*

 

Open brief aan 49 Marokkaanse Nederlanders

door Sylvain Ephimenco − 25/01/03, 00:00

Negenenveertig prominente Marokkaanse Nederlanders publiceerden half januari een manifest, waarin zij de Nederlandse samenleving oproepen een einde te maken aan de stigmatisering van hun bevolkingsgroep. Burgemeester Cohen gaf in Amsterdam het startsein voor een grote campagne - een elfstedentocht - waarmee de initiatiefnemers langs elf grote steden trekken. Burgemeester Pop van Haarlem ontvangt de groep op 1 februari. Sylvain Ephimenco reageert: 'Het zou de lezer langzaam duidelijk moeten zijn: de 49 wensen niet over de oorzaken van het onbehagen te debatteren.'

Deze boodschap aan u komt voort uit onbehagen en het intense verlangen om een negatieve spiraal te doorbreken.

Dat mijn eerste zin precies overeenkomt met de eerste zin uit uw Manifest zult u me hopelijk niet kwalijk nemen. Hij geeft uitdrukking aan mijn eigen gevoel van onbehagen en mijn eigen verlangen om wat u de 'negatieve spiraal' noemt te doorbreken. Maar ik vrees dat de overeenkomsten tussen uw tekst en de mijne tot deze eerste zin beperkt zullen blijven.

Het manifest 'Koerswijziging' dat u als groep Marokkaanse Nederlanders met uw 49 namen individueel heeft ondertekend en twee weken geleden wereldkundig heeft gemaakt, is uitsluitend gericht tot de autochtone bevolking van dit land, in het bijzonder tot de Nederlandse media. De tekst bevat een oproep om het accent in de berichtgeving over Marokkanen in Nederland te verleggen van negatief naar positief: 'Groepen en individuen die een zeer positieve bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving worden ondergesneeuwd door een continue stroom van negatieve berichtgeving. Wij doen een dringend verzoek aan u om het vergrootglas niet te blijven leggen op wat er misgaat maar vooral ook oog te houden voor, en voort te bouwen op datgene wat lovenswaardig is.'

Maar het Manifest is ook een oproep aan de autochtone bevolking om een koerswijziging aan te brengen in haar attitude tegenover de Marokkaanse gemeenschap, een houding die volgens de tekst door onbegrip, vrees en eenzijdigheid wordt gekenmerkt: 'Wij zien vandaag de dag angst in blikken op straat en horen onwetendheid doorklinken in dagelijkse gesprekken. (...) Het is angst voor zowel individuen als voor een vermeend collectief. Het is die angst die in stemhokjes de wijsvinger leidt.'

Uw initiatief moet dus voornamelijk opgevat worden als een aansporing tot een open debat. Een lovenswaardige onderneming ware het niet dat al in de eerste paragrafen van het Manifest enkele verbazingwekkende contradicties staan. Zo betreurt u het dat in een tijd waarin dialoog cruciaal is, 'discussies worden vermeden.' Maar enkele regels verderop beklaagt u zich juist over een inflatoire toename van zulke debatten: 'We worden overspoeld met vermoeiende discussies waarin pseudo-kenners ondoordachte standpunten de wereld in helpen.' Hier raken we de kern van uw selectieve aanpak die van dit Manifest een zwakke en eenzijdige tekst heeft gemaakt. Wanneer de richting of de inhoud van het debat u niet zint, omschrijft u de discussies die u aanvankelijk zo node zei te missen ineens als 'vermoeiend'. En u diskwalificeert uw tegensprekers door hen als 'pseudo-kenners' te typeren.

Het zou de lezer langzaam duidelijk moeten zijn: de 49 wensen niet over de oorzaken van het onbehagen te debatteren. Ze willen geen 'vermoeiende' (lees: kritische en confronterende) discussies over de verschillende elementen en gebeurtenissen die de berichtgeving in hun ogen een negatieve tint geeft, maar zouden die liever, als door toverij, rozig willen zien kleuren. En ze vervloeken de tuinman omdat hun boompje niet voldoende groene bladeren te zien geeft, terwijl ze al jaren worden gewaarschuwd dat ze de aangetaste wortels hadden moeten laten behandelen.

