MELBOURNE - Aan de vooravond van de Australian Open waren veel ogen gericht op twee wijzen uit het oosten. De Zuid-Koreaan Lee Hyung-taik en de Thai Paradorn Srichapan meldden zich in Melbourne als tennissers waarmee rekening gehouden moest worden.
Met zijn titel in Sydney zette Lee de tennissport op de kaart in Zuid-Korea. Vooral met zijn zege in de finale op de Spanjaard Ferrero maakte hij indruk, ook bij veel van zijn collega's. Srichapan won in de aanloop naar de eerste Grand Slam van het jaar het toernooi in Chennai. Na zijn opmars in 2002, die hem naar de veertiende plaats op de wereldranglijst stuwde, werd hij gezien als een gevaarlijke outsider voor de winst in Melbourne.
Na twee ronden zijn de Aziatische sprookjes ten einde. Lee werd wel heel hardhandig op zijn nummer gezet door Agassi, die zijn tegenstander maar één game gunde: 6-1, 6-0 en 6-0. Srichapan deed het beter, maar moest zich na vijf sets gewonnen geven aan Philippoussis, de Australiër die na een lange periode vol blessureleed op de weg terug lijkt. Het publiek in de Rod Laver Arena raakte in extase van de winst van hun held.
In de schaduw van de grote stadions op Melbourne Park verzuimde Sjeng Schalken voor de achtste keer de derde ronde van de Australian Open te halen. Door een blessure aan de pols was de Limburger zonder enige vorm van voorbereiding naar Australië afgereisd. Het gebrek aan wedstrijdritme brak hem op tegen de 18-jarige Kroaat Mario Ancic: 6-3, 6-1, 6-7, 6-4 en 6-4.
De teleurstelling was groot bij Schalken, die nooit eerder zo'n goede loting had in Melbourne. Het schema lag wijd open tot de kwartfinale, waar in het voorkomende geval Ferrero hem zou opwachten. ,,Ik kan er niets meer aan doen. Ik heb hard gevochten en verloren. Wat moet ik verder zeggen?''
Voor de veertiende keer verloor Schalken in zijn loopbaan een vijfsetter. Slechts zes keer wist hij zo'n marathon te winnen. Dat is geen goed teken met het oog op de komende Davis Cup-wedstrijd tegen Zwitserland, in februari in Arnhem. Met vier uur en negen minuten was de partij van Schalken tegen Ancic de langste tot nu toe uit het toernooi, maar niet uit de historie. In 1991 stonden Becker en Camporese vijf uur elf minuten op de baan.
Met het verlies van Schalken werd opnieuw duidelijk dat de toppers zich geen mindere dag kunnen verloorloven. De als zestiende geplaatste in Monaco wonende Nederlander noemde zijn spel tegen Ancic 'gemiddeld' en dat was niet genoeg om de Kroaat achter zich te houden. Ancic, die uiteraard Ivanisevic als grote voorbeeld heeft, deed vorig jaar op Wimbledon van zich spreken door in de eerste ronde de Zwitserse favoriet Federer op een pak slaag te trakteren.
De temperamentvolle knul had het later moeilijker en sloeg in zijn frustratie weleens een serie rackets kapot. Zijn nieuwe trainer Groeneveld leerde hem zich te beheersen. Tegen Schalken wist hij zichzelf in de hand te houden en dat bracht hem de moeizame overwinning in een lange wedstrijd.
Nadat Schalken de derde set via een spannende tiebreak (12-10) naar zich toe had getrokken, had het er alle schijn van dat Ancic zich zou overgeven. De vreugdedans van Schalken bleek echter te voorbarig. De jonge Kroaat rechtte de rug, overwon allerlei pijntjes en sloeg zich in de derde ronde waarin hij de Australiër Luczak treft. Schalken berustte in het verlies en zag zelfs een lichtpuntje. ,,Ik heb hier een bodem neergelegd om prestaties op te zetten.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.