Marie-Louise Meuris, directeur van begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam, schrijft eens per maand over grote en kleine gebeurtenissen op weg naar het graf.
De H. Martinuskerk in Holtum. Wat onwennig zit ik in de kerkbank bij de uitvaartdienst van Sjang, onze vroegere overbuurman. Minstens 35 jaar geleden was ik hier voor het laatst. Nieuwsgierig kijk ik rond of iets of iemand me bekend voorkomt. Mijn oog valt op het rijkversierde, gouden tabernakel met daaromheen beeltenissen van momenten uit het leven van Jezus. Vaag herinner ik me, dat ik daar als kind graag naar keek. De kerk staat vol met heiligenbeelden. Schuin voor me zie ik nog net een stukje van de fraaie houten preekstoel. Mijn moeder stoorde zich altijd aan de rijkdom in deze kerk. Kind, zei ze vaak, al die overdaad, dat klopt niet, terwijl er zoveel arme mensen zijn. Nu zit mijn moeder vlak bij me, en ik schuif een beetje naar haar toe. Samen luisteren we naar de pastoor, die een litanie van bijna onverstaanbare woorden over ons uitstort. Vanuit mijn ooghoek zie ik dat mijn moeder zich ergert aan de afstandelijkheid en onpersoonlijkheid van het geheel. Eigenlijk is er in al die jaren niets veranderd.
Als het koor begint te zingen, in het Latijn natuurlijk, zing ik bijna automatisch hele stukken mee. Ik voel hoe mijn jeugd langzaam dichterbij komt. Zelfs het geluid van de muntjes in het collectemandje klinkt als toen, ook al zien ze er nu anders uit. Dan komt een man in uniform naar voren. Hij blaast een afscheidslied op de oude tuba van Sjang. Simpel, mooi en ontroerend.
Sjang was zijn leven lang lid van de Holtumse fanfare. Als we buiten komen staan zijn oude muziekmakkers opgesteld om hem naar het dorpskerkhof te brengen, samen met een paar honderd dorpelingen. Langzaam loopt de stoet door het dorp, terwijl prachtige, melancholieke muziek tussen de huizen opklinkt. Via mijn oude schoolroute en een smal pad van ligusterhaag bereiken we het kerkhof, vlak naast een grote snelweg. Een grotere tegenstelling is niet denkbaar. Hoog boven onze hoofden raast het verkeer, non-stop, en gaat het drukke leven van alledag gewoon door, alsof er niets bijzonders aan de hand is. Beneden, tussen het groen, heerst een serene, heilige sfeer, onderbroken door wat vogelgekwetter in de monumentale coniferen. De fanfare speelt een laatste groet, een grote groep mensen staat eendrachtig rondom de kist.
Een mens moet zijn gang gaan, steeds maar zijn gang gaan, schreef Etty Hillesum ooit. Zo is het, en dat er een laatste gang is, is onvermijdelijk. Maar als het even kan, dan het liefst zoals vandaag in dit kleine dorp in Limburg. Want vandaag staat het leven hier letterlijk en figuurlijk even stil.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.