Maar zelfs op het vermeende lage aantal groene bladeren valt heel wat af te dingen. Het is verre van waar dat er geen heilzame lichtstraal op de Marokkaanse gemeenschap wordt gericht. Schrijvers van Marokkaanse komaf bijvoorbeeld, worden in de media als helden gefêteerd en tijdens boekenweken op het schild gehesen. Het is trouwens opvallend dat geen van die schrijvers - vaak progressieve denkers die ook een kritische blik durven werpen op hun eigen gemeenschap en cultuur - zich onder de ondertekenaars van het Manifest bevinden. Geen Abdelkader Benali, geen Hafid Bouazza en ook geen Saïd el Haji. Het zal zeker geen toeval zijn.

Een gunstige benadering door pers en publiek valt ook andere kunstenaars, cabaretiers, acteurs, publicisten of politici van Marokkaanse origine ten deel. Tal van succesvolle Nederlandse Marokkanen weten moeiteloos hun weg te vinden naar de talkshows en opiniepagina's van de media. En wie heeft in Nederland nooit een interview gelezen met één van die bewonderenswaardige en dynamische Marokkaanse jonge vrouwen die de illustratie zijn van de zonnige kant van de multi-etnische samenleving?

Blijft wel de duistere zijde.

Een gebied dat nergens in uw manifest wordt verkend, maar angstvallig wordt gemaskeerd en dus ontkend. Hoe kunt u een algehele positieve diagnose van media en samenleving eisen als uzelf de zieke plekken weigert te benoemen? Als u met een grote bocht heenloopt om de bron van ergernis, angst en conflict? Ja, er is wel dat ene vale en vage zinnetje op een totale tekst van twee bladzijden: 'De realiteit is namelijk ook dat er problemen zijn, soms hardnekkig en vervelend.' Een zinnetje dat nergens wordt uitgediept of concreet gemaakt, maar twee paragrafen verderop alweer cynisch wordt ontkracht: 'We begeven ons enigszins op glad ijs omdat vele sceptici en doemdenkers snel weer zullen vervallen in clichévragen, zoals ,,Maar er zijn toch problemen?''' Weer die diskwalificatie van de criticaster, die nu wordt vermomd als een doemdenker die cliché's hanteert.

Die koppige realiteit die zich door geen van uw omtrekkende bewegingen laat kneden en vervormen, is desalniettemin alledaags en alomtegenwoordig in vele Nederlandse steden. Uw blindheid ervoor spreekt boekdelen. Het is in de eerste plaats de in zichzelf gekeerde houding van een aanzienlijk deel van de Marokkaanse gemeenschap die niet tot eigen participatie aan de samenleving uitnodigt. In het politieke discours is dat 'de mislukte integratie' gaan heten. Hier aangekomen wil ik u graag een hand reiken. De oorspronkelijke schuld ligt inderdaad bij de autochtone bevolking en moet met name op het conto worden geschreven van politieke en intellectuele elites die zich jarenlang in een destructief cultuurrelativisme hebben gewenteld. Doordrenkt van zelfhaat en zelfspot, doorgeschoten internationalisme en misplaatst paternalisme hebben die elites te lang een verkeerd signaal aan nieuwkomers afgegeven: behoud vooral je eigen identiteit en tracht niet per se op ons te lijken, want we vragen ons zelf af of we als model wel deugen. In dit opzicht is het waar dat de inhaalslag waarmee deze samenleving momenteel bezig is, desoriënterend kan werken voor migranten. Maar de verantwoordelijkheid is ook gedeeld en niet alleen afhankelijk van de lengte van wachtlijsten. Zo dragen sommige oekazes die Marokkaanse imams soms uitvaardigen niet echt bij aan de integratie. 'Als men de kuffars (ongelovigen/Nederlanders) na-aapt in hun woorden, gedrag, moraal, democratie, kleding, tradities, cultuur en gewoontes, dan verlaat men de islam.' (Preek uit 'De imams van Amsterdam', Oussama Cherribi, mei 2000.)

