*

 

Kleine baas

Peter Henk Steenhuis − 19/07/03, 00:00

Peter Henk Steenhuis volgt de ontwikkeling van de taal bij zijn zoon. Aflevering 3: appels en tennisballen.

De kleine baas ontdekte die dagen dat op een Waddeneiland 'buiten' vooral strand is. De eerste dag, onze fietsen stonden onder aan het duin, liepen we over het plankenpad naar zee. Het regende, de capuchon van zijn regenjas waaide de kleine baas in het gezicht. Hij struikelde bij het eerste kapotte plankje. We leerden hem bij elk kapot plankje een grote stap te nemen naar het volgende deugdelijke plankje. Dat vergde veel inspanning, maar als we hem onder zijn oksels vasthielden lukte het.

Op het strand was het stil. Bij de vloedlijn verwoei het schuim. De kleine baas rende erheen. Maar helemaal alleen zo ver weg was toch wel wat eng. Dus kwam hij weer terug. Toen hij in de verte drie mensen met een hond zag, herhaalde hij telkens steeds één zin: 'Woeff appel eten'. Wartaal, zo leek het. Totdat mijn vrouw de hond een tennisbal zag ophalen, die zijn baasje vlak daarvoor had weggegooid. Een gele tennisbal.

Hij was niet meer van het strand weg te slaan. En hij wist de weg ernaartoe uitstekend te vinden. Want met woorden kun je misschien paarden uitnodigen op de thee, je kunt er ook mee duidelijk maken welke kant je op gaat. Of wilt gaan. De kleine baas wilde dus naar zee. En toen we de volgende dag op de fiets stapten, zei hij dan ook luid en duidelijk: 'Kapot'. Pas na een tijdje begrepen we dat hij op de kapotte plankjes doelde en dus precies wist waarheen wij op weg dienden te gaan.

mailIcon print |