Herhaaldelijk duikt de naam op: Takfir wal Hidjrah. Deze moslimterreursekte heeft diverse aanslagen op haar naam staan. Reden waarom Trouw er regelmatig over berichtte. Wat bezielt deze extremistische fundi's precies?
Het begon allemaal rond het jaar 1966, in het Egyptische strafkamp Aboe-Zabal. Sjoekri Achmed Moestafa, een afgestudeerde landbouwingenieur van 24, zat er zijn straf uit voor het verspreiden van folders voor de Moslim Broederschap, een onder Nasser verboden partij. Voor dat geringe vergrijp had hij zes jaar kamp gekregen.
Sjoekri was niet het enige lid van de Broederschap die dat overkwam. Honderden andere leden deelden zijn lot. Al gauw voltrok zich een scheiding der geesten, of beter gezegd tussen generaties. Onder invloed van de geschriften van antimodernistische 'moslimprofeten' als Mawdoedi en Qoetb distantieerden jonge gevangenen zich van de oudere. Die waren naar hun mening te soft, niet echt islamitisch.
De radicalen weigerden met niet-'verlichte' medegevangenen te spreken of in één vertrek te zitten. Het leidde tot knokpartijen. Sjoekri was een van de onverzoenlijksten. Eind 1971 vrijgelaten richtte hij de Jamaat al-Muslimin (Gemeenschap der moslims) op die zich snel ontwikkelde tot een van de radicaalste clubs onder de islamitische fundamentalisten.
Sjoekri riep zijn volgelingen op om de 'totale scheiding' -moefsala kamila- te voltrekken tussen hen en de samenleving. Dat ging zo ver dat de sekteleden weigerden te bidden in andere dan de eigen moskeeën. Ze stuurden hun kinderen niet naar staatsscholen en trouwden onderling. Later zou Sjoekri tegenover de rechtbank zeggen dat hij in Mekka alleen bij de Ka'aba zou bidden als een van zijn aanhangers zou voorgaan in het gebed. In Sjoekri's optiek was iedere moslim die zich niet tot zijn sekte bekende een ongelovige die men mocht doden.
Hij excommuniceerde de Egyptische samenleving omdat deze volgens hem niet meer islamitisch was. Dat was de schuld van de Joden. Zij hadden de moslims afgebracht van het Boek van Allah. Sjoekri's maatschappijkritiek trok studenten en jonge intellectuelen aan. Ze waren gefrustreerd door alle corruptie, wanbestuur en door de verkapte dictatuur. Die leidden tot werkloosheid en een blijvende kloof tussen rijk en arm. Niet alleen in Egypte, maar in bijna heel het Midden-Oosten.
Een paar honderd jongeren gaf gehoor aan de oproep van Sjoekri en verliet middelbare school of universiteit. Ze gingen wonen in grotten in Opper-Egypte of in de sloppen van de grote steden. Daar wilden ze een 'echt' islamitisch leven leiden.
Sjoekri betitelde een en ander als 'vlucht naar Allah'. Daarmee bedoelde hij dat een ware moslim die geconfronteerd wordt met een zondige maatschappij, deze achter zich moet laten en verhuizen naar een 'zuivere' plek. Zoals Mohammed van het niet-islamitische Medina is uitgeweken naar het pro-islamitische Mekka. In een manifest, dat hij overigens weigerde te laten drukken omdat zoiets on-islamitisch zou zijn, veroordeelde Sjoekri de moderne, op westerse leest geschoeide, beschaving als ,,de opper-afgod die nu op aarde wordt aanbeden, in plaats van Allah''. Hij verklaarde de oorlog aan de moderniteit. De Koran moest letterlijk worden genomen.
De Egyptische politie en geheime dienst hielden de Jamaat al-Muslimin wel in de gaten, maar deden deze aanvankelijk af als een stelletje ongevaarlijke zonderlingen. Daardoor kon de sekte uitgroeien tot zo'n 4000 leden. Onder de grote massa vond de beweging weinig weerklank. Daar zal het feit dat ze jonge meisjes zonder instemming of medeweten van de ouders liet trouwen met sekteleden, aan hebben meegewerkt.
De toegeeflijke houding van de overheid veranderde in november 1976. Rivaliserende islamitische groepen lokten toen enkele Jamaat-leden weg. In Sjoekri's ogen waren ze geloofsverzakers geworden die de dood verdienden. Zijn volgelingen begonnen aanslagen te plegen, waarna de politie veertien sekteleden gevangenzette.
De zaak explodeerde pas goed toen in juni 1977 in Egypte rellen uitbraken, nadat de regering de subsidie op eerste levensbehoeften had afgeschaft. Jamaat-leden maakten van die gelegenheid gebruik om bars, bioscopen en nachtclubs in Cairo en omgeving te brandschatten. Diverse sekteleden kwamen in het gevang terecht.
Sjoekri eiste hun vrijlating. Toen dat niet gebeurde liet hij sjeik Mohammed Hoessein al-Dhahabi, voormalig minister van godsdienstzaken, ontvoeren. Toen de overheid bleef weigeren zijn eisen in te willigen gaf Sjoekri opdracht al-Dhahabi te vermoorden. Hij rechtvaardigde deze daad met de bewering dat de ex-minister bij zijn aantreden zou hebben gezworen dat hij zou besturen in overeenstemming met andere dan Gods geboden.
De Egyptische overheid reageerde bikkelhard. Honderden sekteleden werden opgepakt en verdwenen in de gevangenis. Na een razendsnel proces werden Sjoekri en vijf andere terechtgesteld. Op grond van zijn uitlatingen ging de pers de sekte Tafkir wal Hidjrah noemen, oftewel 'excommunicatie en wereldvlucht'. Zo wordt de beweging sindsdien genoemd.
De sekte verspreidde zich vanuit Egypte, waar ze in 1981 betrokken was bij de moord op Sadat, naar Gaza en van daaruit naar Algerije, Marokko en Libië. Via de Noord-Amerikaanse migrantengemeenschappen werd ze actief in Europa: Spanje, Frankrijk, België, Nederland en Duitsland. Een klein deel van hen houdt zich bezig met terreurdaden en criminele activiteiten.
Inlichtingendiensten menen dat Takfir wal Hidjrah een van de twee netwerken in Europa is die zijn verbonden met Al-Kaida. Osama bin Ladens spirituele leermeester Ayman al Zawahiri geldt als belangrijkste ideoloog. Volgens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst zijn vier mannen tegen wie een terreurzaak loopt in Rotterdam takfiri's. Kenmerkend voor sekteleden is dat zij opgaan in de westerse omgeving door bijvoorbeeld hun baard af te scheren, vriendinnen te hebben en te drinken. Tweede-Kamerlid Eurlings (CDA) wil dat wordt onderzocht of de organisatie in Nederland kan worden verboden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.