Veel dwingender en vernietigender voor de relatie tussen gemeenschappen en voor het imago van Marokkanen is de criminaliteit van vooral jongeren die het vreedzame leven van hele buurten verstoren. Je kunt dit tot een quantité négligeable relativeren waarvoor een minderheid verantwoordelijk is, maar de weerslag op de geesten en de samenleving is verwoestend. Als je in de trein of op straat wordt beroofd of geslagen, als je buurtsuper zijn deuren moet sluiten vanwege het terroriseren van het personeel dan vind je een oproep tot positieve discriminatie van Marokkanen in de berichtgeving gauw wereldvreemd. Hoezo is dit voornamelijk aan de sociaal achterstand van deze jongeren te wijten? En waarom is dit gedrag op een dergelijke schaal niet bij Turkse jongeren terug te vinden? U weet net zo goed als ik dat dit ook een probleem van mentaliteit en cultuur is.

Eind jaren negentig publiceerde antropoloog Frank van Gemert een onderzoek nadat hij drie jaar in de Rotterdamse wijken Bloemhof en Afrikaanderwijk had gewerkt: 'Het criminele gedrag van de Marokkaanse jongens ligt ook aan culturele factoren. Het wantrouwen is heel belangrijk. Alles is daarvan doordrongen, het is de grondhouding van de Marokkaanse jongeren. Dat werkt verlammend. Men denkt: ik niet, maar jij ook niet. Dat is ook jaloezie. Daardoor heeft de gemeenschap een groot probleem om gezamenlijk iets te bereiken. En jongeren zeggen: als je je kunt verrijken ten koste van anderen, moet je dat niet laten.'

Laat ik over dit onderwerp één van de initiators en ondertekenaars van uw Manifest aan het woord laten. Ali Eddaoudi publiceerde in 1998 een boek over zijn jonge jaren als Marokkaans crimineeltje. De nu onderwijzer geworden Eddaoudi, de man die Ayaan Hirsi Ali verweet dat ze 'met Nederlanders sjanst', heeft mede dankzij de assistentie van Nederlandse politieambtenaren en hulpverleners zijn plaats in deze samenleving terug kunnen vinden. Volgens een interview dat hij vijf jaar geleden aan de Volkskrant gaf, heeft de mentaliteit van Marokkaantjes en hun deficiënte opvoeding zeker met hun gewelddadigheid en respectloosheid te maken: 'Marokkaanse jongens zijn heethoofden. Nederlanders willen altijd alles uitpraten, dat kunnen wij niet, hebben we nooit geleerd. Een Marokkaanse jongen slaat er meteen op, en als hij het niet meteen doet, doet ie later wat, molt ie je auto of zo iets. Het geheugen van een olifant, echt onvoorstelbaar.'

Met het geaccidenteerde parcours van zijn levensweg en de redding die de Nederlandse samenleving hem zonder rancune gaf, zou je denken dat Eddaoudi ruim de tijd heeft gehad de wet van de causaliteit te doorgronden die het Marokkaanse vraagstuk beheerst. Maar dit Manifest, dat om een koerswijziging smeekt, ademt nergens de wil om aan zelfkritiek en zelfonderzoek te werken. Die vraag ik niet omwille van een gratuite zelfkastijding in het openbaar: hand in eigen boezem steken is een specifieke Nederlandse trek die kennelijk niet vandaag of morgen bij trotse en lichtgeraakte Arabo-Berbers school zal maken. Die vraag ik, omdat het in het eigen belang is van uw gemeenschap om met open vizier de zelf opgeworpen obstakels te lijf te gaan. In plaats daarvan degradeert u iedere referentie aan criminaliteit of aan een gebrekkige integratie bij voorbaat tot een tot op het bot versleten 'cliché'. De hel, dat zijn natuurlijk altijd de anderen en hun tendentieuze berichtgeving. Dat die berichtgeving af en toe doorschiet in excessen geef ik wel toe. Maar anders dan soms in omringende landen, heerst in Nederland een mild en geweldloos klimaat voor migranten. Ook al wordt er sinds een paar jaar een meer confronterend model gehanteerd.

