Daar sta je dan, als nuchtere Nederlander, in een grote kring te luisteren naar bezweringsformules en tromgeroffel van een Indiaan, te kijken naar wat smeulend gras. Vincent van Vilsteren, conservator van het Drents museum in Assen, kan nog opgetogen zijn over de smudging ceremony - het reinigingsritueel - in het Canadese Ottawa waardoor zijn tentoonstelling, begin december, toch onbelemmerd doorgang kon vinden.
Maar op stap met het meisje van Yde, het fameuze veenlijk uit zijn museum, en andere bijzondere voorwerpen, kunnen er altijd zaken gebeuren waar je van te voren geen rekening mee houdt. Het meisje en andere veenlijken werden in Canada gezien als voorouders van de Canadezen, van de kolonisten uit Europa die zich in Noord-Amerika vestigden. En die mag je niet zo maar tentoonstellen. In de ogen van Indiaanse Canadezen die meewerkten aan de voorbereiding van de expositie The Mysterious Bog People (Het geheimzinnige moerasvolk) in Ottawa hoorden die lijken niet getoond te worden. Lijken horen in de grond, de mens komt voort uit de natuur en moet als hij/zij dood is weer worden teruggegeven aan die natuur, vinden zij.
Het Drents museum vatte in 1998 het plan op voor de reizende tentoonstelling The Mysterious Bog People, samen met het Museum of Civilization in Ottawa, het Glenbow Museum in het Canadese Calgary en het Niedersüchsisches Landesmuseum in het Duitse Hannover. In Duitsland was de expositie te zien tot september vorig jaar, vanaf 5 december tot september dit jaar in Ottawa. Volgend jaar vormt zij de jubileumtentoonstelling van het 150-jarig Drents museum in Assen.
De tentoonstelling gaat niet alleen over de geheimzinnige veenlijken, maar ook over de offervondsten die veenarbeiders bij het turfsteken hebben gevonden. De offers werden neergelegd in de zompige moerassen van Noordwest-Europa om in harmonie met het bovennatuurlijke te komen. Mantelspelden, aardewerken potten, gouden en zilveren sieraden moesten de goden gunstig zien te stemmen. Zo waren er ook de mensenoffers, zoals het lijk van het meisje dat in 1897 bij Yde werd gevonden. Samen met andere offers/lijken, zoals Roter Franz (Rooie Frans) uit Hannover is zij nu op toernee.
Vincent van Vilsteren, een van de vier conservatoren die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de tentoonstelling, merkte in Ottawa hoe uiterst gevoelig het tonen van de lijken in Canada ligt. De geesten moeten er mee instemmen, werd hem al snel duidelijk. ,,De Canadezen van Indiaanse afkomst hadden zeer veel moeite met de Europese manier van omgaan met de resten. Je hoort dat niet op te slaan, je dient het terug te geven aan de natuur'', zegt Van Vilsteren. ,,Er zat weinig anders op dan een reinigingsbijeenkomst te houden, als samenstellers van de expositie te proberen in het reine te komen met de bovenwereld. Ik heb met veel respect aan deze smudging ceremony meegedaan. Het was zeer harmonieus.''
Vijftien mensen die direct met de expositie te maken hadden en vijf mensen van Indiaanse afkomst die bij het museum werken, deden mee. Twee dagen voor de opening op 5 december verzamelden zij zich voor de ingang van het museum. Stephen Augustine, conservator van de afdeling etnologie van de Oostkust, tevens hereditary chief, stamhoofd van de Mi'kmaq-indianen van New Brunswick en Nova Scotia leidde de plechtigheid.
Van Vilsteren: ,,Hij was westers gekleed, maar had een paardestaart tot aan zijn billen. We vormden een cirkel, keken naar de chief die een bundeltje sweet grass in een schaaltje aanstak. Een rookpluimpje kringelde omhoog, de prettige geur van het zoetruikende gras prikkelde de neus. Door te zwaaien met de veer van een adelaar hield stamhoofd Stephen het bundeltje brandende. In monotoon Engels vroeg hij de geesten om de vergiffenis voor de eventuele fouten van de organisatoren van de expositie. Het was in wezen niets anders dan wat onze Europese voorouders met hun offers probeerden te bereiken, bedacht ik me daar.'' Er klonk ook gelach, toen er opeens een mobieltje afging.
Na een lang gebed gaf de chief uitleg over de vier machten. ,,Het Noorden betekent wijsheid en brengt kracht en uithoudingsvermogen. Het Zuiden geeft warmte en groei en is de plek voor onschuld en vertrouwen, het Westen brengt regen en is de plek voor zelfbeschouwing en het Oosten, waar de zon opkomt, brengt verlichting en vrede.''
De Grote Schepper en zijn geestelijke helpers werd om vergiffenis gevraagd, waarna gezang volgde. Stamhoofd Stephen ving met beide handen wat rook op en smeerde zich daarmee in. ,Uiteindelijk volgden we allen zijn voorbeeld, smeerden ons in met de rook. Met een handdruk met beide handen, de hele kring rond werd de ceremonie beëindigd. Dat ik dit heb mogen meemaken was voor mij zeer waardevol'', zegt Van Vilsteren. De tentoonstelling ging twee dagen later zonder problemen open - onder een zeer gunstig gesternte.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.