Duitsers moeten niets hebben van de Nederlandse euthanasiepraktijk. Maar hulp bij zelfdoding is in Duitsland wel toegestaan; als de arts zich er maar niet mee bemoeit.
Steeds duikt het gerucht weer op. Ook al heeft Inge Kunz het, onmiddellijk nadat het door een van haar uitspraken was ontstaan, pogen de kop in te drukken, het blijft in Duitsland rondzingen. Zeker, deze medewerkster van een hospice in Bocholt, net over de grens bij Winterswijk, is tegen euthanasie. Maar dat Nederlandse ouderen uit angst daarvoor naar Duitsland vluchten, heeft zij nooit beweerd.
,,Dat gerucht komt van hier'', zegt Bodo de Vries van de Europüische Senioren-Akademie. In februari vertelde Inge Kunz tegen de Rheinische Post, een grote krant uit Düsseldorf, dat zij tegen euthanasie is, en tevens vertelde ze dat er in Suderwick een Duits-Nederlands verpleeghuis komt. Suderwick is vastgegroeid aan het Nederlandse Dinxperlo; samen zijn Dinxperlo-Suderwick een van die Duits-Nederlandse plaatsen waar het samenleven voorbeeldig verloopt, zozeer zelfs dat er nu dus in het Duitse deel van het dorp een Duits-Nederlands woon- en verpleeghuis komt. Alleen leidde de pers uit de woorden van Inge Kunz af dat dat tehuis als toevluchtsoord dient voor Nederlandse ouderen die bang zijn slachtoffer te worden van ongewilde euthanasie aan de Nederlandse kant van de grens. Meteen daarop stuurde Kunz een brief om dat recht te zetten.
Maar het gerucht was geboren, en sindsdien duikt het elke maand wel ergens op in de Duitse media: Nederlandse bejaarden vluchten voor euthanasie naar Duitsland. ,,Van de week belde 'Report aus Mainz' weer om ernaar te vragen'', vertelt Kunz, inmiddels bijna een halfjaar later. Dat tv-programma heeft ze uit de droom geholpen, maar het gerucht blijft terugkeren. Thomas Rachel, lid van de Bondsdag voor de CDU, herhaalde het in het weekblad Rheinischer Merkur van 8 mei: ,,Maar er zijn ook Nederlandse burgers die in de late fase van hun ziekte in het Duitse Rijnland behandeld willen worden, omdat ze zich hier beter verzorgd voelen en niet bang hoeven te zijn voortijdig aan een levensbeëindigende maatregel onderworpen te worden.'' Gevraagd waarop hij dit baseert, antwoordt Rachel: ,,We hebben dat gehoord van mensen uit de protestantse kring in de CDU uit grensregio's zoals Kleef.'' Concreter kan Rachel niet worden, zegt hij, maar hij neemt een beetje gas terug door toe te voegen dat de euthanasievlucht 'geen massaal verschijnsel is'.
De kritiek op de Nederlandse euthanasiepraktijk blijft aanhouden in Duitsland. Maar indianenverhalen over vluchtende bejaarden helpen het debat niet verder, zeker niet in Nederland, waar keiharde kritiek uit het buitenland al snel een egelstelling uitlokt die elke twijfel aan de eigen koers bij voorbaat onmogelijk maakt. Inge Kunz: ,,Er is geen twijfel over mogelijk: wij zijn hier tegen de Nederlandse euthanasiepraktijk. Maar we zijn echt geen opvangkamp voor Nederlandse euthanasievluchtelingen.'' Zij benadrukt dat de mensen in het grensgebied ook helemaal niet anti-Nederlands zijn. ,,Integendeel, er bestaat in Bocholt vaak eerder fascinatie voor wat er in Holland allemaal mogelijk is.''
Vrijwilligers van Duitse hospicediensten kwamen op uitnodiging van Kunz en De Vries deze week bijeen in Bocholt. ,,Nederland komt op mij altijd over als een land zonder problemen, die bonte huizen in Winterswijk en niemand die kijkt of iemand wit is of zwart, geel of wat dan ook'', zegt een hospicemedewerkster. Maar van de Nederlandse euthanasiepraktijk wil ook zij niets weten.