Waar zou dit gebrek aan introspectie, dat ook in uw tekst zichtbaar is, vandaan komen? Deze neiging om de schuld altijd bij de anderen te leggen? Misschien heeft dit met de schaamtecultuur te maken die zo kenmerkend is voor moslimlanden in Noord-Afrika. 'Want in een schaamtecultuur is het negeren of botweg ontkennen van wat werkelijk is gebeurd heel gewoon.' Schrijft Hirsi Ali. Natuurlijk weet ik dat alleen al de naam van deze ex-moslima u niet zal enthousiasmeren. Bij de ondertekenaars van 'Koerswijziging' zijn een aantal conservatieve moslims die niets van haar kritische geluiden moeten hebben, zoals Ahmed Aboutaleb ('ze pist in eigen nest') of publicist Mohammed Benzakour ('een hele batterij aan leugens'). Anderen, zoals politica Fatima Elatik, proesten naar hartelust wanneer in hun aanwezigheid grappen worden gemaakt over de intieme verminking die Hirsi Ali als moslima moest ondergaan. Maar dat die verlammende gevoelens van gêne een grote rol spelen, bevestigde ook Ali Eddaoudi in interviews: 'Die Marokkaanse schaamtegevoelens laat ik los. Laat maar gaan die hap, denk ik dan. Ik voel me daar gelukkiger bij.'

Maar wellicht is de bijna-cultus van de complottheorie en het slachtofferschap bij Marokkanen ook debet aan dit verschijnsel van gebrekkig zelfonderzoek. Wel moet hier gezegd worden dat het Marokkaanse slachtofferisme is gevoed door het paternalistische beleid van de Nederlandse overheid, dat decennialang is gehandhaafd.

Door uw Manifest uitsluitend op autochtonen te richten, wijkt u niet af van de traditionele houding die zo kenmerkend is voor die grote vogel met zijn soepele lange nek. Het is voor u te hopen dat diezelfde autochtonen wat ruimte hebben gereserveerd in hun al boordevolle kast met schuldgevoelens. Persoonlijk hoop ik van niet: tijdperken zijn er ook om ooit afgesloten te worden. Hoewel het uit uw tekst niet echt blijkt, klamp ik me vast aan de opening die deze veelbelovende zin in het vooruitzicht stelt: 'Het besef is er wel degelijk dat ons lot in eigen handen ligt.' En dan droom ik van eenzelfde dynamiek en energie die aangewend hadden kunnen worden om een andersoortige discussie in het leven te roepen. Hoe innoverend was een Manifest geweest van 49 Nederlands-Marokkaanse klokkenluiders die van hun eigen gemeenschap aandacht hadden gevraagd voor een waakzamer opvoeding van jongeren.

Wat u in plaats daarvan heeft geconcipieerd, is een abstracte tekst die de lezer ervan perplex en met veel vragen achterlaat. Wat is het doel van dit geklaag? Het invoeren van positieve discriminatie in de berichtgeving of het toepassen van zelfcensuur door de media? Zelfs de aangezette liefdes- en loyaliteitsverklaring aan Nederland komt onhandig over: 'We zijn trots op onze verbondenheid met Marokko en haar historische en culturele rijkdommen. We zijn echter net zo trots op Nederland en het toekomstperspectief dat zij ons biedt.' Ik heb die zin twintig keer gelezen en kwam niet verder dan de volgende gedachte: is dit alles?

mailIcon print |