*

 

Elk halfjaar moet er een Sojoez omhoog

Mark Traa − 04/02/03, 00:00

De eerste schrik van de ramp met het ruimteveer Columbia is achter de rug, maar hoe moet het verder? Die vraag houdt ruimtevaartorganisaties in oost en west bezig. Zij bouwen samen aan een peperduur internationaal ruimtestation, dat als het enigszins kan bemand moet blijven. Maar wie kan er dit jaar nog naar toe? En zit daar een Nederlander bij?

AMSTERDAM - Na het ongeluk met de Challenger, het ruimteveer dat op 28 januari 1986 kort na de start explodeerde, lag de Amerikaanse bemande ruimtevaart tweeënhalf jaar plat. Zo lang zal het ditmaal niet duren. Er staan nu andere belangen op het spel dan destijds. Inmiddels draait er een internationaal ruimtestation om de aarde, waarin de VS tientallen miljarden dollars hebben gestoken en waaraan ook Rusland, Europa en Japan meedoen. Dit ISS is nog volop in aanbouw; pas in 2006 is het voltooid. Zonder bevoorrading door de ruimteveren ligt het project zo goed als stil. Er kunnen geen nieuwe onderdelen worden aangevoerd. Dat de verongelukte Columbia niet aanmeerde bij het ISS maar een eigen wetenschappelijke missie had te vervullen, is een uitzondering.

Niet alleen de Amerikanen zijn dus getroffen door de ramp met de Columbia; de kosmische bondgenoten zien hun weg naar de ruimte nu ook fors belemmerd. Opmerkelijk genoeg kondigde China onlangs aan in het najaar op eigen kracht een mens de ruimte in te sturen, met een eigen raket en capsule. Het is het enige bemande ruimtevaartprogramma dat niet te lijden heeft onder het uitvallen van de Space Shuttles.

Op dit moment wordt het ruimtestation bemand door twee Amerikanen en een Rus. Zij vormen de zogeheten stambemanning, die in de regel maanden achtereen aan boord blijft. Ze onderhouden het ISS, bouwen het verder uit, en doen er experimenten. Enkele malen per jaar ontvangen de gastheren een ploeg bezoekers, die óf met een ruimteveer komen, óf met een Russische Sojoez-capsule. In beide gevallen blijven de gasten één tot twee weken logeren, behalve de ruimtevaarders die speciaal naar boven worden gebracht om een stambemanning af te lossen. De huidige ploeg zou in maart worden vervangen door drie nieuwe astronauten, die met een ruimteveer zouden arriveren. Dat gaat nu dus niet door.

Er is enige speling. De Nasa verklaarde zaterdag dat de huidige stambemanning het desnoods tot juni kan uithouden. Zondag vertrok een onbemand Russisch vrachtschip met voorraden. Veel waarnemers verwachten echter dat de ruimteveren tenminste voor de rest van het jaar aan de grond staan. In dat geval is de Russische Sojoez het enige beschikbare transportmiddel. Die Sojoezen vertrekken volgens een vrij strak schema. Elk halfjaar móet er eentje omhoog, om het exemplaar te vervangen dat standaard aan het ISS zit vastgekoppeld - ook nu. Deze Sojoez dient als reddingssloep voor de astronauten in het ruimtestation. Na zes maanden moet hij worden vervangen omdat de levensduur van sommige apparatuur in de capsules dan ten einde is.

In april zou de eerstvolgende Sojoez, met twee Russen en een Spanjaard aan boord, vertrekken. Zij zouden een week logeren. Een halfjaar later is het de beurt aan de volgende korte bezoekmissie, die van de Nederlander André Kuipers, maar dit schema is nu achterhaald.

Een mogelijk scenario is dat de 'Spaanse bemanning' van april wordt vervangen door astronauten die beter zijn voorbereid op een langduriger verblijf in het ruimtestation. Dat drietal kan dan de huidige bemanning aflossen en tot november boven blijven. Wie er aan boord gaan van de Sojoez die in november vertrekt, is ongewis. De kans dat André Kuipers erbij is, lijkt klein. Het is goed mogelijk dat hij óf moet plaatsmaken voor de doorgeschoven Spanjaard, óf voor een ervaren ruimterot.

mailIcon print |