De SPD van bondskanselier Schröder heeft een grote nederlaag geleden bij regionale verkiezingen. Nu wordt het nog moeilijker voor de regering-Schröder om de economische problemen aan te pakken. Heeft Duitsland een Margaret Thatcher nodig om uit de crisis te komen?
BERLIJN - Het is dat de kiezer altijd gelijk heeft, anders zou je hem grilligheid kunnen verwijten. Dezelfde kiezer die in september nog de rood-groene coalitie van bondskanselier Schröder een nipte meerderheid gaf in de Bondsdag, bezorgt nog geen vijf maanden later diens SPD een enorme nederlaag in twee belangrijke deelstaten.
De gevolgen zijn ernaar: waar in de Bondsdag een krappe linkse meerderheid blijft bestaan voor SPD en Groenen, kent de Bondsraad, de Kamer waar de deelstaatregeringen het voor het zeggen hebben, nu een conservatieve meerderheid. Nu hadden SPD en Groenen al geen meerderheid meer in de Bondsraad, maar hun minderheid was zo gering, dat de regering-Schröder aan een enkele overloper genoeg had om in de Bondsraad toch haar wetten erdoor te krijgen. Sinds zondag is de conservatieve meerderheid in deze Kamer van het parlement echter zo overweldigend, dat de regering-Schröder nu wel móet gaan samenwerken met de CDU.
Feitelijk ontstaat er zo een grote coalitie van regerende SPD en Groenen enerzijds en meeregerende CDU anderzijds. ,,Wij hebben de morele meerderheid in Duitsland voor onze politiek, maar rood-groen heeft de meerderheid in het parlement, in de Duitse Bondsdag'', zo vatte de prominente CDU'er Friedrich Merz het gisteren samen op Deutschlandradio Berlin.
Onverwacht kwam de nederlaag van de SPD in de deelstaten Nedersaksen en Hessen niet. Direct nadat Schröder op 22 september was herkozen, bracht zijn regering tegenvallende cijfers over economische groei, werkloosheid en begrotingstekort naar buiten. Zijn partijgenoten kwamen met tegenstrijdige oplossingen om uit de malaise te komen, variërend van belastingverhoging tot belastingverlaging en meer bezuinigen tot juist minder. Voorzover de kiezer zich al niet ronduit bedrogen voelde, zal hij op zijn minst zijn gaan twijfelen aan het vermogen van de SPD om de problemen op te lossen.
De vraag is of Duitsland nu, met tegenstrijdige meerderheden in de twee Kamers van het parlement, beter in staat zal zijn de economie te saneren. Zal de brede samenwerking die in de ene Kamer nu nodig wordt tussen SPD en CDU de basis scheppen voor snelle hervormingen om de economie aan te zwengelen? Dan kan Schröder in de andere Kamer weer in problemen komen met zijn eigen linkervleugel. Zijn rood-groene meerderheid in de Bondsdag is zo smal, dat elk parlementslid binnenboord moet worden gehouden om de macht te behouden.
Het is geen toeval dat zijn vroegere rivaal van de linkervleugel, Oskar Lafontaine, zich weer meldt. Volgens Lafontaine is het Schröders 'neoliberalisme' dat de SPD ongeloofwaardig heeft gemaakt, schreef hij gisteren in de populaire Bild. Voorlopig heeft Schröder nog voldoende trouwe helpers om de vroegere rivaal neer te sabelen ('Als de zon laag staat, werpen ook dwergen een lange schaduw', zei bijvoorbeeld regionaal SPD-voorzitter Schartau van Noordrijn-Westfalen over Lafontaine).
Soms klinkt de roep om een Margaret Thatcher, om iemand die alle impopulaire maatregelen die nodig zijn om uit de crisis te komen in één keer neemt. Maar nog afgezien van de vraag welke Duitser dan de rol van IJzeren Dame op zich zou moeten nemen, kan een bondskanselier in Duitsland nooit zoveel bewerkstelligen als een premier in Groot-Brittannië. Door het evenredige kiesstelsel gedwongen coalitiepartners te zoeken, en met de grote macht van deelstaten en Bondsraad, heeft Schröder, al zou hij een Thatcher willen zijn, niet de macht daartoe.
Maar het is ook de vraag of een harde Thatcher-hervorming te verkiezen is boven een geleidelijke verandering in consensus. Hoe groot de problemen in Duitsland ook zijn, pas dit jaar, 24 jaar na het begin van Thatchers economische hervormingen, zal de gemiddelde Brit in koopkracht de gemiddelde Duitser inhalen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.