*

 

'Raad van State doet gewoon zijn werk'

Van onze verslaggever − 07/01/03, 00:00

DEN HAAG - De Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan op wetgevend gebied, ontkent dat hij politiek bedrijft door beroepszaken van asielzoekers steeds af te wijzen.

De Raad past alleen de vreemdelingenwet toe en die kent nu eenmaal zijn beperkingen.

Met deze reactie verwerpt de Raad van State de kritiek van hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, mr. Th. Spijkerboer. Die hekelde in zijn oratie eind vorig jaar, bij de aanvaarding van zijn ambt, het functioneren van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad. Hij betichtte de Raad van 'politiek bedrijven'.

Het is bijzonder dat het hoofd communicatie van de Raad van State, P. van der Burg, in het januarinummer van het Nederlands Juristenblad ingaat op de kritiek van Spijkerboer.

Doorgaans hult het adviesorgaan zich in stilzwijgen onder het motto: de Raad spreekt via zijn uitspraken.

Dat de Raad beroepszaken 'afschiet' wegens vormfouten, komt volgens Van der Burg doordat de wetgever zoveel belang hecht aan een strikte toepassing van de wet.

Als voorbeeld noemt hij de formule die asieladvocaten moeten uitspreken als vertegenwoordiger van hun cliënt. Die luidt 'bepaaldelijk te zijn gevolmachtigd'. Wie niet de precies deze juiste tekst gebruikt, wordt niet ontvankelijk verklaard. Volgens Van der Burg wil de Raad zo voorkomen dat onnodig wordt doorgeprocedeerd, terwijl de asielzoeker al met onbekende bestemming is vertrokken.

De Raad, stelt Van der Burg, hanteert het uitgangspunt dat de asielzoeker op zijn woord geloofd wordt, tenzij hij afbreuk heeft gedaan aan zijn geloofwaardigheid. De afwegingen daarbij zijn voor rekening van de overheid. De Raad toetst slechts of die weging door de beugel kan. Meer mag en kan niet van hem worden verlangd.

Van der Burg ontkent ook dat de Raad van State te zelden erkent dat zich in een zaak 'nieuwe feiten en omstandigheden' voordoen.

Spijkerboer houdt niettemin staande dat de Raad van State onvoldoende rekening houdt met de eigen aard van het vreemdelingenrecht.

,,Het gaat immers niet om een dakkapel of een spoorlijn, maar om blootstelling aan een reëel risico van foltering, of om de vraag of gezinsleven al dan niet mogelijk moet zijn.''

mailIcon print |