'Il n'y a pas de liberté pour les ennemis de la liberté' is waarschijnlijk één van de meeste fameuze zinnen die tijdens de Franse Revolutie zijn uitgesproken. Hij heeft de slijtage der eeuwen doorstaan. Deze frase vormde sindsdien niet alleen het epicentrum van tal van debatten en disputen, maar wordt vaak als illustratie gebruikt wanneer men het heeft over de verbazingwekkende onverdraagzaamheid die nobele idealen kunnen voortbrengen. Geen vrijheid dus voor de vijanden van de vrijheid, zei Maximilien de Robespierre (1758-1794) in een discours. Hij bracht deze stelling vrij snel tot leven door vanaf 1793 de dood in het terreur-tijdperk te institutionaliseren.
Onze democratieën hebben godzijdank met tal van afwijkende geluiden, meningen en soorten gedrag leren leven. En de guillotine is nu een museumstuk geworden. We zijn zelfs zover gekomen dat we de vrijheid gunnen aan degenen die er graag gebruik van maken, met als achterliggende gedachte diezelfde vrijheid ooit op een dag te kunnen afschaffen. Dit is de paradox van onze tolerantie waarmee sommige godsdienstfanaten ons steeds vaker confronteren. Eergisteren werd aan drie meisjes met nikaab, een soort islamitische gezichtssluier, de toegang tot de Amsterdamse ROC-school geweigerd. Prompt werd er door een vijftiental geloofsgenoten met gewone hoofddoek op het schoolplein tegen het verbod gedemonstreerd. Ze riepen Allah o akbar (God is groot). De schrik zit er goed in. Op de site van deze krant kwamen gisteren tal van verontwaardigde reacties binnen, waaronder die van een Nederlandse Turk: 'Hou vast aan je wetten en sta hoofddoeken op scholen en bedrijfsleven niet toe. Sommige moskeeën zijn een underground-oorlog begonnen en jullie hebben het NIET door.' Het soort boodschap dat je rillingen bezorgt en dat je schouderophalend zo snel mogelijk probeert te relativeren. Intussen is die 'oorlog' waarover deze immigrant schreef, misschien toch wel begonnen. Maar we houden vast aan onze onbekommerde nonchalance die we godsdienstvrijheid noemen. We laten steeds meer hoofddoeken de openbare ruimte betreden. Op scholen, in openbare functies, op kantoor of aan de kassa van de supermarkt. Het zijn vandaag nog maar gewone hoofddoeken, maar wel de voorlopers van al die nikaabs die morgen zullen komen. Zo hebben we eigenhandig een eerste bres geslagen in de muren van onze neutrale staat. We wensen niet te zien wat werkelijk achter vele sluiers schuilt. Want we gruwen van de Robespierre in onszelf en gunnen nog steeds de vrijheid aan de vijanden van de vrijheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.