In zijn column van 11 januari verwijt Koen Koch Balkenende en het CDA dat ze slapend rijk zijn geworden. Dat is onjuist. Als Melkert, Dijkstal en De Graaf, allen in tegenstelling tot Balkenende ervaren politici, zich geen houding weten te geven tegenover Fortuyn en ervoor kiezen politieke zelfmoord te begaan, kun je dat Balkenende -die wel rustig en fatsoenlijk bleef- niet verwijten.
Daarna noemt Koch Balkenende de zwakste premier uit de geschiedenis. Balkenende, die de moed had om, vanuit de Kamer, premier te worden van een kabinet waarvan hij wist dat het een risico was. Hij nam zijn verantwoordelijkheid, anders dan Bos nu, die al bij voorbaat de verantwoordelijkheid uit de weg gaat en roept dat hij geen premier wil worden (ook al heeft hij anders dan Balkenende wel regeringservaring als staatssecretaris).
Bovendien: ik had de zo geroemde Kok nog wel eens willen zien in een kabinet met twee door het LPF gedropte blindgangers als ondernemer Heinsbroek en ijskonijn Bomhoff. Een Kok, die in de zaak-Srebrenica geen enkele regie had, die Pronk niet kon 'meesteren', en die om de haverklap gebrek aan regie werd verweten. Pas Willem-Alexander kon hij, jong en kwetsbaar als die was, zonder enig risico de oren wassen. Kok, die makkelijk regeerde in een tijd dat de bomen tot in de hemel groeiden. Kok, die alleen een eind aan het kabinet maakte, omdat Pronk hem daartoe dwong. En dan Balkenende zwakheid verwijten?
En Wouter Bos? Ach. Die profiteert nu ook. Net als Fortuyn en Balkenende toen: er hoeft maar een nieuw gezicht te verschijnen aan het politieke firmament, of er wordt volop op gestemd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.