Vorige week reageerde het grootste deel van de wereld verheugd op de vrijspraak in hoger beroep van Amina Lawal.
Vanuit de hele westerse wereld was geprotesteerd tegen de straf die haar boven het hoofd hing, namelijk steniging vanwege overspel. Nu is zij vrijgesproken, en haalt de wereld opgelucht adem. Maar dat is geheel onterecht. De doodstraf als zodanig staat namelijk daardoor niet meer ter discussie. Zij is vrijgesproken omdat er niet vier getuigen waren bij haar overspel en zij veroordeeld werd door slechts één rechter. Een vergelijkbare opluchting maakt zich met regelmaat meester van de antidoodstrafactivisten, als door DNA-onderzoek blijkt dat een terdoodveroordeelde toch niet de dader blijkt te zijn. Die opluchting is voor de persoon en diens familie voor de hand liggend. Het grote probleem in beide gevallen is, dat op deze manier de wijze waarop mensen schuldig bevonden worden preciezer wordt. De bestraffingswijze wordt nauwkeuriger geformuleerd en daar wordt vervolgens nauwlettender mee gewerkt. Dit heeft tot gevolg, dat de mensen die uiteindelijk wél schuldig bevonden worden, volgens een groeiende groep geheel terecht de doodstraf krijgt. Namelijk: de groep critici danwel tegenstanders van de doodstraf bestaat voor een deel uit mensen die zeggen dat we het nooit 100 procent zeker kunnen weten of de verdachte schuldig is. Dus dat deel van de tegenstanders verlies je (zijnde antidoodstraf) als je dus die 100 procent wel kunt aantonen. Daarom zijn al die singuliere acties tegen de uitvoering van de doodstraf van één persoon vaak op lange termijn slecht voor de antidoodstraf lobby. Ik verwacht van al die kettingbrief schrijvers en andere actievoerders dat zij zich voortaan niet richten op het proces, maar op het principe: de doodstraf kan een mens niet door een ander mens opgelegd krijgen. Die straf is voorbehouden aan de Schepper.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.