Even voor op deze zondagochtend de zegen klinkt vat de adventskrans vlam.
Die krans hangt er nog steeds, geen flauw idee welk liturgisch voorschrift daar achter steekt. Maar dat veiligheid en vroomheid elkaar hier in de weg zitten is wel duidelijk. Er is in deze kerk een paar minuten tevoren nog om vuur gebeden, maar zo'n snelle verhoring is toch even wennen. De enige die er niet door overvallen wordt is een van de bassen van het koor. Wie weet is hij zo gelovig dat hij op het vuur zat te wachten, wie weet staarde hij verveeld naar het plafond. Hoe dan ook, gelukkig zag hij het en is hij gezegend met lange benen en armen, zodat hij met een paar welgemikte zwiepen met zijn zangbundel het vuur kan doven. In een visioen, een flits, trekt de geschiedenis van de Nederlandse kerken aan mij voorbij. Vlammen schieten op tot aan de houten heiligenbeelden, die halverwege de wanden op hun sokkels staan, naar boven, naar het dak van de kerk, de houten balken. Geblakerde muren blijven over, het lot van menig godshuis in de Middeleeuwen. Maar tegenwoordig zijn er brandweervoorschriften en impregneermiddelen. En de wakkere geest van een koorlid dat gewoon gebruikmaakt van wat hij in zijn handen heeft, in dit geval de bundel Gezangen voor liturgie. Politiek in een notendop: blus nooit de fiere zelfredzaamheid van de wakkere burger met een schuimlaag van voorschriften en regels. Officieel is het de taak van de koster om op te letten en op te treden. Maar die staat deze ochtend net toevallig achter de kansel, met zijn rug naar de krans, nog bij te komen van de inspanningen van zijn ter plekke geïmproviseerde preek. De priester had zich kort voor de mis met hoge koorts ziek gemeld, (dat komt in de beste kringen voor), vandaar dat de koster zijn plaats inneemt. Zo krijgt deze kerkdienst een fundament van puik amateurisme en verdwijnt dankzij de gezamenlijke inspanningen het ene onheil na het andere. Zelfs het immer dreigende gevaar van de verwarde man die nogal eens op precies het verkeerde moment de kerk begint toe te spreken, drijft deze morgen over. De man gaat staan in zeepkistpositie, maar zakt weer terug in zijn stoel. Improvisatie roept zelfbeheersing op, dat blijkt maar weer. Wankelend door een overdosis optimisme en vertrouwen in de mensheid verlaat ik de kerk. In het cafĂ© probeert een dierbare vriend mij bij de appeltaart met slagroom over te halen tot sombere gedachten over de westerse cultuur. Hij is nog niet begonnen over het kwaad van het individualisme, of ik val hem in de rede. Op het gevaar af voor dom, naïef, burgerlijk en onnadenkend versleten te worden, zeg ik hem dat ik vurig geloof dat het in Nederland goed komt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.