*

 

Niet langer welkom

Ahmed Aboutaleb − 07/01/03, 00:00

Toen ik eind jaren zeventig nog maar net in Nederland was, had ik geen flauw idee waar die lange en die kleine op zondagavond op de televisie het over hadden. Ze waren van het Simplistisch Verbond, dat kon ik aan het logo zien. Maar wat ze met die mattenklopper deden, was een raadsel. Het duurde ongeveer tot midden jaren tachtig -inburgeren is tenslotte een kwestie van tijd- voordat ik doorhad waar Kees van Kooten en Wim de Bie voor stonden. De vrijzinnige wijze waarop de heren gezagsdragers in de maling namen, beviel mij zo goed dat ik later ook lid werd van de VPRO.

Ik genoot van typetjes als de leraar Duits, de vieze man en de oudere jongere. Ik geef toe, met integratie in een vreemde cultuur kan een mens doorschieten. Meedoen blijft niet alleen bij een broodje kaas leren waarderen, beschuit met muisjes uitdelen en artikel 1 van de Grondwet uit het hoofd kennen. Maar ook voor mij zijn er grenzen aan wat ik overneem. Zo eet ik nog steeds geen haring, kan ik niet schaatsen, heb ik geen hond thuis en vertik ik het de groep waartoe ik behoor achterlijk te verklaren.

Na zo'n tien jaar ben ik ook de oudejaarsconferences gaan waarderen. Ik mis ze alleen als ik oud en nieuw in het buitenland doorbreng. Voor de viering van oud en nieuw werd ik dit jaar uitgenodigd door familie in Gouda. Het was een gezellige happening met opgewonden kinderen die in- en uitliepen, buiten vuurwerk afstaken en weer jankend binnenstapten om te klagen over dat verdraaide rotje dat maar niet knalde. Te midden van zoveel lawaai was het onmogelijk de conference van Youp van 't Hek te volgen. Gelukkig wist de vrouw des huizes een koptelefoon op te trommelen.

Ik behoor tot de 4,2 miljoen kijkers die genoten hebben van een ijzersterke bijdrage aan het op lichtvoetige wijze afscheid nemen van een roerig jaar. De paar platte hand- en heupbewegingen die zo eigen zijn aan de man met de ronde bril en waarmee hij de geslachtsdaad uitbeeldde, deden verder geen afbreuk aan de scherpe toonzetting. Vooral de dialoog tussen Pim Fortuyn en Allah was schitterend. Het verhaal van Ali, de chauffeur van Youp, en zijn zoon Abdoel, was meeslepend. Ali besloot namelijk met vrouw en zoon Nederland te verlaten en elders in de wereld een nieuw bestaan op te bouwen. Reden: hij voelde zich niet langer welkom. In de praktijk van alledag ken ik heel wat migranten die zich werkelijk afvragen of ze nog in Nederland kunnen blijven.

Een naast familielid zei kortgeleden tegen mij dat hij maar al te blij is dat hij in Marokko een onderkomen heeft, handig voor het geval hij ooit gedwongen wordt het land te verlaten. Mijn sussende woorden maakten geen indruk.

Het kan nog erger. Twee weken geleden boekte ik via internet bij Jan Doets een reis naar de Verenigde Staten. Een dag later belde een aardige dame van de touroperator mij terug om een paar zaken door te nemen, bijvoorbeeld of ik een Nederlands paspoort had. Ze vond het vervelend, maar achtte het wel haar taak mij erop te wijzen dat ik met mijn Arabische naam rekening moest houden met extra controle bij aankomst in New York.

Het zijn dit soort momenten die je als migrant terugwerpen op je afkomst. Alleen al je naam is reden genoeg om je te wantrouwen. Zou het helpen als ik voortaan mijn haren zou blonderen en Jansen of de Vries zou heten? Ik vrees dat dan de kleur van mijn wenkbrauwen mijn anderszijn zal verraden. De stap naar de psychiater is dan niet ver weg.

mailIcon print |