,,Het lijkt me dat men in Parijs op één avond meer grappen maakt, dan in Duitsland in een maand', noteerde de Franse schrijver Stendhal (1783-1842). De vooroordelen van Fransen en Duitsers over elkaar gaan ver terug. Na drie uitputtende oorlogen in 75 jaar tijd sloten de twee Europese giganten in 1963 het Elysée-verdrag, dat samenwerking op het terrein van buitenlandse zaken en defensie en de uitwisseling van jongeren regelde. Vandaag, veertig jaar later, vieren Frankrijk en Duitsland het succes van dit verdrag. Het droeg bij aan een langdurige vrede tussen de twee landen. Maar Fransen en Duitsers hebben nog steeds eigen opvattingen over hun relatie en over elkaar.
De vriendschap tussen Duitsers en Fransen is er een die veel bevestiging nodig heeft, met grote feesten en opvallende cadeaus.
Zo komt Le Penseur morgen voor een paar maanden naar Berlijn. President Chirac neemt het beroemde beeld van de beeldhouwer Rodin mee naar de Duitse hoofdstad, als daar de vandaag in Parijs beginnende feestelijkheden vanwege veertig jaar Frans-Duitse vriendschap worden voortgezet.
Het beeld van de denker zal, hoe toepasselijk, worden geplaatst op de Pariser Platz, tussen Brandenburger Tor, het symbool van het herenigde Duitsland, en de nieuwe Franse ambassade, die uiteraard aan het belangrijkste plein van Berlijn is verrezen.
Het is maar een van de vele blijken van vriendschap waarmee Frankrijk en Duitsland elkaar dezer dagen overladen.
,,Een ongekend proces van toenadering en verzoening en bilaterale samenwerking tussen beide staten en volkeren', zo noemde de Bondsdag vorige week het veertig jaar oude vriendschapsverdrag met Frankrijk. Dat alle 603 leden van de Bondsdag vandaag naar Parijs vliegen om daar in Versailles, samen met het Franse parlement, nog een mooie verklaring aan de onderlinge vriendschap te wijden, is in Duitsland slecht gevallen. Geldverspilling, zo oordeelde de grootste krant van het land, Bild.
In werkelijkheid overtreffen de baten van de relatie de kosten ruim. Dankzij de samenwerking met Frankrijk kon Duitsland immers uit het isolement komen waarin het door zijn naziverleden terecht was gekomen.
Maar is het ook echt vriendschap? En zo ja, wordt die ook door de Fransen beantwoord? De Duitse media puilen dezer dagen uit van wetenschappers en publicisten die een lofzang aanheffen op de vriendschap met Frankrijk. Maar die blijken allemaal in dienst te zijn van instellingen, stichtingen en denktanks die worden betaald door de beide overheden om de Frans-Duitse vriendschap te ontwikkelen; ze worden betaald om te jubelen.
Dat de ruim drie miljoen Duitsers die ooit als jongere op staatskosten in Frankrijk op bezoek zijn geweest positief terugkijken, ligt ook voor de hand. En of de ongeveer tweeduizend Duitse gemeenten met een partnergemeente in Frankrijk nu werkelijk een teken van vriendschap zijn is ook de vraag.
Als wordt gekeken wat Duitsers uit zichzelf, zonder overheidsdruk, doen om Frankrijk nader te komen, valt vooral het toerisme op. Jaarlijks zoeken vijftien miljoen Duitsers het buurland op voor toeristische doelen. Omgekeerd komen jaarlijks slechts 1,6 miljoen Fransen met vakantie naar Duitsland.
De kennis van elkaars taal neemt aan weerszijden van de Rijn af; momenteel krijgt zowel in Duitsland als in Frankrijk ongeveer 16 procent van de scholieren les in de taal van de ander. Films uit Frankrijk worden, zeker met recente successen als 'Amélie', in Duitsland massaal bezocht, maar omgekeerd bestaat er in Frankrijk geen interesse in Duitse films.
Op de vraag: Wat komt er bij u op als u denkt aan uw buren aan de andere kant van de Rijn?, antwoorden de meeste jonge Duitsers 'Parijs' en 'goed eten'. Slechts 13 procent van de Duitsers schiet niets te binnen als het om Frankrijk gaat.
Omgekeerd schiet 54 procent van de Fransen niets te binnen als het om Duitsland gaat, meldt de organisatie DFJW/OFAJ die jongeren tussen beide landen uitwisselt.
Met Hamburgse nuchterheid suste oud-bondskanselier Helmut Schmidt (SPD) vorige week op ARD-tv dan ook alle opwinding over de grote vriendschap met de Fransen. ,,Ik geloof dat de uitdrukking 'Duits-Franse vriendschap' een grote overdrijving is.' Terwijl juist in zijn tijd de Frans-Duitse samenwerking naast mooie verklaringen ook concrete vooruitgang opleverde; zo was het Helmut Schmidt die in de jaren zeventig samen met toenmalig president Giscard d'Estaing de basis legde voor de euro.
De 'vriendschap' mag dan in werkelijkheid wat berekenend zijn, ze werkt wel. Alleen Frankrijk en Duitsland kunnen de EU in beweging houden. ,,Frankrijk en Duitsland beschikken over het gewicht en de overtuiging die nodig zijn om de Europese integratie aan te drijven', zei Duitslands minister van buitenlandse zaken Joschka Fischer vrijdag in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. ,,Er zijn velen die de Europese overtuiging hebben, maar niet het gewicht. Er zijn anderen die het gewicht hebben, maar niet deze Europese overtuiging. Ik bedoel dat niet discriminerend.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.