschappelijkte samenleving: genoeg om liefdevol te worden omarmd door Links.

Uit deze voorbeelden blijkt dat niet de objectieve kwaliteit van een verschijnsel belangrijk is, maar hoe die wordt aangevoeld. In de politiek gaat het immers om wat wij willen, en dat wordt nu eenmaal sterker bepaald door driften en emoties dan door de ratio. Bovendien blijkt dat wat in de ene periode favoriet is bij links, in een andere tijd kan worden gekoesterd door rechts. De traditionele definities van links en rechts kunnen dit niet verklaren.

In de Van Dale en in vele culturen staat rechts steevast voor 'gunstig' en 'het goede' en links voor 'ongunstig' en 'het kwade'. Veel hedendaagse Nederlanders zal dit onaangenaam treffen. Zij zijn er immers van overtuigd dat politiek links moreel hoger staat dan rechts. Waar komt die overtuiging vandaan?

De 'Antigone' van Sophocles kan dit verduidelijken. Daarin gaat het om een conflict, met duidelijk politieke aspecten, tussen Kreon en Antigone. Kreon betekent Heerser, Antigone is de 'Tegenstreefster'. Kreon vertegenwoordigt de heersende macht, die op fatsoenlijke wijze, dat wil zeggen zonder daar naar gestreefd te hebben, op de troon is gekomen en nu de stad zo goed en zo kwaad als het gaat moet besturen. Hij moet onaangename maatregelen nemen.

Antigone verzet zich daartegen. Zij beroept zich daarbij op de goden die natuurlijk hoger staan dan de wereldse wetten van Kreon, en het conflict is geboren. Kreon vertegenwoordigt de bestaande orde, Antigone een 'hogere'. In de twee tegenspelers is het huidige politieke links en rechts herkenbaar, en tegelijk belichamen ze de sferen van de oude indeling, met de koppels oud-jong, handhaving-verwerping van de bestaande orde en man-vrouw. Sophocles geeft beiden het volle pond, maar bij ons is Antigone meestal de heldin. (Hoe zou men in China of Marokko tegen haar aankijken?)

Antigone doet in haar beroep op de goden niet anders dan ons Links, dat streeft naar een betere wereld dan het huidige ondermaanse. Waar het om draait, is het bewust of onbewust gedachte of gevoelde: wie streeft naar het betere, handelt beter en wie beter handelt, ís beter. Hier ligt de primaire bron van de morele aanspraken van links. De crux is natuurlijk de aanname dat goed 'willen' en goed 'doen' samenvallen, dat ze eigenlijk hetzelfde zijn.

In antwoord daarop wijst Rechts op het plaveisel van de weg naar de hel. En daarmee wordt ook het verband zichtbaar tussen het huidige links met de oude sfeer, waarin links het onderdak is voor begrippen als wanorde en gevaar. Zolang de ordening van een samenleving in grote trekken de resultante is van wat de meerderheid wil, oftewel van een regulier politiek proces, is zij per definitie rechts. Maar diezelfde meerderheid bepaalt ook de taal en de gewoonten, en onontkoombaar volgt daaruit, dat de taal spreekt namens rechts, en aan links de lading geeft die Van Dale registreert.

mailIcon print |