De criminaliteit in winkels is opnieuw gestegen, meldt het Platform Detailhandel. Veertig procent van de diefstal zou in de zakken van het eigen personeel verdwijnen. De bedrijfsrecherche en winkeliers zelf zetten wel enkele vraagtekens bij deze cijfers.
,,Veertig procent, dat vind ik wel erg hoog. De laatste twee, drie jaar zien wij wel dat bedrijfsdiefstal toeneemt. Maar dan eigenlijk vooral door mensen die zelf geen personeel zijn, maar die beroepshalve in een bedrijf op bezoek komen. Een schoonmaker, een reparateur van de kopieermachines, de man die de planten komt verzorgen, soms zelfs iemand van de beveiliging. Maar ook dan lijkt 40 procent me een flinke schatting.''
Projectmanager J. Meekel van Hoffmann Bedrijfsrecherche in Almere zet zo zijn vraagtekens bij de cijfers waarmee het Platform Detailhandel begin deze week de publiciteit zocht. De criminaliteit in winkels kost jaarlijks 750 miljoen euro, becijferde het platform. Tweederde daarvan, dus 500 miljoen, zou uit diefstal bestaan: 300 miljoen aan diefstal door mensen 'van buiten'. Nog eens 200 miljoen (oftewel 40 procent) zou in de zakken van het eigen personeel verdwijnen.
Die cijfers zijn niet keihard, erkent S.Veenstra van het platform. Ze zijn het resultaat van eigen interviews met aangesloten winkeliers. Ze komen dus niet uit de aangiftestatistiek van Justitie - want, de overheid houdt van winkeldiefstal geen cijfers bij. Alleen het aantal overvallen wordt geturfd. De Engelse hoogleraar Joshua Bamfield, van het Center for retail research, komt in een Schots onderzoek naar bedrijfscriminaliteit overigens op andere getallen uit: diefstal door buitenstaanders is bij hem een veel groter probleem (20 procent) dan diefstal door eigen winkelpersoneel (6 procent).
Hoe stelerig het Nederlandse winkelpersoneel echt is, is dus helemaal niet bekend. Maar directeur Piet Hooghof van boekhandel Dekker van de Vegt in Nijmegen - een bedrijf met 75 man personeel - hecht in elk geval geen enkel geloof aan de alarmerende 40 procent van het platform. ,,Ik werk nu 42 jaar in de boekhandel, waarvan 22 jaar als directeur. Het is een min of meer vast gegeven dat 2 procent van je omzet bestaat uit derving: kortingen, beschadiging, diefstal. Welk deel daarvan precies uit diefstal bestaat durf ik al niet te zeggen, laat staan dat ik zeker zou weten dat 40 procent dáárvan gestolen zou worden door je eigen mensen. Ammehoela. In 42 jaar heb ik het een handvol keren meegemaakt dat een personeelslid stal. Nou ok, twee handen vol. Je maakt een paar keer mee dat een collega bibliomaan is, een paar keer maak je mee dat een collega een doos boeken door de achterdeur wil laten verdwijnen. En dan gebeurt het nog weleens dat iemand uit de kassa steelt. Maar dat is absoluut uitzondering. En echt grote zaken, groter dan vier-, vijfduizend gulden, heb ik ook nooit meegemaakt.''
In boekhandels is het heel gebruikelijk dat het personeel de korting van de uitgever krijgt, en zelf dus tot 40 procent goedkoper aan boeken kan komen. Hooghof: ,,Ik houd van iedereen bij, met een personeelsnummer, wat ze op die manier aanschaffen. Je mag één exemplaar van ieder boek kopen. Zelf een handeltje beginnen door acht exemplaren aan te schaffen en die door te verkopen, dat kan dus niet. Dat systeem is heel duidelijk, en het voldoet. Een jaar of tien geleden kregen we een beveiligingssysteem, met poortjes bij de deur en barcodes in ieder boek. In die tijd, weet ik nog, circuleerde het gerucht al dat in Amerika 40 procent van de gestolen waar door het eigen personeel zou worden gestolen. En nu zou Nederland dat peil ook hebben bereikt? Als het waar is word ik er bang van, maar ik denk niet dat het waar is. Het lijkt me ongefundeerd.''
