Elena Simons werkt aan een vrolijk geschenkboekje 'Pret met moslims'. Op deze pagina beschrijft zij wekelijks haar ontmoetingen met moslims op straat en perron, in het café en thuis.
Ik vind het prettig om anderen te veroordelen. Ik heb er zelfs een leuke hobby aan te danken. Mijn hobby is van mening veranderen. Voor mij is Bastiaan dan ook goud waard. Met een wandeling en een gesprek laat hij mij van mening veranderen over straatjongens, junks, crackdealers en gabbers. We wandelen in Oost, een Amsterdamse wijk die vanuit het Centrum een zwarte wijk heet.
Het begint bij het tempo waarin we lopen. ,,Niet zo snel'', zegt Bastiaan, en met grote inspanning vertraag ik mijn pas. ,,Hoe langzamer je loopt hoe beter. Ik ben er trots op als echte straatjongens mij inhalen. Het mooie van deze wijk is dat we de tijd hebben. Mensen in het centrum haasten zich, omdat ze alleen hun doelstellingen zien.''
Nu we zo sjokken zie ik inderdaad veel nieuwe dingen. Het dunne snoertje waarmee iemand elektriciteit aftapt van een openbare lamp. Hoe een oud blikje tussen de treinrails van boven verroest en van onderen verkleurt. De troepjes bij een boom.
,,Deze plekjes zijn interessant voor junks'', zegt Bastiaan, ,,ze weten precies waar mensen stiekem iets uit de auto gooien en hebben van de stad een jungle gemaakt. Alles kunnen ze ergens voor gebruiken. Tussen het folie in een sigarettenpakje laat iemand soms geld achter, de as van sigaretten komt van pas om op je crackpijp te leggen zodat de crack er niet doorheen valt.''
Ik vond junks altijd spastisch en vies, met hun neiging om obsessief tussen straattegels te speuren. Voor een autarkische junglebewoner heb ik meer respect.
Van de crackroker komen we op de verkoper. Bastiaan: ,,Mensen vinden crackdealers dom en eng. Ik ben eens met mijn gettoblaster en rapmuziek bij de dealers gaan staan. Het bleek dat ze erg slimme reacties hadden op de teksten. Rap praat met de mensen van de straat, daarom is het zo relaxed om deze muziek op straat bij me te hebben.'' Oké, crackdealers zijn pienter. Onthouden we.
En dan haalt Bastiaan zijn bomberjack van huis, op de heetste dag van het jaar. ,,Deze jas heb ik uit mijn gabbertijd, de beste tijd van mijn leven. We voelden ons brothers, iedereen was bezig om met z'n allen samen zoveel mogelijk lol te hebben. Met de auto reden we naar feestjes in Eindhoven, Utrecht, Rotterdam. Gabber was uniek Nederlands. We waren er trots op omdat alle producten tegenwoordig wereldwijd zijn. Vandaar die Nederlandse vlag op de jas. Daarmee ben je toch geen nazi?'' Het komt bij me terug. Gabbers, dat waren eenvormige jongeren met kale koppen en trainingspakken die heel raar dansten. En nu ineens vind ik het jammer dat ik geen gabber was.
Ik ga vermoeden dat ik geen kant op kan kijken of de werkelijkheid zal me verrassen. Ik kijk naar Bastiaan. Hij ziet er niet uit als een moslim. Zijn roots liggen in Drenthe. Deze slimme jonge kunstenaar met een boksbal in zijn kamer en favoriete milkshake kiwi, zegt: ,,Tweeënhalf jaar geleden ben ik begonnen met lezen in de Koran, bidden leerde ik op internet. De Koran is een keihard boek, geen respect voor zwakte. De Koran zegt tegen mij: come on motherfucker, let's get up and fight cause
you're not in your ultimate mode. Er bestaat geen hiërarchie binnen de islam, geen paus. Niemand is hoger dan jij, alleen God.''
Deze egalitaire houding komt bij Bastiaan overal terug. Hij laat zien hoe ik allerlei 'lage' typen mensen kan respecteren. Maar zelfs hij heeft niet voor iedereen respect. ,,Bin Laden kan op veel sympathie rekenen bij moslims, maar hij is een racist. Iedereen met een Amerikaans paspoort mag je doden, wat!? Als ik Bin Laden tegenkom, dan daag ik hem uit, die motherfucker.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.