De Slufter op Texel is de enige plek in ons land waar de Noordzee twee keer per dag het land in- en uitstroomt. Als het aan de natuur had gelegen, hadden we dat op meer plaatsen langs de zeekust gehad, maar de mens stak er een stokje voor. Dat is alleen niet bij de Slufter gelukt, wat een bijzonder stuk natuur opleverde.
In de dertiende eeuw vormde zich een breed strand ten noorden van het dorpje De Koog. In 1629 en 1630 werden er rietschermen geplaatst en zandbinders zoals helm geplant om duinvorming te bevorderen. Zo kwam een verbinding tot stand tussen Texel en het duineilandje Eyerland. We kennen die hoge stuifdijk nog als de Zanddijk.
Tegen deze stuifdijk slibde land aan, een schorrengebied dat in 1835 werd bedijkt. Dat werd de tegenwoordige polder Eierland. Ten westen van de Zanddijk bleef de Slufter een deel van de Noordzeekust, twee keer per etmaal door het zeewater overstroomd.
In 1855 werden langs de Noordzeekust stuifdijken aangelegd om de Slufter van de zee af te sluiten en een nieuwe landbouwpolder te scheppen. De stuifdijken braken door en de Slufter bleef toegankelijk voor de Noordzee, op het zuidelijke deel, de Muy, na.
Zeldzaam
Omdat geleidelijke overgangen tussen zout en zoet en de bijbehorende dieren en planten zeldzaam zijn geworden, is de Slufter in de vorige zomer flink uitgebreid. Bij de Krimweg heeft Staatsbosbeheer twee dijkjes weggegraven, die het noordelijke deel van de Sluftervallei droog hielden. Tegelijkertijd werden daar de begroeiing en de ontstane humuslaag tot op het kale zand verwijderd. In het stormweekend van oktober vorig jaar is het zeewater weer in dit deel van de Slufter geweest. Staatsbosbeheer verwacht dat dit vaker zal gebeuren en dat het zeewater zich weer zal vermengen met zoet kwelwater uit het duingebied, wat mogelijkheden schept voor een zeldzame planten- en dierenwereld.
Bunkervallei en Groene Hoek, die omstreeks 1943 en in 1955 werden ingepolderd, vormen nu samen een zandvlakte van vijftien hectaren. Ze lijken in deze droge zomer op de afgeplagde delen van de Kennemerduinen bij Haarlem, waarover ik eerder dit jaar schreef. De bodem is hier minder diep afgeplagd, maar een paar centimeter. Er lopen wat schapen met lammeren, die hier niets te grazen hebben.
Soorten
Staatsbosbeheer verwacht dat zich in de zandvlakte zeldzame plantensoorten zoals knopbies, strandduizendguldenkruid en parnassia zullen vestigen. Al die soorten groeien al in de Slufter, zagen we, toen we met boswachter Erik van der Spek een rondje door het noordelijke deel liepen.
Even grijs als de overjarige stengels van de zeerus, die zo ver het oog reikt een niet afgeplagde vlakte bedekt, zijn de vele pollen van de knopbies, waartussen jong groen ontspruit. Waar deze karakteristieke bies groeit, kun je op een bijzondere flora rekenen.
Verspreid in de vlakte bloeien late pollen Engels gras met propperige roze bloeiwijzen en de eerste lamsoren, die in augustus grote delen van de Slufter als een heideveld lilapaars kleuren. Strandduizendguldenkruid, de bladeren al vergeeld, bloeit overdadig naast de gele zonnetjes van de thrincia en waar watermunt onder de laarzen wordt gekneusd, riekt het naar mint. Uitbundig geel bloeien rolklaver en echt walstro op plekken waar niet werd geplagd. Het is de vraag of die zullen standhouden, als de zee bezit neemt van de valleien.
Dynamiek
Geel zijn ook de bloemen van zilverschoon, dat rode uitlopers maakt over het maagdelijke zand. ,,Zilverschoon is typisch voor zout-zoetovergangen, want het houdt van een dynamisch milieu'', zegt Erik. ,,Kijk, dit hier is dwergbloem.'' Hij wijst een paar nietige plantjes aan op een kaal plekje tussen de hogere begroeiing. Dwergbloem is na mosbloempje het kleinste plantje van onze flora, laag bij de grond, met ruitvormige blaadjes en bijna onzichtbare bloempjes, die uitsluitend opengaan bij warm weer en dan nog alleen in het begin van de middag. Een loep is nodig om ze goed te kunnen zien. De dwergbloem heeft de twijfelachtige eer nu gerekend te worden tot de tweede categorie van de rode lijst: ernstig bedreigd. Voor 1950 was het plantje uit 137 uurhokken bekend, daarna uit maar 37 uurhokken (atlasblokken van 5 bij 5 kilometer), voornamelijk in niet ontwaterde delen van de duinstreek.
Vogels en vlinders
Een blauwe kiekendief wiekt over de russenvlakte. Een vrouwtje, te zien aan de witte stuitvlek. Wulpen komen angstig roepend boven ons vliegen en hoog in de hemel tiereliert een veldleeuwerik. Tot voor kort een gewone weidevogel, die zich in de polders steeds minder laat horen. ,,Op Texel broedt hij meer in de buitenduinen dan op de Slufter,'' zegt Erik.
Op een enkele plek schieten akkerdistels op. De blauwpaarse bloemhoofdjes trekken veel insecten. Het gonst van de vliegen, bijen en hommels en met wijdopen wieken koestert een duinparelmoervlinder zich in de zon. Even oranjerood als de kleine vos, met een zwarte tekening en op de onderzijde van de achtervleugels zilverwitte vlekken. Een vlinder van droog duingrasland, in zijn voortbestaan bedreigd en niet alleen in Nederland. Uit Vlaanderen is hij al verdwenen en in Walloniƫ en Noord-Frankrijk zijn nog maar een paar kwetsbare populaties over. ,,Een zwaar wegende kwaliteitsindicator'', schrijft vlinderdeskundige Frits Bink, die tevens meldt dat de soort gebaat is bij lichte begrazing. Van Slufterschapen bijvoorbeeld, denk ik dan.
Die eten zonder schade het giftige duinkruiskruid, dat dodelijk is voor paarden en runderen en nu kaal wordt gevreten door honderden geel en zwart geringde zebrarupsen van de sintjakobsvlinder. De rupsen accumuleren in hun lijf het in hun voedselplant voorkomende senecionine, een vergif dat ze oneetbaar maakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.