AMSTERDAM - Grote Nederlandse hulporganisaties als Novib, Icco en Cordaid hebben het afgelopen jaar nauwelijks projecten goedgekeurd gekregen in Brussel. Naar de exacte redenen voor de afwijzing door de EU wordt nog gegist.
De Novib diende zeven projecten in, daarvan zijn er zes afgewezen, op één aanvraag moet nog worden beslist. Icco kreeg op zeven aanvragen nul op het rekest en Cordaid ontving op dertien aanvragen drie goedkeuringen. Plan International (voorheen Foster Parents Plan) diende vijf projecten in en kreeg twee daarvan goedgekeurd.
Het grote aantal afwijzingen is zeer opmerkelijk omdat in het verleden zeker één op de twee Nederlandse verzoeken werd ingewilligd. Volgens woordvoerders van de organisaties kan het zeker niet aan de kwaliteit van de voorstellen liggen. De EU stelt hoge eisen aan de projectaanvragen. In het algemeen sturen de Nederlandse organisaties daarom hun beste projecten naar Brussel. Volgens Ad Ooms van het interkerkelijke Icco uit Zeist, lijkt het erop dat de gelden meer over de EU-lidstaten zijn verdeeld. En dat zou onjuist zijn, omdat de herkomst van de aanvrager geen criterium voor toewijzing is. De projectenaanvragen dienen op kwaliteit met elkaar te concurreren.
Het grootste probleem is echter volgens Ooms en zijn collega Frans Poolman van Cordaid dat er te weinig geld in de kredietlijn van de EU zit. Er was afgelopen jaar slechts 200 miljoen euro te verdelen en dat terwijl er tien keer zoveel projecten werden aangeboden als goedgekeurd konden worden. Volgens Poolman, die tevens voorzitter is van het platform van Nederlandse hulporganisaties die zaken met Brussel doen, is het budget nog eens kleiner geworden dan voorgaande jaren. Geheel tegen de zin van de organisaties in wordt tien procent van het budget nu gereserveerd voor aanvragen van politieke partijen in Europa. Daardoor hebben instellingen als de Evert Vermeerstichting (gelieerd aan de PvdA) nu wel kans op een subsidie uit Brussel. Poolman vreest dat het budget de komende jaren alleen maar kleiner zal worden doordat organisaties uit de nieuwe EU-lidstaten ook aanvragen gaan indienen.
De schaarste aan middelen wringt bij de hulporganisaties des temeer omdat in Brussel één miljard euro aan ontwikkelingsgeld ongebruikt blijft liggen. Dat geld, bestemd voor landen als Zimbabwe, Haïti, Togo en Liberia, ligt al jaren onaangeraakt. De genoemde landen verkeren in bestuurlijke wanorde en krijgen daarom hun ontwikkelingsgeld niet uitgekeerd, maar daarmee vervallen volgens de Brusselse regels hun rechten niet. Het stuwmeer aan geld wordt volgens woordvoerders van hulporganisaties overigens ook veroorzaakt door de bureaucratie in Brussel zelf. Europarlementariër Max van den Berg heeft recent al gepleit voor een overdracht van die gelden naar de pot voor niet aan overheden gebonden organisaties.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.