Wat veroorzaakt toch dat grote verschil tussen twee landen die verder zo op elkaar lijken? ,,Nederlandse collega's zeiden mij dat wij door onze geschiedenis niet meer onbelast kunnen oordelen'', vertelt prof. Franco Rest uit Dortmund, een voorman van de Duitse hospicebeweging. ,,Op die wrede opmerking heb ik net zo hard geantwoord dat ik hoop dat Nederland niet eerst een geschiedenis als de Duitse zal moeten doormaken om in te zien dat euthanasie niet kan.'' De nazi's hebben destijds tienduizenden gehandicapten gedood zonder hen om hun wil te vragen, of laten sterven door voedselgebrek, omdat hun leven lebensunwert, het leven niet waard, werd geacht.
In Nederland is iets heel anders aan de hand, want euthanasie is, althans volgens de wet, alleen mogelijk op mensen die daar zelf om verzoeken. Maar ook zonder verzoek wordt er gedood, de zogenaamde euthanasie op wilsonbekwamen, die van de wet niet mag maar door het openbaar ministerie onder voorwaarden al sinds jaren wordt gedoogd, en het is vooral deze euthanasie zonder verzoek die in Duitsland absoluut niet te verkopen is. Franco Rest trekt resoluut de vergelijking tussen de euthanasie van de nazi's, die leven van gehandicapten het leven niet waard achtten, en de Nederlandse euthanasie op wilsonbekwamen omdat hun 'kwaliteit van leven' voor onvoldoende wordt gehouden. ,,Als wij in Nederland iets dergelijks waarnemen, dan leidt dat bij ons, als Duitsers, tot zorgen'', zo trekt Rest de leer uit het eigen verleden.
De verbijstering over de Nederlandse praktijk blijft niet beperkt tot de hospicebeweging, die bekendstaat om haar verzet tegen euthanasie. In de linkse Süddeutsche Zeitung stond donderdag een frontale aanval op de Nederlandse praktijk. Kop: 'Geringe levenskwaliteit: de duistere praktijk van euthanasie in Holland - tot moord aan toe'. Ook in deze krant vallen de auteurs over het feit dat Nederland altijd ter rechtvaardiging naar voren heeft gebracht dat mensen die lijden en zelf vragen te mogen sterven daartoe het recht moeten hebben, maar intussen ook toelaat dat mensen worden gedood die daar niet om hebben kunnen of willen vragen. Met zelfbeschikking over het eigen leven heeft dat helemaal niets meer van doen, het suggereert veeleer dat in Nederland de artsen beschikken. ,,Bij nadere beschouwing van de euthanasiepraktijk zijn duidelijke paternalistische tendenzen bij artsen vast te stellen'', schrijft de krant. Niet de mens die ziek is beslist in Nederland, maar zijn arts, die soms een verzoek om euthanasie afwijst - en soms juist zonder dat de patiënt erom verzoekt - hem doodt, schrijven Fuat Oduncu en Wolfgang Eisenmenger in de Süddeutsche. Zulke gevallen van euthanasie zonder dat degene die sterft erom heeft gevraagd, kwamen in 2001 900 keer voor, zo citeert de krant uit recent Nederlands onderzoek.
Daar komt bij dat het doel van de legalisering, zorgen dat artsen elk geval van euthanasie melden zodat ze ook verantwoording afleggen voor hun handelen, bij lange na niet wordt gehaald. ,,In de praktijk is de ernstig zieke aan zijn arts overgeleverd'', concludeert de Süddeutsche.
Maar hoe gaan ze in Duitsland dan om met de dilemma's die, soms ook door de moderne medische technologie, ontstaan? Moeilijke gevallen kunnen er toch niet alleen in Nederland zijn?
Een arts van een hospice in Berlijn vertelt stervende patiënten die erg bang zijn voor pijn en bij wie hij deze niet op een andere manier afdoende kan bestrijden, met medicijnen in een sluimertoestand te brengen. Voor een pragmaticus zal de vraag opduiken of de patiënt dan niet net zo goed kan worden gedood, maar voor deze arts is dat onbespreekbaar. Bij pijnbestrijding gaat hij tot het uiterste, inclusief het buiten bewustzijn brengen van mensen, maar die laatste stap zet hij niet. De arts beschikt niet over de dood.
