Als landen in de Europese muntunie hun begrotingstekorten te snel laten oplopen krijgen ze een gele kaart. Of dat gebeurt, beslissen de landen samen. Dat lokt goedpraten uit. De Europese Commissie zou voortaan de gele kaarten moeten uitdelen.
Het Stabiliteitspact, dat regelt dat de landen van de Europese muntunie hun begrotingen op orde moeten houden, is onder academische economen nooit erg populair geweest. Het pact is overbodig, oordeelden sommigen. Financiële markten zijn volgens deze critici heel goed in staat overheden die op te grote voet leven, tot de orde te roepen. Anderen zagen de regels als een blok aan het been. Omdat landen niet meer hun eigen rente kunnen bepalen, zou het begrotingsbeleid in deze visie economische schokken moeten opvangen.
Toch is er veel voor het Stabiliteits- en Groeipact, zoals het voluit heet, te zeggen. Een al te losbandig begrotingsbeleid kan de monetaire politiek van de Europese Centrale Bank, die gericht is op stabiele prijzen, ondermijnen. Zonder Europese restricties op overheidstekorten bestaat bovendien de kans dat lidstaten zullen proberen hun financiële problemen af te wentelen op andere lidstaten. Ten slotte bestaat het gevaar dat losbandig financieel beleid door één of meerdere lidstaten de rente in het eurogebied en de koers van de euro beïnvloedt. Daar hebben alle lidstaten dan last van.
In het pact hebben landen afgesproken te streven naar een sluitende begroting of zelfs een overschot op de middellange termijn. Voor het geval een land uitkomt boven het afgesproken plafond van 3 procent, is een procedure afgesproken hoe daarmee moet worden omgegaan. Als een land niet tijdig zijn begroting op orde brengt, kunnen sancties (inclusief boetes) worden opgelegd.
In de praktische uitvoering van het pact zijn inmiddels twee grote zwakheden aan het licht gekomen. Ten eerste is de afspraak om te streven naar een sluitende begroting (of zelfs een overschot) op de middellange termijn te vrijblijvend. Deze afspraak is vastgelegd in een resolutie die juridisch niet bindend is. Op niet-naleving staat ook nauwelijks een sanctie. Het enige dat de Raad van ministers, die erover gaat, kan doen is een land een waarschuwing geven, een 'gele kaart' uitdelen. Maar in de raad kan het land dat besproken wordt zelf meepraten en meestemmen. Voor grote lidstaten is het dan een koud kunstje een gele kaart te ontlopen. Zo voorkwam Duitsland door zware politieke druk uit te oefenen in eerste instantie een officiële waarschuwing dat het tekort van de overheid gevaarlijk dicht in de buurt van de 3 procent was gekomen.
Ten tweede: beslissingen over een excessief tekort worden genomen door ministers die mogelijk zelf een volgende keer in het beklaagdenbankje zitten. De kans dat de raad daadwerkelijk sancties oplegt bij overtreding van de regels, neemt af naarmate meer landen in de gevarenzone zitten.
Onlangs heeft de Europese Commissie een aantal voorstellen gelanceerd om het pact te verbeteren. Sommige van deze voorstellen zijn een verbetering ten opzichte van de huidige praktijk. Zo stelt de commissie ondermeer voor om duidelijke afspraken te maken hoe landen met een te hoog tekort zich moeten aanpassen. Het tekort zou jaarlijks met 0,5 procent-punt moeten verbeteren. Landen met hoge tekorten en schulden dienen zelfs sneller de financiën op orde te brengen. De deadline voor een sluitende begroting mag volgens de commissie niet eindeloos vooruit worden geschoven.
De Europese Commissie creëert echter ook nieuwe vluchtroutes. Zo zou een tijdelijke verslechtering van het tekort die samenhangt met structurele hervormingen of een investeringsprogramma acceptabel kunnen zijn. Gelukkig voegt de commissie hieraan toe dat dit alleen mag als er op middellange termijn voldoende voortgang is geboekt met het terugbrengen van het tekort en de schuldquote.
Toch maken de voorstellen van de commissie geen einde aan de fundamentele zwakheden van het pact. Om dat te bereiken moet de Europese Commissie grotere bevoegdheden krijgen. In plaats van de Raad van ministers zou de commissie moeten besluiten of een land voldoende werk maakt van gezonde overheidsfinanciën. Als de commissie vindt dat een lidstaat de doelstelling van een tekort van nul of een overschot op de begroting niet serieus uitvoert, zou zij een 'gele kaart' moeten kunnen uitdelen. Ook zou de commissie aanbevelingen moeten kunnen doen. Ze zou ook moeten besluiten of een land een excessief tekort heeft en welke sancties opgelegd dienen te worden. De kans dat van de fraaie doelstellingen van het Stabiliteits- en Groeipact iets terecht komt, neemt toe als niet langer de potentiële zondaars deze besluiten nemen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.