*

 

Groenendaal eist alles op

John Graat − 13/01/03, 00:00

Richard Groenendaal heroverde in Huijbergen gisteren de trui die past bij zijn status als 'het uithangbord' van het Nederlandse veldrijden. Na een dramatische start toonde hij het enorme kwaliteitsverschil met de rest.

HUIJBERGEN - Een paar jaar geleden had Richard Groenendaal nog de neiging de wedstrijden in zijn seizoen te ordenen naar de mate van belangrijkheid. Hij liet wel eens wat schieten in de hoop in de grote koersen toe te slaan. Maar tegenwoordig bestaan er voor hem geen tussenstations meer. Of de tegenstand nu groot is of minimaal, zoals op het NK in Huijbergen, bij voorkeur gunt hij de concurrentie alleen de kruimels.

In dat opzicht is hij 'ouder en verstandiger' geworden. Hij heeft leren genieten van de momenten dat hij het geluk weer heeft kunnen afdwingen. Elke nieuwe nationale titel -ook gisteren nummer twaalf sinds 1987- is niet aan inflatie onderhevig.

,,Ik heb een periode gehad dat zo'n NK me niet veel deed. Ik besef nu dat zo'n trui mij een meerwaarde geeft. Ik ben het internationale uithangbord van Nederland, dan ben je bijna verplicht om kampioen te worden. Het brengt wel druk met zich mee. Ik kon vandaag eigenlijk alleen maar verliezen.''

Feitelijk was het vaderlandse titelgevecht niet meer dan een tussendoortje. Volgende week kan hij in Wetzikon een belangrijke stap doen naar de eindzege in de werelbeker. En over drie weken ligt in het Italiaanse Monopoli een verse regenboogtrui klaar. Maar periodiseren, zich sparen en gokken op de vormpiek doet Groenendaal niet meer. Dat is te link. ,,Een lekke band in de laatste ronde van het WK kan alles verpesten.''

En dus is het motto: pakken wat je pakken kunt. In het veldrijden kan pech zich immers in vele gedaanten openbaren. De aanvangsfase van het NK was daar voor Groenendaal een voorbeeld van. Bij het 'wringen' na de start werd hij gehinderd door Maarten Nijland. Het wierp hem terug in de achterhoede. Na de eerste meters op een stuk weiland werd hij vervolgens opgehouden door de val voor hem. Als laatste draaide hij de bossen in. In een bochtje binnendoor botste hij met zijn knie tegen een paaltje 'dat daar ineens stond'. De pijn in het toch al zwakke gewricht bleef zeuren.

In elke grote internationale veldrit had hij zich na zo'n belabberd begin, dat hem op 42 seconden achterstand zette, geen illusies meer gemaakt. Op het NK kon hij zich het gepruts rustig veroorloven. Halfkoers meldde hij zich alweer voorin bij de drie koplopers, Van den Bergh, De Vos en De Knegt.

Op de bevroren bospaden bleek telkens hoezeer Groenendaal technisch excelleerde. Een tempoversnelling op drie ronden voor het einde, op De Nootjesberg, het pièce de résistance in het parcours, was genoeg om alleen naar de overwinning te rijden. In korte tijd had hij alweer een marge van een halve minuut. Zo kon hij rustig zwaaien naar het publiek, toen hij op de provinciale Weg naar Wouw de finish in zicht had. ,,Achteraf denk ik dat de mensen een mooie wedstrijd hebben gezien.'' Met dank aan zijn eigen gestuntel in het begin.

De Knegt werd onttroond als kampioen. De ex-mountainbiker troefde vorig jaar in Zeddam de toen tobbende Groenendaal nog af. In dat seizoen leek De Knegt met tal van internationale ereplaatsen snel progressie te maken, maar deze winter wordt hij permanent achtervolgd door pijn in de rug en de lies. In het linkerbeen voelt hij minder kracht dan rechts. Na het seizoen wil hij zich laten opereren aan een beknelde slagader in de lies. ,,Ik voel me fysiek slecht. Het is een rampseizoen. Op deze manier is fietsen niet leuk.''

Dat de mopperende De Knegt toch nog het zilver pakte, was ook veelzeggend voor het gat dat achter het Rabo-duo en de rest van Nederland gaapt. Voor Camiel van den Bergh, als man van de streek gisteren extra geïnspireerd, en de 34-jarige Wim de Vos was het prachtig dat ze zich in de WK-selectie reden, internationaal behoren ze niet eens (meer) tot de subtop.

Het mag duidelijk zijn dat het lot van het Nederlandse veldrijden nog altijd alleen met één naam is verbonden. Groenendaal: ,,Het zou voor mij ook prettig zijn als er in de grote crossen ook eens een bliksemafleider zou zijn, zodat ik niet altijd alles hoef uit te leggen. Als je het positief wilt bekijken, heb je op dit NK weer kunnen zien hoe goed Groenendaal eigenlijk is. Misschien moeten we maar blij zijn dat we hier tenminste nog één wereldtopper hebben.''

,,Als ik zie hoe hard Nederlanders soms in de training rijden, denk ik dat ze toch iets verkeerds doen. Het is jammer dat het er in de wedstrijden niet uitkomt. Kwestie van vertrouwen, niet van mentaliteit. Ze hebben zeker zo veel karakter als ik. Ze blijven het al jaren proberen om dichterbij te komen. Ik krijg tenminste nog af en toe een beloning.''

Bijvoorbeeld in roodwitblauw. Door die trui is hij, zeker in België, weer 'van 500 meter afstand' herkenbaar. Hoeven ze hem niet meer als 'Sven' aan te moedigen, zijn Belgische ploegmaat bij Rabobank.

mailIcon print |