*

 

Flexibeler stelsel van studies nodig

Edwin Kreulen en Ingrid Weel − 01/09/03, 00:00

Universiteiten en hogescholen openen vandaag hun studiejaar met de traditionele roep om meer geld. De wens om van Nederland een kennisland te maken lijkt hen gelijk te geven. Maar belangrijker is dat ze eerst, middels samenwerking, een onderwijsstelsel aanbieden waarin de echt getalenteerden meer ruimte krijgen om dat kennisland van de grond te krijgen.

Nederland moet een kennisland worden en daarbij wordt naar universiteiten en hogescholen gewezen. Daar moeten de onderzoekers worden gevormd die voor innovatie zorgen, of op zijn minst de mensen die onderzoek verstaan en begrijpen.

Studies zijn nu veelal massale opleidingen waar het gros van de studenten amper zelf onderzoek leert doen. De wettelijke dwang om iedereen na vier jaar een bul van ongeveer hetzelfde niveau te geven, staat excelleren in de weg. Universiteiten leveren goed geschoolde arbeidskrachten, maar te weinig toponderzoekers.

De hogescholen, opgericht om beroepskrachten te vormen, zijn de andere kant opgegaan. Daar is steeds meer aandacht voor onderzoek -onder meer met de komst van de zogeheten lectoren- en een aantal hbo-opleidingen kan zich dan ook moeiteloos meten met verwante studies op de universiteit.

De getalenteerde hbo'er die door wil leren voor onderzoeker, loopt met de studiebeurs tegen allerlei blokkades op. De invoering van het bachelor-mastersysteem lijkt een stap richting oplossing. Studenten in het hoger onderwijs halen eerst hun bachelor en kunnen dan doorgaan voor de master. Maar het is afwachten of het voor de hbo-bachelor ook zo makkelijk zal gaan.

Een hbo'er is na vier jaar bachelor. Als de hogescholen dan nog een masteropleiding organiseren, moeten de hbo'ers dat zelf betalen. Ook als ze een master op academisch niveau willen doen. Universiteiten laten na drie jaar bachelor hun eigen studenten soepeltjes doorstromen naar de master. Iedereen kan met behoud van studiefinanciering in een vierde -of bij exacte studies: vijfde- jaar master worden.

Bachelors van de hogeschool hebben naast het financiƫle nadeel ook de 'pech' dat veel universiteiten hen te min vinden. Ook al heeft de hbo'er al een jaar extra opleiding achter de rug, de universiteiten zien ze het liefst nog een schakeljaar doorlopen. Dit gesteggel wordt versterkt door de wens bij instellingen om 'onderling te concurreren' om de student. Die student, ondertussen, merkt daarvan hoogstens dat de tekst in de glimmende wervingsfolder toch niet helemaal waarmaakt wat er staat.

De noodzaak om het grotendeels kunstmatige onderscheid tussen hogeschool en universiteit op te heffen, is daarom groter dan ooit. Iedere scholier van havo, vwo of mbo moet recht hebben op een bachelor in dit nieuwe hoger onderwijs. Natuurlijk hoeven universiteiten en hogescholen zich niet op te heffen of verplicht te fuseren. Evenmin moet iedere studie worden gedwongen elke student toe te laten die zich meldt. Wel is het van belang dat de instellingen gezamenlijk een veel flexibeler stelsel van studies aanbieden.

Daarbij moeten ze wettelijk de mogelijkheid krijgen om bij het werven voor de masters, strengere eisen te stellen. Alleen de goeden gaan door naar een onderzoeksmaster met een extra jaar studiefinanciering. Pas met zo'n stelsel kunnen de instellingen hun roep om extra overheidsgeld met recht onderbouwen.

mailIcon print |