AMSTERDAM - De vondst van een inscriptie uit oudtestamentische tijden roept vragen op over het politieke gehalte van de archeologie, zegt dr. Meindert Dijkstra, onderzoeker van de Universiteit van Utrecht.
In het zwarte basalt staat de 'Joas-inscriptie', genoemd naar een koning uit de 9de eeuw v. Chr.: het bewijs dat de bijbelse beschrijving van de Tempelbouw juist is. Tenminste, als de plaat geen vervalsing is (Trouw, 15/1).
Het Israëlisch Geologisch Instituut heeft vastgesteld dat steen én inscriptie echt zijn, maar Dijkstra houdt na bestudering vol: het is een vervalsing, zoals er recent wel meer opduiken. ,,Ze worden steeds beter, bijna niet van echt te onderscheiden omdat de vervalsers van authentiek materiaal gebruik maken.''
De vindplaats van de Joas-inscriptie is duister, maar het zijn 'schrift en inhoud' die Dijkstra's argwaan wekken. ,,Eén geleerde heeft al vastgesteld dat er een modern-Hebreeuwse uitdrukking in voorkomt, gebaseerd op een misverstand van het klassieke bijbels Hebreeuws.''
Meer dan om de archeologische waarheid maakt Dijkstra zich zorgen om het politieke en ideologische slatje dat betrokkenen uit dergelijke vondsten slaan. De onderzoekers van het Geologisch Instituut hebben een verborgen agenda, zegt Dijkstra. De vondst heeft grote gevolgen, stellen die, omdat ze de Joodse rechten op de Tempelberg vaststelt en rechtvaardigt.
Volgens Dijkstra twijfelt geen serieus bijbelgeleerde aan het bestaan van Salomo's Tempel. Maar het bewijs dat er eeuwen vóór Christus een tempel op Jeruzalems Tempelberg stond, biedt geen rechtvaardiging voor de huidige politieke claims.
,,Het verhaal van de Bijbel'', zegt Dijkstra, ,,kan nooit uitgelegd worden als het verhaal van de machtigen om het verzetten van hun grenspalen te rechtvaardigen.''
De inscriptie is, zelfs als ze authentiek is, geen argument ,,om anderen hun mensenrechten te ontzeggen of Palestijnen hun recht op hun deel van Jeruzalem of hun eigen beloofde land op te laten geven''.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.