Maar Hooghof realiseert zich ook: een boekhandel is andere koffie dan een filiaal van een drogisterijketen of een supermarkt. De doorstroming is in winkels hoog, weet Veenstra: 25 procent van een winkelploeg blijft niet langer dan een jaar. Nee, dan het boekenvak Hooghof: ,,Je krijgt hier natuurlijk ander publiek binnen, en er werkt hier ook ander publiek. Beter opgeleid, en vaak zeer toegewijd. De mensen werken hier vaak ook jaren achtereen. In de jaren zeventig kwam je nog weleens tegen dat linkse studenten meenden dat je in een boekwinkel proletarisch mocht winkelen, maar dat is verdwenen; dat is een áárdige kant van de verrechtsing.''
Een goeie sfeer is de beste waarborg tegen fraude, denkt bedrijfsrechercheur Meekel. Zijn firma onderzoekt jaarlijks honderden zaken waarin een bedrijf vermoedens koestert dat iemand van het personeel fraudeert. ,,Het klinkt misschien als een cliché, maar in een bedrijf waar een sfeer hangt van 'Jongens, we doen het met z'n allen', daar gebeurt niks. Wij verspreiden een nieuwsbulletin met tips tegen bedrijfsfraude. Dat bulletin heeft 70000 abonnees. Daar zitten bedrijven tussen waar nooit iets gebeurt. Laatst sprak ik nog de directeur van een technisch bedrijf, 17 vestigingen, georganiseerd in eenheden van acht à tien man. Die man keek me aan met grote ogen, van 'waar heb je het over?' toen ik zei dat veel bedrijven twee, drie procent derving hebben. Zo'n man kun je feliciteren. Maar zo is het dus niet overal.''
Laptops die spoorloos verdwijnen, geld dat uit kassa's verdwijnt, valse facturen, nagemaakte bonnen bij declaraties, inkopers die dealtjes maken met toeleverende bedrijven - de creativiteit is groot. Hoffmann Bedrijfsrecherche houdt de zaken die ze onder handen hebben gehad, zo'n duizend per jaar, in statistieken bij. Het leeuwendeel van de zaken (85 procent) vindt plaats in bedrijven met 20 of meer man personeel, 69 procent komt voor in handelsbedrijven - waar winkels onder vallen. In vier van de vijf gevallen houdt de fraude verband met de eigen functie van de dader, en het gaat ongeveer even vaak om fraude met geld (39 procent) als met goederen (37 procent). Maar fraude met tijd - je ziek melden wanneer je geen vrij krijgt voor een verhuizing - is in opmars. In 2001 ging nog maar 2 procent van de Hoffmann-klussen daarover, tegen 15 procent vorig jaar.
Opmerkelijk aan de Hoffman-statistieken is ook, dat daders niet per se pas sinds kort in dienst zijn. Onder de daders die Hoffmann vorig jaar in de kraag greep, is de groep die tussen de elf en twintig jaar in dienst was van het bedrijf dat ze belazerden het grootst - met 24 procent. Slechts 6 procent was nog geen jaar in dienst. Dat is dus een ander beeld dan wat het Platform Detailhandel schetst: dat jattend winkelpersoneel - volgens Veenstra een op de honderd, wat over heel Nederland zou neerkomen op 7500 mensen - bestaat uit 'jobhoppers', die stelend van baan naar baan gaan.
Met het oog op die groep wil het platform een centrale registratie invoeren, zodat een winkel kan controleren of een sollicitant in een andere winkel misschien iets heeft misdaan. Banken hebben dat overigens al: wie bij de ene bank fraudeert, kan dus niet bij de andere bank beginnen. Voor winkels wacht dat systeem nog op groen licht van het College Bescherming Persoonsgegevens, dat nadenkt vanaf welk bedrag, gedurende hoeveel jaar - drie of vier? - en over welke sectoren die registratie moet gaan: alleen supermarkten en bouwmarkten, of de complete detailhandel?
Volgens Veenstra wachten zijn aangesloten winkeliers met smart op zo'n systeem. ,,Die willen heel graag zeker weten dat hun eigen mensen niets op hun geweten hebben. Het is heel vervelend om een sfeer van verdenkingen in je bedrijf te hebben.'' Maar vreemd genoeg wordt de bestaande manier om vooraf meer te weten te komen over je personeel, antecedentenonderzoek, niet vaak gebruikt. Van alle frauderende personeelsleden die Hoffmann vorig jaar in de kraag vatte was 87 procent althans nooit onderzocht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.