*

 

Albert mag feesten

Wouter Bax − 19/07/03, 00:00

België viert morgen en maandag feest, want koning Albert II zit tien jaar op de troon. De koning mag zich een welkome gast voelen op de festiviteiten, maar daar zit een bijsmaakje aan. De politiek maakt zich op voor een beperking van de grondwettelijke macht van de monarchie. De koning mag feesten, inderdaad, maar verder moet hij zijn mond houden.

Albert II, koning der Belgen, staat met wapperende jaspanden in de Antwerpse haven. Persfotografen staan klaar voor de officiële opening van het dok. De koning strekt zijn hand uit en drukt op een knop, maar juist dan loopt iemand voor de fotografen langs. Balen, tot een van hen zich vermant: ,,Sire, wilt u dat nog eens doen?'' De koning glimlacht bedaagd en drukt opnieuw. De camera's flitsen, het dok is geopend.

Veel van wat de koning doet doet hij voor de sier. Maar hij is populair. Geen officiële gelegenheid, of er staan mensen aan de kant van de weg te wachten op hun vorst. Belgen waarderen het dat Albert graag een pintje drinkt. En de motorclub maakt tijdens de feestdagen een tocht door Brussel, want de koning houdt ook van motorrijden. Verder houdt hij van dieren, bemoedigt hij het beoefenen van sport, doet hij iets bij het Rode Kruis en koestert hij interesse voor cultuur; in elk geval voor de klassieke.

De koning, nu 69 jaar, houdt ook van zijn positie als staatshoofd. Toen zijn broer Boudewijn tien jaar geleden overleed zonder kinderen na te laten, liet Albert er geen misverstand over bestaan dat hij de nieuwe koning wilde worden. En zijn meest recente nieuwjaarstoespraak sloot hij af met de zin: ,,Ik ben van plan dit jaar mijn taak als staatshoofd te blijven uitoefenen''. Waarmee zijn oudste zoon Filip, inmiddels 43, nog even doorgaat met zijn eindeloze voorbereiding op de troon.

Hoe beslagen Filip straks ook ten ijs komt, boven zijn macht als koning hangen donkere wolken. Grote politieke partijen in België stellen in hun partijprogramma's ingrijpende grondswetwijzigingen voor. De liberalen, de socialisten, de christen-democraten en de groenen vinden allemaal dat de koning in de toekomst alleen een protocollaire en een symbolische rol toekomt, naar voorbeeld van het Zweedse koningshuis. Linten doorknippen wordt straks, zoals wijlen prins Claus het ooit uitdrukte, corebusiness voor de koning.

Volgens Jean-Marie Dedecker, lid van de senaat voor de Vlaams liberale VLD, hoort het ook zo. De komende feestdagen brengt Dedecker door als een welkome vrije dag zonder verplichtingen. ,,Ik word altijd uitgenodigd, en ik ga nooit'', zegt hij. ,,Tien jaar koning Albert vind ik geen reden om te vieren, maar ik kijk wel geamuseerd naar het hele spektakel. Het koningshuis is gesubsidieerd volks theater, koekendozenromantiek, het Disneyland van de democratie. Mensen dromen graag van prinsjes en prinsesjes, en dat vind ik prima. Maar het is wel heel dure soap. Het koningshuis kost de Belgen jaarlijks 15 miljoen euro.''

Overbodig te vermelden dat Dedecker dit geld er niet voor over heeft. Een werkgroep in de senaat buigt zich momenteel over de dotaties aan de prinsen. Troonpretendent Filip krijgt een jaarlijkse vergoeding van een kleine 800000 euro. De twee andere kinderen van Albert, prins Laurent en prinses Astrid, krijgen tegen de 300000 euro. ,,Van de prinsen krijgt in Nederland alleen de kroonprins een vergoeding'', zegt Dedecker. ,,En terecht. Het enige wat pleit voor een vergoeding voor de andere prinsen is dat ze anders reddeloos verloren zijn. De intellectuele vermogens van de leden van ons koninklijk huis zijn van een ondraaglijke lichtheid.''

Dedeckers cynisme is het product van ergernis. Hoewel de meeste politici zijn mening delen dat het met de macht van de koning afgelopen moet zijn, belijden slechts enkelen dat standpunt hardop. Volgens Dedecker komt dat niet omdat politici lafaards zijn, maar omdat de macht van de koning zich in de politiek werkelijk laat gelden, tot over de zetels van de volksvertegenwoordigers.

Prins Filip, prins Laurent en prinses Astrid zijn alle drie 'senator van rechtswege', een positie in de Belgische Eerste Kamer die hen toekomt vanwege hun afkomst. ,,Daar heb ik het uit democratisch oogpunt zeer moeilijk mee'', zegt Dedecker, ,,evenals het feit dat de koning bij de vorming van de nieuwe regering de informateur benoemt. Daarbij maakt hij zich volgens mij wel degelijk schuldig aan rechtstreekse politieke beïnvloeding. Ik weet zeker dat de vorige koning, Boudewijn, dat ook deed, bijvoorbeeld door als lid van Opus Dei de christen-democraten veertig jaar lang een plaats in de regering te verzekeren.''

Boudewijn wordt 'de droevige koning' genoemd, omdat hij het koningschap slechts met tegenzin zou hebben opgepakt nadat zijn vader, Leopold III, troonsafstand moest doen wegens omstreden gedrag in de Tweede Wereldoorlog. Toen Boudewijn in 1993 stierf, werd België overspoeld door een golf van emotie. Maar het beeld van Boudewijn als lijdzame koning is niet juist. Talloze crises in de federale regering en tussen de Vlaamse en Waalse gemeenschap zijn binnen de beslotenheid van de paleismuren opgelost of weggemasseerd. De ene Belg haat het koningshuis om zijn hoge muren, de andere is hem juist dankbaar voor zijn ingetogen discretie.

