De berichten dat de Nederlandse economie vrijwel stilstaat, klinken alarmerend. Maar in feite gaat het hier om goed nieuws. Almaar economisch groeien gaat ten koste van welzijn en milieu. Nu kunnen we eindelijk onthaasten.
Groei, groei en nog eens groei. Dat is wat de economie en de moderne manager drijft. Ook Jan Klant is door dit verschijnsel gegrepen. Gaat men het ene jaar naar Spanje dan wil men het volgende naar Mexico. Liefst gaat men toch twee of drie keer het vliegtuig in om er even tussenuit te zijn. In de winter even bijbruinen in de Alpen. Men heeft het toch verdiend?
In het bedrijfsleven komt het geloof in groei het best tot uiting in de beurzen. Gaan die omhoog dan gaat het goed. Gaan die niet omhoog of zelfs minder dan verwacht, dan spreekt men van slecht nieuws, een malaise. Periodes zoals we die nu meemaken van daling van koersen is voor de gelovige in de vrije markt een ramp. Ministers krijgen grijze haren als de landseconomie niet groeit. Maar de gelovige optimist houdt ons hoopvol voor dat er betere tijden komen.
Vreemd als je hierover doordenkt. Waarom zou groei goed zijn en stilstand van groei slecht? Elk leven groeit totdat het een volwassen omvang heeft bereikt. Dan stopt de groei en treedt stabilisatie op van omvang. Die situatie, de situatie van evenwicht, is dus normaal.
Altijd groeien is niet natuurlijk, ook niet in het economisch leven. Als we allemaal in een snelle auto rijden groeit de auto-industrie, dus de economie. Consument, bedrijfsleven en overheid wrijven tevreden in de handen. Maar de andere kant wordt onderbelicht. De automobilist loopt een grotere kans een ongeluk te krijgen of te veroorzaken. Bedrijven klagen over onbereikbaarheid door files en de overheid moet weer meer wegen aanleggen door de schaarse natuur.
Deze paradox valt ook te zien op andere gebieden. Meer vleesproductie en veetransporten veroorzaken een grotere kans op mkz-ellende en voedselonveiligheid. En meer leed voor 'productiedieren'. Een overspannen arbeidsmarkt gaat ten koste van publieke taken als zorg, politie en justitie, dus ontstaan er wachtlijsten en neemt de criminaliteit toe.
Hetzelfde soort geloof zien we ook in de politiek en het openbaar bestuur. Megaprojecten rijzen als reuzenpaddestoelen uit de grond. Hogesnelheidslijnen, Betuwelijn, een tweede Maasvlakte, ja zelfs natuur moet grootschalig worden ontwikkeld. Hoewel Nederland vol is kan er altijd nog wel een project bij waar we aan kunnen verdienen. Dat de Betuwelijn onterecht als winstgevend is gekwalificeerd geeft wel aan hoe groot het geloof is in de Heilige Groei.
Dus moet een van de mooiste landschappen van Europa op de schop. Maar de mens met een gezond verstand en het hart op de juiste plaats, voelt op zijn klompen aan dat we daar spijt van gaan krijgen.
Het ontbreken van groei of het inkrimpen van de economie hoeft men niet op te vatten als slecht nieuws. Zowel voor bedrijven als voor de samenleving is er geen reden voor paniek als de groei nul is. Integendeel, er is dan een nieuwe kans voor kwaliteit en welzijn. Het verhoogt de creativiteit om de kwaliteit van leven, voorzieningen, producten en diensten te verbeteren zonder geld uit te geven.
Ieder weldenkend mens met een hart, dus ook een aandeelhouder, zal beseffen dat oneindige groei uiteindelijk leidt tot een ramp voor mens en milieu, dus ook de economie. Zeker in het rijke noorden van de aardbol waar ons land toe behoort kan het een tandje minder.
Bedrijven hebben een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het is wel leuk om te zien dat de manager van bedrijf X zich na zijn pensioen gaat wijden aan goede doelen. Meedoen aan projecten in derdewereldlanden bijvoorbeeld. Prachtig. Maar waarom zolang gewacht met een nuttige invulling van het arbeidzaam bestaan? Vanwaar toch die huiver om in het snelle echte leven van werk en geld voor gewetensvol te worden aangezien?
De overheid heeft uiteraard een voorbeeldrol in de kwestie van groei versus kwaliteit. Dat betekent dat zij niet aan de leiband moet lopen van het bedrijfsleven. Het eeuwige gezeur over de fileproblematiek is hier een voorbeeld van. De aandacht die hieraan wordt besteed staat in geen verhouding tot het veel ernstiger probleem van de verkeersveiligheid. Het aantal verkeersslachtoffers terugdringen is een veel belangrijker overheidstaak dan het oplossen van het fileprobleem. De overheid moet ook het lef hebben burgers aan te spreken op hun consumentisme.
Voor de burgers ligt de kwestie het moeilijkst. We hebben als burger en consument de neiging om de schuld vooral te leggen buiten onszelf. Bij de overheid bijvoorbeeld ('ze doen maar daar in Den Haag of Brussel'). Of bij het bedrijfsleven ('zakkenvullers zijn het die ondernemers' of 'die boeren klagen te veel'). Zelf klagen we graag over van alles en nog wat zonder onze eigen rol in het geheel kritisch te willen bezien. De rijke burger zou zich wat meer zelfbeperking mogen opleggen.
Dat is geen makkelijke boodschap in een democratisch land. Eén keer vliegen per jaar voor privé-doeleinden is genoeg bijvoorbeeld. Of zich vrijwillig houden aan snelheidsbeperkingen en veiligheidsvoorschriften. Ook al is er nergens blauw op straat of een flitspaal te zien. Niet uit een soort burgerlijke braafheid. Nee, overtredingen op dit gebied behoren tot de categorie ontaard gedrag.
Het vermijden van ontaard gedrag verhoogt de kwaliteit van onze samenleving radicaal. Daarop zullen we elkaar moeten aanspreken. In de opvoeding, op verjaardagen en op het werk. De sleutel die de gewone mens in handen heeft is het belangrijkst. De revolutie zal van onderaf moeten beginnen. Want bedrijven en overheid zijn afhankelijk van wat de burger doet. De overheid via het stemgedrag van de kiezer. En de bedrijven via het koopgedrag van de consument.
Als de consument ervoor kiest om niet meer dan één keer per jaar te vliegen voor privé-doeleinden lost het probleem van de almaar groeiende luchtvaartsector vanzelf op. Jammer voor Schiphol maar wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen. Als de consument een stofzuiger wil kopen die twintig jaar meegaat dan lost het probleem van steeds groeiende afvalhopen vanzelf op. Jammer voor Philips op korte termijn maar het scheelt een hoop ergernis.
Meer vakmanschap, meer tijd voor onthaasting, meer veiligheid en daardoor een gelukkiger en wie weet zelfs langer leven. Onvermijdelijk moet daarvoor wat inkomen en groei worden ingeleverd. Het zij zo. Liever de nulgroei, het evenwicht dus, dan een overspannen economie waarin we allemaal gestrest raken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.