*

 

PvdA wegens restauratie gesloten

Hans Goslinga − 16/01/03, 00:00

Het streven de kiezers directe invloed te geven op de keuze van hun premier, was voor de grondleggers van D66 een van de redenen hun partij op te richten. Dat pleidooi is ongekend actueel, nu de partijen in de campagne meer dan ooit de valse suggestie wekken dat de kamerverkiezingen ook premierverkiezingen zijn. Bos ontkomt er niet aan zichzelf kandidaat te stellen als premier.

Volgens de mythe huisde in de jaren vijftig het machtscentrum in de Nederlandse politiek in de Tweede Kamer. Premiers als Beel, Drees en De Quay waren niet meer dan boodschappenjongens van Romme, de machtige leider van de Katholieke Volkspartij; ministers beefden en sidderden voor de politieke leiders van hun partijen in de Kamer, zoals Jan Schouten van de protestantse ARP en jonkheer Van der Goes van Naters van de PvdA.

Er is zelfs een verhaal over een minister die zich in het kamergebouw in het toilet opsloot, omdat hij de Kamer niet meer onder ogen durfde komen. Dat beeld van een machtige Tweede Kamer kreeg mytischer vormen naarmate de macht in de jaren nadien meer en meer verschoof naar het kabinet, en vooral naar de minister-president. Het leverde dan ook een kleurrijke onderstreping van pleidooien voor versterking van de positie van het parlement.

Uitgaande van de mythe is er veel te zeggen voor het voornemen van PvdA-lijsttrekker Wouter Bos straks als fractieleider in de Kamer plaats te nemen, zelfs als de partij de grootste wordt en zou gaan regeren. In dat geval schuift Bos, als de machtigste man van de PvdA, een partijgenoot naar voren voor het premierschap. De vraag is of dat gezien de ontwikkeling van deze functie nog wel kan naar het model van vijftig jaar geleden. Uit de biografie van Beel blijkt dat de werkelijkheid in die dagen toch wel iets anders was dan ijveraars voor een sterk parlement doen voorkomen. De jonge Beel liet zich dan wel dikwijls als boodschappenjongen van Romme gebruiken, hij was nog maar koud een halfjaar premier toen hij zich tegenover politieke vrienden in de Kamer beklaagde over de kritiek uit eigen kring op zijn beleid. In de binnenkamer eiste hij Van Romme het volledige vertrouwen van de KVP-fractie en kreeg het. Drees was uiteraard wel politiek afhankelijk van de steun van Romme, maar hij liet zich weinig gezeggen door de PvdA-fractieleiders met wie hij als premier had te maken: Van der Goes van Naters en naderhand Jaap Burger. ,,Ik heb met Drees het grootste gesodemieter gehad”, vertelde de 'rode jonker', berucht vanwege zijn onverbloemde taalgebruik, acht jaar geleden nog aan partijgenoten.

De premier was in die tijd al een sterke blikvanger in de politiek. Drees groeide uit tot de mythische figuur van Vadertje Drees. Sinds de opkomst van de televisie, de ontzuiling van de media en de Europese integratie is dat effect nog veel sterker geworden. De premier is, of we het leuk vinden of niet, uitgegroeid tot de centrale figuur in de politiek, zozeer dat de grote partijen de verkiezingen voor de Tweede Kamer schaamteloos aangrijpen voor de strijd om het Torentje. De PvdA is in deze trend voorgegaan door in 1977 het premierschap van Den Uyl inzet van de kamerverkiezingen te maken. Van de acht kabinetten die vanaf dat jaar optraden was zes keer de premier ook de leider van de grootste partij. Het is D66 nooit gelukt de gekozen minister-president ingang te doen vinden, maar er is allang reden van verkapte premiersverkiezingen te spreken.

In dit licht is het de vraag of Bos politiek ongestraft met deze lijn kan breken. De PvdA ziet vanouds een minister meer als een vooruitgeschoven post van de partij, die bij wanpresteren gewoon wordt teruggetrokken (zoals Elske ter Veld in 1993), dan als een dienaar van de Kroon. Voor de premier geldt dat, zoals de periode-Kok heeft laten zien, nog een slagje sterker. In die monistische benadering is het logisch dat de partijleider, als hij de kans krijgt, premier wordt. Dat wringt weliswaar met het Nederlandse coalitiebestel en roept, zoals we óók onder Kok hebben gezien, frustraties op, maar zo zijn de mores in de rode familie.

Nu is het nog maar de vraag of Bos echt op een cultuurbreuk aanstuurt en de oude Adam van het monisme wil ombrengen; hoe dan ook doemen er problemen op als hij het politiek leiderschap in de Kamer gestalte wil geven met een vooraanstaand partijgenoot in het Torentje. Hier dreigt, om met de 'rode jonker' te spreken, het grootste gesodemieter, om het even of dat een politiek zwakke figuur is (een De Quay of Marijnen) dan wel een sterke figuur (een Drees).

Het is niet aannemelijk dat Bos over deze consequenties ten volle heeft nagedacht, veel meer lijkt hij overvallen door zijn succes. Zijn keus voor een positie in de Kamer was, begrijpelijkerwijs, ingegeven door de veronderstelling dat de partij de oppositie in gaat. Dat lijkt ook zijn voorkeur te hebben gezien het nodige herstelwerk dat na de periode-Kok moet worden verrricht. Het geeft te denken over zijn flexibiliteit dat hij tot nu toe niet gemakkelijk weet in te spelen op een uitslag, die de PvdA uitnodigt of zelfs dwingt tot regeren. Door te blijven weigeren zelf als kandidaat-premier naar voren te treden, wat gezien de traditie voor de hand ligt, wekt hij de indruk ook vast te houden aan de keuze voor oppositie: jammer voor de teruggekeerde kiezers, maar de PvdA is wegens restauratie voor vier jaar gesloten. Voor een sociaal-democratische volkspartij is dat een zwaktebod.

mailIcon print |