*

 

Wat de Talmoed zegt over het vreemdelingenbeleid

Raph Evers − 13/01/03, 00:00

'Een vreemdeling mogen jullie niet onderdrukken, noch hem benauwen want jullie zijn vreemdelingen geweest in het land Egypte'' (Exodus 22:20). In de Talmoedische traditie wordt 'onderdrukken' uitgelegd als 'pijnigen met woorden' terwijl 'benauwen' als 'financieel onheus bejegenen' opgevat wordt.

In vers 23 aldaar wordt de Hemelse straf besproken -,,Mijn toorn zal ontbranden en Ik zal je met het zwaard doden''- waaruit duidelijk blijkt hoe zwaar de onderdrukkende benauwenis waarin vreemdelingen kunnen verkeren door het Opperwezen wordt opgevat. Hoewel de ondergang van Sedom meestal geweten wordt aan seksuele misstanden, verwijt de profeet Ezechiël Sedom sociale ongerechtigheid: ,,In trots en overdaad leefden zij...zonder de ellendige en arme te ondersteunen''. De Talmoed legt hierbij uit, dat het in Sedom op straffe des doods verboden was vreemdelingen onderdak te verschaffen en te voeden.

Nederland is tot op heden een sociaal en etnisch paradijs, waar vele vreemdelingen welkom zijn. Wel worden we geconfronteerd met onzorgvuldig taalgebruik. Is Nederland werkelijk 'vol'? Als we de grote steden verlaten, lijkt er nog volop ruimte te zijn. Stel, dat er geen Tweede Wereldoorlog was geweest, die aan een kwart miljoen Nederlanders het leven heeft gekost. Hun kinderen en kindskinderen zouden in getal het aantal vreemdelingen van dit moment verre overtreffen.

In de Talmoed worden de bijbelse beginselen van naastenliefde en vreemdelingenbeleid nader uitgewerkt. De Bijbel kent een religieuze belasting op landbouwproducten. Voor de armen en vreemdelingen was een tweede tiende gereserveerd naast enkele andere gaven. Daarnaast staat in Deuteronomium 15 een algemene onderhoudsplicht: ,,Je moet hem met mildheid geven en je hart mag niet verdrietig zijn...''. Dit laatste vers vatten de Talmoedgeleerden op als een verplichting om in alle behoeften van de armen te voorzien. Toch stelden zij, dat het laatste bijbelvers voornamelijk van toepassing is in economisch gunstige tijden, wanneer het een gemeenschap inderdaad mogelijk is om volledig in het onderhoud van armen te voorzien. Voor economisch minder gunstige omstandigheden trekken de talmoedgeleerden een grens van tien tot twintig procent van de netto-inkomsten. De reden hiervoor luidt, dat iedereen de plicht heeft te voorkomen zelf tot de bedelstaf te vervallen.

Met dit gegeven is de eerste actuele vraag beantwoord: mag de overheid een grens stellen aan de toevloed van vreemdelingen, die veelal een beroep doen op de sociale voorzieningen van de Staat der Nederlanden?

Jazeker, maar er geldt één duidelijke uitzondering: financieel zelfbehoud gaat voor het verzorgen van anderen, maar lijfsbehoud van anderen gaat altijd voor de eigen financiën. De vraag is dus of de 'economische vluchtelingen' onbeperkt moeten worden toegelaten.

Laten wij de bijbeltekst objectief analyseren: ,,Wanneer er onder jullie een arme mocht zijn, een van jullie broeders, in een van jullie woonplaatsen, in jullie land...'' De Bijbel geeft hier wat overbodig aandoende details, die in de Talmoed als volgt worden uitgewerkt: 'onder jullie' betekent, dat zelfbehoud voorgaat (n.b.: dit geldt eigenlijk alleen voor het eigen bestaansminimum); 'een van jullie broeders' impliceert, dat de eigen familie weer voorgaat boven anderen; 'in een van jullie woonplaatsen' geeft de buren en overige stadsgenoten aan waarna eigen landgenoten volgen.

Het voorgaande lijkt een duidelijke prioriteitenlijst te zijn waarbij buitenlanders pas op de laatste plaats komen. Steunt de Talmoed het beginsel van 'eigen volk eerst'?

Nee, want de prioriteitenlijst geldt alleen bij gelijke behoeften. Wanneer de één geen dak boven zijn hoofd heeft en de ander alleen zijn dure vakantie naar Barbados zou moeten opgeven, gaat de dakloze weer voor. Dat blijkt uit 'lijfsbehoud van anderen...'

Een complicatie hierbij is de vraag wat het criterium voor armoede is. Volgens de Talmoed wordt armoede naar de levensstandaard van ieder individu in zijn omgeving afgemeten. Voor een overbelaste Nederlandse manager kan vakantie even noodzakelijk zijn als een deken of zeep voor een inwoner van een ontwikkelingsland. Dit soort belangenafwegingen eist grote nauwkeurigheid en zorgvuldigheid.

Is een evenredige verdeling van vluchtelingen over West-Europese landen talmoedisch verantwoord? Ik denk van wel. Reeds in talmoedische tijden werd armenzorg over alle draagkrachtige burgers omgeslagen. Nu Europa een eenheid lijkt, is evenredige verdeling niet uit den boze.

Mogen allochtonen 'hard' worden aangepakt? Nee, want dat is onmenselijk. Maar een stevig antecedentenonderzoek is zeker niet verkeerd: ,,Indien iemand u aanspreekt en zegt 'geef mij te eten' mag u niet onderzoeken of hij een bedrieger is; men dient hem direct te eten te geven, misschien lijdt hij werkelijk honger. Vraagt iemand echter om kleding dan heeft men wel het recht om te onderzoeken of hij geen bedrieger is omdat hij/zij meestal niet in acuut levensgevaar verkeert''.

Rabbi Abahoe leerde: ,,Laten we de bedriegers onder de bedelaars dankbaar zijn. Zonder zwendelaars zou men -bij weigering om in te gaan op hun verzoek- de Hemelse doodstraf schuldig zijn...'(Talmoed).

Bij de vluchtelingen problematiek gaat het eigenlijk om de vraag naar onze opofferingsgezindheid. Israël met zijn rondom de zes miljoen inwoners heeft de afgelopen vijf jaar 500000 vluchtelingen opgenomen en de economie groeit daar nog steeds. Ja, maar dat zijn de eigen geloofsgenoten! Dat klopt, maar de economische problematiek blijft gelijk. De eerste bijbelse zorg was verbale zorgvuldigheid. Door het gekrakeel rond vluchtelingen worden allochtonen in een sociaal moeilijk parket gebracht, 'onderdrukt' zou de Bijbel zeggen. Ook dat is een belangrijke menselijke waarde!

mailIcon print |