*

 

Rede is een wankele schraag voor moraal

Yoram Stein − 16/01/03, 00:00

De misdadige inhoud ervan zou een algeheel verbod op de werken van Markies de Sade kunnen rechtvaardigen. Maar daarmee zou ook een belangrijk filosofisch inzicht over de menselijke natuur verloren gaan. Wat De Sade duidelijk maakt, is dat het verstand geen garantie biedt voor een zuivere moraal.

Mag je over de naamgever van het sadisme schrijven? Of kun je zijn naam beter nooit meer noemen? Moet je zijn werken verbieden en verbranden, met het gevaar daarmee belangrijke inzichten over de menselijke natuur te vernietigen? Of moet je ze uitgeven en verspreiden, met het gevaar dat ze zwabberende geesten zullen inspireren tot afschrikwekkende daden? Gezien de discussies over seks en geweld op televisie hebben deze vragen weinig aan actualiteit ingeboet. Markies de Sade mag dan een van de eerste pornografen en verheerlijkers van zinloos geweld zijn geweest, hij was zeker niet de laatste.

In december 1956 vond in Parijs een strafzaak plaats tegen een uitgever die het werk van een al 142 jaar dode edelman had durven publiceren. De vier boeken van de beruchte, als 'duivels' bekendstaande, Markies de Sade, die tot de vervolging aanleiding hadden gegeven, waren 'De 120 dagen van Sodom', 'De nieuwe Justine, of de tegenspoed van de deugd', 'Juliette of de voorspoed van de ondeugd', en 'Slaapkamergesprekken, of de immorele leermeesters'.

Het proces in Parijs trok internationaal de aandacht. Onder de deelnemers waren Franse surrealisten als Jean Cocteau en André Breton, en ook Georges Bataille, criticus, denker, en romanschrijver. ,,Toen de president van de rechtbank Bataille vroeg of de filosofie van De Sade niet de vernietiging inhield van alle morele waarden, beaamde hij dat. Was het in dat geval niet gevaarlijk dat soort boeken op het grote publiek los te laten? Bataille zei dat hij een te groot vertrouwen had in de menselijke natuur om bang te zijn dat mannen en vrouwen De Sade's theorieën in praktijk zouden brengen.

,,Ik feliciteer u, monsieur'', zei de president droogjes. ,,Uw optimisme strekt u tot eer.''

In april 1966 klonk de naam van De Sade opnieuw in een strafzaak. Ditmaal in Engeland waar Ian Brady en Myra Hindley werden aangeklaagd wegens moord op een zeventienjarige jongeman, een jongen van twaalf en een meisje van tien. De lijken waren gevonden in provisorische graven in het moerasgebied tussen Manchester en Huddersfield. Twee andere slachtoffers, een jongen en een meisje van zestien, lagen daar ook begraven maar werden toen niet gevonden. De zaak werd bekend als de Moerasmoorden.

Seksuele afwijkingen hadden de moordenaars gemotiveerd. Het gedrag en de antwoorden van de verdachten schokten ervaren politiefunctionarissen en journalisten. Alvorens het meisje te doden, hadden ze de handelingen gefotografeerd en op tape vastgelegd. De opname was zorgvuldig gekopieerd, tweemaal, zodat ze hem gedurende de volgende weken voor hun eigen plezier konden afspelen.

Tijdens het proces was het noodzakelijk de tape nog eens in het openbaar af te spelen, als bewijs voor de openbare aanklager. De beproeving van het luisteren naar de laatste ogenblikken van het slachtoffer was volgens degenen die de tape hadden gehoord het ergste dat enige rechter, jurylid of politieman ooit in een rechtzaal had moeten doorstaan. De verdachten toonden geen enkel berouw. Zij beriepen zich op één man: De Sade. Al snel was de hele wereld ervan overtuigd dat de geest van deze beruchte markies nog steeds door de wereld doolde, en nog immer tot gruwelen in staat was.

Maar wie was De Sade? Over zijn leven en ideeën is ontzettend veel geschreven. Er bestaan duizendeneen meningen over de seksuele misdaden die hij zou hebben begaan -was hij nu een misdadiger of moest hij eerder gezien worden als het slachtoffer van zijn machtige schoonmoeder en een corrupte maatschappij? Over de vraag of de man nu als pleitbezorger gezien moet worden van een absoluut kwaad, of dat hij dit absolute kwaad op zijn eigen, provocerende wijze juist aan de kaak probeerde te stellen, luidden de antwoorden evenmin eensgezind.