Ook Inge Kunz van het hospice in Bocholt noemt dit als oplossing voor moeilijke dilemma's. ,,Wij hadden een zeer jonge vrouw met kanker bij ons, die korte tijd later gestorven is. Zij zei: 'Als ik de keuze had om zelf aan medicijnen te komen, om op het moment dat het niet meer gaat er een einde aan te kunnen maken, dan zou ik de resterende tijd van mijn leven veel rustiger doorbrengen.'' Kunz heeft die medicijnen niet gegeven. In plaats daarvan is ook deze vrouw met medicamenten in een sluimertoestand gebracht en uiteindelijk op natuurlijke wijze overleden.
Met morfine hebben Duitsers evenmin een probleem. Pijnbestrijding is geboden, ook als dat als neveneffect een bekorting van de levensduur heeft. Sommige Nederlanders veronderstellen dat in het buitenland met morfine aan heimelijke euthanasie wordt gedaan, die dan huichelachtig als pijnbestrijding wordt voorgesteld. Zo schreef de verpleeghuisarts Bert Keizer in 1999 in Trouw 'dat het bijna morfine uit de plafonds regent in die hospices'. Volgens de medewerkers van Duitse hospices is dat niet waar. Bovendien wordt in Nederland per hoofd van de bevolking bijna vier keer zoveel morfine voorgeschreven als in Duitsland, vertelt prof. Rest. Daarin ziet hij geen probleem, integendeel, hij is onder de indruk van de goede pijnbestrijding en terminale zorg in Nederland. Alleen die laatste stap die Nederlandse artsen zetten, het actief beëindigen van iemands leven, die volgt hij niet.
Naast morfine bestaat er in Duitsland nog een manier om met dilemma's om te gaan waarin Nederlanders soms kiezen voor euthanasie: de zelfverkozen dood, maar dan ook zelf uitgevoerd. Anders dan in Nederland is in Duitsland hulp bij zelfdoding niet verboden. Wat in Nederland eerst bij de euthanasiewet is toegestaan, is in Duitsland nooit verboden geweest: een ander helpen te sterven door bijvoorbeeld de medicijnen in huis te halen. Alleen, een opmerkelijk verschil met Nederland, juist artsen mogen dat volgens hun tuchtrecht nooit doen. Prof. Rest vindt het een essentieel verschil of iemand zichzelf het leven neemt of dat een ander dat voor hem doet.
Deze acceptatie van zelfdoding, gekoppeld aan het volstrekte afwijzen van het doden van een ander, is een van de wezenlijke verschillen tussen Duitsland en Nederland.
Het geeft in elk geval aan dat de zelfbeschikking van de mens om wie het gaat in Duitsland zeker niet minder belangrijk wordt gevonden dan in Nederland. Integendeel, juist het feit dat in Nederland ook euthanasie wordt gepleegd op mensen die daar niet om hebben gevraagd, bijvoorbeeld omdat ze in coma liggen of Alzheimer hebben, is volgens veel Duitsers een grove aantasting van de zelfbeschikking van die mensen.
In de Süddeutsche Zeitung schrijven de auteurs op grond van het cijfer van 900 gevallen van euthanasie zonder verzoek per jaar: ,,De cijfers bewijzen duidelijk dat het eerdere gedoogbeleid van de Nederlandse staat een niet meer tot staan te brengen misbruik van euthanasie in gang heeft gezet. En het valt te vrezen dat de huidige wet dit misbruik nog eenvoudiger maakt.''
Op de Nederlandse ambassade in Berlijn heeft persattaché Jan Boeles het vernietigende artikel in de Süddeutsche Zeitungook gezien. Zulke publiciteit had hij al voorzien, sinds recente onderzoeken in Nederland cijfers hadden opgeleverd over het aantal gevallen van euthanasie op wilsonbekwamen en over de gevallen van euthanasie die door artsen niet worden gemeld. In Nederland mogen die cijfers dan weinig ophef hebben veroorzaakt, in het buitenland ondergraven ze de vroegere rechtvaardigingen van het Nederlandse beleid. Tevergeefs heeft de persattaché de ministeries van buitenlandse zaken en volksgezondheid in Den Haag herhaaldelijk ,,om woordvoering gevraagd''. Zijn vraag is: hoe moet dit worden verdedigd?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.