*

 

Zweren bij de wetenschap

René van Woudenberg − 14/01/03, 00:00

René van Woudenberg, hoogleraar zijns- en kenleer, leidt tweewekelijks een oefening in denken.

Met de regelmaat van de klok kom ik in contact met mensen die zeggen te 'zweren bij de wetenschap'. Maar wat doen die mensen dan eigenlijk? Wat voor gedachten hebben ze over 'de wetenschap'? Onder andere deze twee, dat de wetenschap in beginsel in staat is om elke vraag te beantwoorden, elk probleem op te lossen, en dat het enige dat we 'werkelijk weten' het product is van wetenschappelijk onderzoek.

De gedachten zijn echter zonder nadere nuancering nauwelijks houdbaar. Want er zijn vele problemen waarop de wetenschap zoals wij die kennen, nooit een antwoord zal kunnen geven. Ik denk allereerst aan problemen van morele aard, zoals 'Is het moreel verantwoord om alles wat technisch mogelijk is, zoals het kloneren van mensen en dieren, ook werkelijk in praktijk te brengen?', 'Zijn ouders verplicht voor hun kinderen te zorgen?'.

De wetenschap kan heel wat zeggen over kloneren en over de relaties tussen ouders en kinderen, maar ze heeft geen antwoord op de genoemde vragen. Natuurlijk, vele wetenschappers zijn tegen- (of voor)standers van kloneren, en velen denken zonder meer dat ouders de plicht hebben voor hun kinderen te zorgen. Maar deze opvattingen hebben ze niet omdat de wetenschap hun dat leert.

(Het voorgaande laat overigens zien dat de twee gedachten die ik in de eerste alinea noemde, niet los van elkaar staan. Iemand kan weten, 'werkelijk weten', dat ouders verplicht zijn voor hun kinderen te zorgen -en dat weten is niet het resultaat van wetenschappelijk onderzoek.)

Buiten dit zijn er nog vele andere dingen die we weten, hoewel de wetenschap daar niet aan te pas is gekomen. Ik ken bijvoorbeeld mijn naam, ik weet wie mijn ouders zijn, ik weet dat niemand langer is dan hijzelf en ik weet dat de wereld ouder is dan vijf minuten. En dit zijn, zou ik denken, toch echt voorbeelden van 'werkelijk weten'. En zo weet ook jij, lezer, vele dingen zonder dat bij de verwerving ervan de wetenschap een rol heeft gespeeld.

Naast morele problemen zijn er nog andere problemen die de wetenschap niet (nooit) kan oplossen. Onder andere wat de filosoof Leibniz als volgt formuleerde: ,,Waarom is er iets en niet veeleer niets?'' Het had toch zo kunnen zijn dat er letterlijk niets bestond; geen mensen, geen planten, geen bomen, geen dieren, geen aarde, geen zon, geen melkwegstelsel, geen kosmos. Toch bestaat dit alles. Op de vraag waarom dat zo is, moet de wetenschap echter het antwoord schuldig blijven.

Een hiermee samenhangende vraag is evenmin door de wetenschap te beantwoorden: heeft het leven een doel of pointe? Ook hier staan we voor een grens: de wetenschap is onmachtig deze 'existentiële' vragen te beantwoorden.

Er zijn nog meer vragen waarop de wetenschap geen antwoord kan geven. Iedereen kent wel, al was het maar van naam, de wet van Archimedes, de wet van Avogadro, de wet van Boyle-Gay Lussac, de wetten van Newton, de wet van Pascal. Sommige zijn te herleiden tot meer fundamentele wetten. De formuleringen van deze wetten zijn het resultaat van wetenschappelijk onderzoek. En vele wetenschappelijke verklaringen van verschijnselen doen een beroep op deze wetten.

Maar wat de wetenschap niet kan verklaren is waarom die wetten, en niet andere, van kracht zijn. Ze kan ook niet verklaren waarom de zogenoemde fysische constanten die waarden hebben die ze feitelijk hebben; die waarden, zo lijkt het immers, hadden ook heel anders kunnen zijn. Ook hier stuit de wetenschap op een grens.

Ten slotte wil ik wijzen op nog een andere grens die te maken heeft met vooronderstellingen van de wetenschap. Want hoe men het ook keert of wendt, de wetenschap gaat uit van bepaalde onderstellingen, bijvoorbeeld dat de principes van de logica van toepassing zijn op het wetenschappelijk redeneren. Ook wordt ervan uitgegaan dat onze kenvermogens, zoals de zintuiglijke waarneming, het redeneervermogen, ons geheugen, et cetera, betrouwbaar zijn. Ten slotte gaan we ervan uit dat de natuur zich 'uniform' gedraagt ('zelfde oorzaken hebben zelfde gevolgen').

Welnu, al deze stellingen zijn niet het product van wetenschappelijk onderzoek maar, zoals hun naam al zegt, vooronderstellingen ervan. En daarom kan men zeggen dat de wetenschap nog een grens heeft: ze kan haar eigen vooronderstellingen niet bewijzen.

Wanneer ik hoor dat mensen zweren bij de wetenschap, dan krijg ik de drang om te wijzen op haar grenzen. Dat klinkt behoorlijk negatief: erop wijzen dat de wetenschap bepaalde dingen niet kan. Toch moeten deze negatieve dingen soms gezegd worden. Immers, het is van enorm belang om te zien dat sommige dingen eenvoudigweg niet van de wetenschap verwacht mogen of kunnen worden. Wat ik heb gezegd is echter niet negatiever dan de opmerking dat je met een thermometer geen windsnelheid kunt meten en dat je van de axioma's van Euclides geen aanwijzingen moet verwachten omtrent hoe je een appeltaart moet bakken.

Er zijn dus vragen waarop de wetenschap geen antwoord kan geven. Hieruit kan uiteraard niet worden afgeleid dat deze vragen dus onbeantwoordbaar zijn. Want naast de wetenschap zijn er nog andere bronnen van kennis. Welke? Dat is nu weer zo'n heerlijk controversiële kwestie. Maar wie het met het bovenstaande niet oneens was, heeft op zijn minst impliciet erkend te geloven in het bestaan van zulke bronnen.

mailIcon print |