Binnen de filosofie heeft de markies echter vooral bekendheid verworven als 'de duistere dubbelganger' van Immanuel Kant, de vermaarde Duitse 19de-eeuwse filosoof die de moraal loskoppelde van zijn mystiek-religieuze wortels en, in plaats van op godsdienst, de moraal op de rede wilde baseren. Kants beroemde categorische imperatief luidt: ,,Voordat je op een bepaalde manier handelt moet je jezelf de vraag stellen of je zou willen dat iedereen zo zou handelen''. Een andere morele regel van Kant is ,,dat je een ander nooit alleen als middel mag gebruiken, maar ook altijd als een doel in zichzelf''. Zo poneerde hij twee moderne, invloedrijke varianten op de oeroude morele wet 'Wat u niet wilt dat U geschiedt, doe dat ook een ander niet'.

Immanuel Kant geloofde dat iedereen in principe in staat was om deze wetten te begrijpen en de waarheid ervan in te zien. Het goede werd voor hem zo vooral een kwestie van het verstand op de juiste wijze gebruiken, er op systematische wijze achter komen wat de goede handeling is om te doen, en je overeenkomstig de aldus gevonden morele waarheid te gedragen. Kant schreef weliswaar dat mensen in het algemeen tot het slechte geneigd waren, maar geloofde dat het verstand ons tegenover deze slechte neigingen beschermt door ons te wijzen op onze morele verplichtingen. Volgens Kant is het dus de rede die ons vanzelf dwingt het goede te doen.

De Sade draait deze hele redenering om. Evenals Kant gelooft hij dat de rede volstaat om er achter te komen hoe we deze tijd op aarde het beste kunnen besteden. Alleen eindigen zijn redeneringen niet in een door morele wetten geschraagde orde, zoals bij Kant, maar in algehele misdadigheid, groepsverkrachtingen, martelingen en massaslachtingen. Een ander iets aandoen waarvan je niet zou willen dat die ander het jou aandoet, is volgens De Sade in het geheel niet strijdig met de rede. Een ander als middel (of lustobject) gebruiken is juist prettig. ,,Alle hartstochten hebben een dubbele functie'', schrijft De Sade, ,,voor het slachtoffer zijn ze uiterst onrechtvaardig, maar voor degenen die ze botviert zijn ze dubbel en dwars gerechtvaardigd''. Het verkrachten en vermoorden van anderen geeft een gevoel van macht. Het wakkert de wellust aan. En de wellust is, zo zegt De Sade, de enige beloning die in een door God verlaten wereld kan worden opgeëist. ,,Er is niets heiligs tussen de mensen buiten de copulatie'', schrijft hij. ,,Waarom zouden we dan niet een paar rozen op de doornen van het leven strooien door het bereik van onze neigingen en liefhebberijen op te rekken en alles op te offeren aan de lust?''

Maarten Luther heeft de rede een hoer genoemd, maar De Sade is de filosoof die de prostitutie van de 'hoer rede' demonstreert. Hij trommelt haar op om de meest perverse menselijke neigingen goed te praten en te verheerlijken. ,,Ik zou een misdaad willen verzinnen'', zegt Clairwil in de roman 'Juliette', ,,die onophoudelijk doorwerkt, ook onafhankelijk van mij, zodat mijn leven geen ogenblik kent, zelfs niet als ik slaap, waarin ik de boel niet ontregel, zo ontregel dat het tot een algehele verdorvenheid leidt, tot zo'n duidelijke ontwrichting, dat de uitwerking ervan zich ook na mijn leven nog voortzet.'' Over welke misdaad gaat het? Juliette geeft het antwoord: ,,Probeer het met de geestelijke misdaad, probeer het door te schrijven''.

In Juliette's woorden is De Sade's werk (grotendeels geschreven tijdens zijn gevangenschap) niet alleen te begrijpen als een omschrijving van het kwaad, maar ook als de poging om het absolute kwaad te scheppen. Hij verkneukelde zich bij het vooruitzicht dat fatsoenlijke mensen, tegen hun wil, opgewonden zouden raken van zijn moordzuchtige pornografie, hetgeen de pogingen zijn werken te verbieden meer dan begrijpelijk maakt.

Tegelijkertijd echter kan zijn werk ook gelezen worden als een waarschuwing aan het adres van al te optimistische rationalisten en vooruitgangsdenkers. Wat De Sade duidelijk maakt, is dat het verstand geen garantie biedt voor een zuivere moraal. Het kwaad is meer dan alleen een denkfout, en wordt ook niet altijd geboren uit onwetendheid. In de religieuze traditie is het kwaad eerder een verleiding waar wij allemaal vatbaar voor zijn. Terecht wordt dan ook gezegd dat nog wel de slimste truc van satan is om ons te laten geloven dat hij niet bestaat.

mailIcon print |