Op de presentatie van de Rabobank-wielerploeg vertelde Maarten den Bakker over de zware psychische crisis die hem het afgelopen jaar overviel. Nu hij weer kan genieten van kleine dingen, zoekt hij zijn weg terug in het peloton. Wielrennen als therapie.
PAPENDAL - Alsof de remblokjes plotseling hard tegen zijn velgen aan werden gedrukt. Het was april 2002. Maarten den Bakker raakte plotseling 'geblokkeerd', zoals hij het zelf nu uitdrukt. Hij stapte af in de Driedaagse van de Panne, met de voorjaarsklassiekers in het vooruitzicht.
Den Bakker kreeg te maken met een zware depressie. Lang hield hij er rekening mee dat hij nooit meer terug zou keren in het wielerpeloton. Maar op de presentatie van de Rabobank-ploeg voor het komende seizoen was hij er gisteren toch weer bij. ,,Ik heb nog steeds mijn moeilijke momenten. Ik heb tegen deze presentatie opgezien. Ik wil best praten, maar het is zo moeilijk uit te leggen. Als je een been breekt praat je daar gemakkelijker over. Ik zat in het verdomhoekje.''
Terwijl de nieuwkomers Freire, Hunter, Bartko en Rasmussen en de kopmannen Boogerd, Dekker en Leipheimer gisteren uitlegden waarom de Raboploeg dit jaar sterker dan ooit is, vertelde Den Bakker dat voor hem het stellen van doelen nog niet aan de orde is. Hij maakt alleen plannen voor de korte termijn.
In de Ronde van Katar, begin februari, hoopt hij weer 'koershardheid' op te doen. ,,Misschien kan ik straks weer eens een kopman uit de wind zetten.'' Zoals hij al zo vaak deed. De boerenzoon, die zo weinig won in zijn profloopbaan sinds 1990, werd gewaardeerd om die mentaliteit: nimmer versagen, nimmer klagen.
,,Deze week kon ik bij een test in Amersfoort hetzelfde wattage trappen als vorig jaar. De basisconditie is dus blijkbaar goed. Alleen die tempoversnellingen ben ik nog niet gewend.'' Ook zijn hoofd heeft nog tijd nodig, zegt hij. ,,Het is als een virus dat langzaam weg moet trekken.'' Den Bakker probeert te omschrijven wat hij heeft doorgemaakt. ,,Het was alsof ik een dikke mist inreed; alsof er een muur voor je staat.''
Met geweld had hij die blokkade willen slechten. Hij had met zijn vuisten op tafel willen slaan. Maar hij kon het niet. ,,De dingen die me vroeger interesseerden - de natuur, koeien in een weiland: ik had er geen gevoel meer bij. Zelfs een mooie vrouw interesseerde me niet meer. Ik kon het niet uitstaan van mezelf dat ik me er niet doorheen kon slepen. Ik zou nooit meer kunnen wielrennen. Maar wat dan? Ik wist het niet.''
De oorzaken van zijn crisis? ,,Dingen die zijn gaan ophopen.'' In zijn privé-leven had hij tegenslagen. En het leven van een beroepsrenner is al veeleisend genoeg. ,,In een grote ploeg is de prestatiedruk heel hoog. Van de andere kant is dat ook het mooie. Je bent alleen geneigd om die romantische kanten te vergeten. Ik heb voor mezelf de lat altijd hoog gelegd. Als ik niet tevreden was over een prestatie kon ik soms twee weken verschrikkelijk chagrijnig zijn.''
In het begin kreeg hij veel mailtjes en telefoontjes van ploeggenoten. Het viel hem zwaar ze te beantwoorden. Hij miste hen, maar het was zo moeilijk uit te leggen. Praten deed hij met zijn vriendin en vrienden uit de buurt. Het aantal mailtjes en telefoontjes werd snel minder. ,,De jongens moesten verder. Ik had niet anders gewild. Wielrennen is een hard wereldje, waarin ik me wel altijd thuis heb gevoeld. Maar mijn vrienden in het peloton zijn op een paar vingers te tellen. Ik heb goeie contacten, maar daar koop je in zo'n situatie niet zoveel voor.''
Kijken naar zijn collega's op televisie kon hij nauwelijks. Toen hij beelden van de Tour zag kon hij zich niet voorstellen dat hij ooit zelf die hoge cols had kunnen bedwingen. In september kwam de drang om weer te gaan trainen langzaam terug. In de maanden daarvoor had hij alleen 'in een toeristentempo' wat gefietst over de Zuid-Hollandse eilanden. ,,Ik kreeg weer zin om met de jongens op te trekken.''
In december ging hij met zijn vriendin naar Lanzarote en kwam daar Blijlevens, Knaven en Van Heeswijk tegen. Ze maakten samen trainingstochten. Voor het eerst lag de ketting bij Den Bakker weer op het binnenblad. Hij voelde weer de pijn van het klimmen. Ook dat had hij gemist. Het trainingskamp met de Raboploeg van de afgelopen week in Spanje was 'therapie'. ,,Praten met een psycholoog werkt bij mij niet zo.''
In Spanje had hij wel kunnen 'janken als een klein kind' om de kleine dingen waar hij weer van kon genieten. Het koffie drinken in de vrachtwagen met de mecaniciens, de blinkende fietsen die klaar waren gezet voor een training, het lachen aan tafel in het hotel, de 'ouwe verhalen', het 'lullen'. ,,Ik ben me gaan realiseren in wat voor wereld ik al die jaren heb geleefd. Dit waren de dingen die ik zo had gemist, die je vroeger zo normaal vond, waarvan ik lang heb gedacht dat ik het allemaal kwijt was. Het voelde weer vertrouwd.''
Wat voor zijn collega's een opwarmertje zal zijn, de ronde van Katar, is voor Den Bakker voorlopig de belangrijkste koers van het jaar. ,,Ik kijk ernaar uit.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.