*

 

Stad

Marja Rietveld − 13/01/03, 00:00

Voor het eerst van mijn leven woon ik in een stad. Het is geen metropool, maar toch meer dan een provinciestad. Stad genoeg voor een cultuurschok als je uit een dorp komt. Tot nu toe heb ik van die schok niet veel gemerkt. Het is even schrikken als je 's avonds de verkeerde afslag neemt en in een straat belandt waar Mario kamers verhuurt inclusief roze verlichting, maar over het algemeen is het stadsleven niet zo verontrustend. Met de onveiligheid valt het wel mee. Hoewel ik al tijdens mijn eerste week in de stad gedupeerd raakte, zit ik niet bibberend van angst op de fiets sinds mijn snelbinders gejat zijn. Ook met de moraal zit het wel goed. We doen hier niet aan groetzones, maar zeggen elkaar overal gedag.

Eigenlijk biedt de stad heel veel voordelen. Het is hier schoon en groen en er zijn heel veel voorzieningen. Ik was ongeveer door de voorraad van de dorpsbibliotheek heen, maar voor ik hier alle boeken uit heb ben ik bejaard. Alle cultuur die ik gemist heb kan ik opvijzelen in dit paradijs van bioscopen, theaters en musea.

Toch denk ik niet dat ik altijd in een stad wil wonen. Het zijn niet de coffeeshops of de ongure cafés die me afschrikken; ook aan junks en zwervers was ik zo gewend. Zelfs het geluid van de draaiorgels, die hier onbegrijpelijk genoeg de naam Pronkjewail dragen, kan ik met een beetje moeite doorstaan. Het probleem is, dat stilte hier niet bestaat. De ringweg en de spoorbaan onder mijn raam zorgen altijd voor lawaai. Bij mijn ouders kan ik niet meer slapen, omdat het er te stil is.

Misschien ben ik tegen het eind van mijn studie zo gewend dat ik niet meer in een dorp wil wonen. Dan wordt verhuizen naar een rustigere plaats een cultuurschok. Maar voor een koe of een paard me heftig kan laten schrikken, moet ik iets vatbaarder worden voor schokken.

mailIcon print |