*

 

Ministersploeg lanceren voor de verkiezingen

Paul Lieben − 22/01/03, 00:00

Het is volstrekt onduidelijk wie straks als bewindslieden naar voren worden geschoven. Waarom wijzen partijen niet al veel eerder schaduwministers aan? Kiezers hebben recht op bestuurders met verstand van zaken.

Het talmen van Bos om de kandidaat-premier te noemen is opvallend, maar past perfect in de Hollandse traditie om pas na de verkiezingen klare wijn te schenken over de kandidaten voor ministersposten. In tegenstelling tot wat wel is gesuggereerd, wordt er dan ook niet te veel, maar te weinig en zeker te laat over poppetjes gesproken.

In Groot-Brittannië lopen kandidaat-bewindslieden zich in de regel al jaren warm, voordat ze eventueel echt aan de bak kunnen. Zij worden door hun (oppositie)partij in een vroeg stadium naar voren geschoven als reëel en herkenbaar alternatief. En zij staan letterlijk bekend als de schaduwminister van bijvoorbeeld buitenlandse zaken. Hun naam en gezicht is bekend bij een groot deel van de bevolking, die zo een goed beeld krijgt van potentiële bewindslieden.

Zo niet in Nederland. Hier is het totaal onduidelijk welke lieden door de verschillende partijen ná de verkiezingen naar voren worden geschoven. Middels een systeem van uitruil en willekeur worden lukrake personen op lukrake plekken geplant. De kandidatenlijsten van de verschillende partijen bieden hierbij nauwelijks houvast. Al dan niet veronderstelde coryfeeën worden plots genoemd, ingevlogen en benoemd. Van sommigen heeft men een beeld (Cohen), anderen kent men niet of nauwelijks (Bijlhout).

Er zijn verschillende kwalijke tendensen die middels dit Hollandse systeem van regeringsvorming de kop opsteken. Allereerst is er een tekort aan democratische legitimiteit. Als ik op Wouter stem, of op de lijst PvdA, kan ik theoretisch Ad als premier terugkrijgen, zo merkte Herben terecht op. Maar ook Herbens partij gaat niet vrijuit; een stem op de LPF wegens sentimenten tegen paarse, regenteske partijen resulteerde na de vorige verkiezingen in de benoeming van verschillende bewindslieden die hun roots hadden in paarse partijen.

Als de PvdA de staatssecretaris van ontwikkelingszaken mag leveren, wordt dat dan een type Pronk of Herfkens en komt er op immigratie en integratie een 'multi-culti' of een Bos-variant? De enige die wat dit aangaat duidelijkheid biedt, is Henk Kamp (VVD). Hij is min of meer per ongeluk op Vrom beland, maar wil graag zijn oude specialisme immigratie en integratie 'doen'.

Bij het ontbreken van schaduwkandidaten is er een groter risico dat een ondeskundige bewindsman of -vrouw wordt benoemd. Apotheker, voorheen nog burgemeester van Leeuwarden, kan best even Landbouw gaan doen en Jorritsma kan heus wel verzitten van Verkeer en Waterstaat naar Economische Zaken. Phoa heeft een gezin met alleen maar vrouwen en is dus geschikt voor Emancipatie. En de burgemeestersvariant (Van Thijn, Apotheker, Peper en wellicht Cohen) is zeer populair, maar totnogtoe nauwelijks succesvol te noemen.

Of het andere uiterste: men selecteert in de Kamer. Iemand die zich in de partij verdienstelijk heeft gemaakt wordt zonder nadere vragen op het pluche gehesen. Dat terwijl kwaliteiten binnen de partij en de Kamer niets zeggen over de kwaliteiten die voor het landsbestuur nodig zijn. Iemand die verantwoordelijk was voor de aansturing van een luttele beleidsmedewerker en het vertolken van een singulier partijstandpunt, wordt nu baas van duizenden ambtenaren en moet in overleg treden met tientallen partijen.

Of een kandidaat managementkwaliteiten heeft, wordt in het geheel niet gecheckt en of hij kan samenwerken ook niet. Had een beetje toelatingstest niet op z'n minst Bomhoff of Heinsbroek buiten de deur van de ministerraad gehouden en aldus een hoop frustatie, chaos en geld bespaard?

Of een kandidaat de juiste antecedenten heeft, kan op korte termijn ook nauwelijks worden nagegaan door de AIVD (zie Bijlhout). Voorts kan de tijdsdruk die de Nederlandse politiek zichzelf oplegt bij de samenstelling van de ministersploeg, funest zijn voor de afspiegeling van bepaalde bevolkingsgroepen, zoals vrouwen. In dolle paniek wordt rondgebeld en dan is het veelal ons kent ons en ons kiest ons.

Het is evident dat eventuele schaduwministers en -kabinetten in Nederland nooit de status zullen verwerven die ze in Engeland genieten, aangezien daar maar twee partijen serieus kans maken op regeringsdeelname en er door een enkele partij geregeerd kan worden. Dit neemt niet weg dat met name onze drie grote partijen zouden moeten overwegen voortaan tijdig een schaduwploeg samen te stellen. Dat is duidelijker voor de kiezer, beter voor het landsbestuur en voor de partijen zelf, die niet op het laatste moment hoeven te zoeken.

mailIcon print |