De grootste machtsdaad van Boudewijn was zijn weigering in 1990 om de abortuswet te ondertekenen, een plicht die hij omzeilde door zich door de christen-democratische premier Wilfried Martens 48 uur lang 'in de onmogelijkheid tot regeren' te laten verklaren. Bij koning Albert II komen dergelijke incidenten niet voor. Hij beweegt zich behoedzaam op het kleine speelveld van zijn bevoegdheden. Op een normale dag gaat hij om negen uur 's ochtends aan het werk in het paleis van Brussel. Hij ontvangt gasten, laat zich informeren over de toestand van het land, ondertekent wetten en wat dies meer zij. Om een uurtje of halftwee gaat hij terug naar het Paleis van Laken om de lunch te gebruiken met koningin Paola, waarna hij, volgens zijn officiële woordvoerders, de rest van de dag wijdt aan het voorbereiden van de activiteiten van de volgende dag en zich wat ontspant.

Moest de regering koning Boudewijn ooit op het laatste moment weerhouden van het bezoek aan de begrafenis van de Spaanse dictator Franco, Albert houdt zich verre van alle risico's. Zoals het een koning betaamt is hij omgeven met 'vleugeladjudanten' en 'ordonnansofficieren' die niet alleen waken voor zijn fysieke veiligheid, maar ook voor uitglijders van andere aard. Toch behoedt hem dat niet voor gênante situaties. Zo raakte de koning in november 2001 in verlegenheid toen Gerard Reve de prijs voor de Nederlandse Letteren had gewonnen. Albert zou de onderscheiding uitreiken, maar de bekentenis van Reves levensgezel Joop Schafthuizen dat die een naakt jongetje had bekeken, gooide roet in het eten. Niet door het afblazen van de audiëntie maar door de enorme omslachtigheid waarmee dat gebeurde, stond de koning voor schut.

Albert is onhandig. Een familietrekje, zeggen de biografen van het Belgische koningshuis eendrachtig. Ongenadig beschrijven ze de familie Coburg als ,,mensen met vogelachtige trekken en een trage intellectuele ontwikkeling''. Maar Albert is goedlachser dan zijn voorganger Boudewijn en dat maakt veel goed. Toch berokkent zijn omzichtigheid hem ook schade. Zo verwacht niemand dat de koning ooit iets van betekenis zal zeggen over het besmette koloniale verleden van België, een privé-activiteit van zijn voorvader koning Leopold II (1865-1909) die miljoenen Afrikanen het leven kostte. Eigenlijk verwacht niemand dat de koning ooit iets van betekenis zal zeggen.

Last bezorgde Albert de regering alleen met zaken die voor elke andere Belg als privé-zaken terzijde zouden worden geschoven. Zo bleek in 1999 dat hij, een groot vrouwenliefhebber, een buitenechtelijk kind heeft. Del phine Boël werd geboren in 1968, in een periode waarin de toenmalige prins Albert en zijn prinses Paola volstrekt gescheiden van elkaar leefden en de opvoeding van hun drie kinderen uitbesteedden. Rond 1978 leek een scheiding onvermijdelijk, maar de gevolgen van die stap -afstand van de troonsopvolging, de titels en de dotatie- hielden het stel bij elkaar.

Het Belgische koningspaar, thans al meer dan tien jaar een voorbeeldig koppel, gaat er op zijn beurt prat op het land bij elkaar te houden. De koning predikt in zijn toespraken de waarden van het gezin en hij wil de staatsrechtelijke schakel zijn tussen de Vlamingen, de Walen en de Brusselaars, en ook tussen Nederlandstaligen, Franstaligen en Duitstaligen. Het koningshuis steunt tal van culturele en maatschappelijke projecten. Maar de koninklijke fondsen bevatten samen meer geld dan het hele cultuurbudget van de Belgische regering, en dat werpt onder de critici weer de vraag op of het niet aan de volksvertegenwoordiging is om dit geld te besteden.

Met name aan Vlaamse zijde zijn de tenen lang. Toen de koning in zijn kersttoespraak vorig jaar het 'extremisme in Europa' aan de kaak stelde, voelde het extreem-rechtse Vlaams Blok zich onmiddellijk aangevallen. ,,Vrijblijvend politiek correct gewauwel van een koning die geen enkele democratische legitimiteit heeft'', schold het Blok, dat het hele koningshuis het liefst zo snel mogelijk zou afschaffen omdat het het tegendeel vertegenwoordigt van wat het Blok wil: een zelfstandig Vlaanderen, onafhankelijk van Wallonië. In minder extreem-Vlaamse hoek wekt het koningshuis vooral ergernis door het feit dat koningin Paola de Nederlandse taal niet spreekt.

De Vlamingen kunnen zich troosten met het feit dat de koning in de regeringen van het Vlaamse en het Waalse gewest weinig heeft te zeggen. Hun premiers hoeven zich niet, zoals de federale premier Guy Verhofstadt, elke maandagochtend te melden om het regeringsbeleid toe te lichten. Hun wetten behoeven geen koninklijke bekrachtiging. Daarmee hebben de gewesten de koning al bijna waar ze hem hebben willen: als vrolijke noot op 's lands feestjes en partijen.

mailIcon print |