De Club van 100 lanceerde dit weekeinde haar eerste manifest. Maatschappen, buurthuizen en 'top-down'-regeren kunnen de Publieke Zaak redden. Wie weet rolt er nog een volksvereniging uit.
AMSTERDAM - ,,We moeten een volksbeweging worden,'' roept een geestdriftige man in de zaal. ,,Geen politieke partij. We moeten van onderaf werken en de harten van mensen aanspreken.''
Het is zaterdagavond in restaurant Veranda aan de rand van Amsterdam. De Club van 100, allemaal verontruste Nederlanders, houdt het eerste manifest ten doop. In het boekje wordt in 71 bladzijden uitgelegd hoe de burgerij het heft in eigen handen kan nemen om het verziekte klimaat in Nederland te veranderen. Het zal niet verbazen dat het over zaken als veiligheid, onderwijs en zorg gaat.
In het zaaltje worden mooie woorden gesproken door de 75 deelnemers die zijn komen opdraven. Het gedachtegoed dat na tien bijeenkomsten op papier is gezet, moet aan de man gebracht worden. Mickey Huibregtsen, Pieter Winsemius en al die andere gegoede burgers doen nog het meest denken aan de sociale voorlieden die begin vorige eeuw in rokerige cafés verenigingen oprichtten als Het Nut ter verheffing van de maatschappelijke positie van de arbeiders.
Ook nu zijn het vooral maatschappelijk geslaagde mannen die iets voor de burgers willen doen. Maar niet iedereen gelooft dat een volksvereniging in deze tijd nog van de grond kan komen. ,,Als ik aan een beweging denk die uit het volk is voortgekomen dan denk ik aan zoiets als het Rode Kruis'', zegt een man in de zaal. ,,Maar er waren wel een paar oorlogen voor nodig voordat het Rode Kruis een succes werd.''
Het is geen eenvoudig manifest geworden dat de bijna uitsluitend uit mannen bestaande Club van 100 voor 'de publieke zaak' heeft uitgebroed. Joeri van den Steenhoven is begin december bij een van de brainstorm-sessies geweest. Hij heeft zich vooral beziggehouden met de veranderingen die in het onderwijs nodig zijn. ,,De overheid zit aan de top en is voortdurend bezig een vloed aan regels op het onderwijsveld uit te storten. De samenleving verandert zo snel dat het voor de onderwijzers niet is bij te houden.'' Een echt nieuw geluid is dit niet, de meeste politieke partijen huldigen in de verkiezingscampagne hetzelfde standpunt. ,,Wij pretenderen ook niet nieuwe zaken aan de orde te stellen, maar we komen met een andere oplossing'', zegt Van den Steenhoven. ,,Wij zijn voor maatschappen, waarin docenten elkaar helpen met al die nieuwe regels om te gaan en zo nodig naar de overheid stappen als de regels niet deugen.''
De formule is duidelijk. De Club van 100 vindt dat de zaken die de Nederlandse burger aangaan van de 'bottum up' tot stand moeten komen, en niet zoals nu van 'top down' door de overheid aan het volk wordt opgelegd. En daar zijn maatschappen voor nodig die, zoals het plechtig in het boekje staat ,,de steeds bredere kloof die de burger vervreemdt van zijn medeburger en die hem scheidt van zijn politiek en overheid'', kan beslechten. De overheid moet de burger ,,inspireren'' in plaats van ,,dirigeren''.
Eigenlijk haalt de Club van 100 weer oude instituties van stal, die in de jaren tachtig grotendeels zijn afgeschaft. Zo ziet de verontruste burgerij het liefste een nieuwe opleving van het buurthuis. Alleen worden ze nu buurtmaatschappen genoemd. Er komen ,,bezielde buren die zich voor elkaar verantwoordelijk weten'' en voor veiliger en zorgzamere wijken zullen zorgen. Alleen moet de overheid dan wel met geld over de brug komen.
En dan is er natuurlijk dat parlement dat nodig moet veranderen. ,,Bij veel mensen-op-afstand heerst het beeld van een mengeling van dorre beroepsbestuurders en dilettanten, die er nauwelijks in slaagt om evenwichtig en helder de emoties van burgers - ook die van minderheden - te kanaliseren.'' Het liefste ziet de Club van 100 een direct gekozen minister-president die zijn eigen kabinet kan samenstellen; de politiek heeft behoefte aan daadkrachtige figuren.
De deelnemers aan het publieke debat zijn redelijk tevreden over de koers van de club. Voor Van den Steenhoven zou het zelfs nog werk kunnen opleveren, mocht het tot concrete projecten komen. Zijn Stichting Nederland Kennisland houdt zich immers bezig met vernieuwingsprojecten in de samenleving. Zo heeft hij onlangs de digitale trapvelden bedacht, een internetproject in oude stadswijken.
Na drie uur vergaderen houden de verontruste notabelen het voor gezien. Harry Starren, die in het normale leven bij het opleidingscentrum van de werkgeversorganisatie VNO/NCW werkt, grapt nog wat naar de voorzitter. ,,Als Nederland volgende week nog niet is veranderd, dan bel ik je op.''
Misschien dat er later dit jaar nog een heuse volksvereniging wordt opgericht, om door te discussieren. Van den Steenhoven hoopt natuurlijk op concrete projecten, die dan door Johan Cruijff, zaterdag afwezig, geopend kunnen worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.