ROTTERDAM - De rechtbank in Rotterdam stevent af op een groot proces tegen twaalf mannen die worden verdacht van terroristische activiteiten.
Leden van de groep kregen gisteren te horen dat zij waarschijnlijk blijven vastzitten tot hun zaak in mei gedurende elf dagen zal worden behandeld.
Volgens het openbaar ministerie hebben sommige mannen in Nederland jongens geronseld voor de islamitische strijd. Anderen zouden op het punt hebben gestaan om af te reizen en aan die strijd deel te nemen.
Voor een pro-formazitting, een tussentijdse zitting over de stand van zaken in het onderzoek, nam de rechtbank buitengewoon veel tijd. Advocaten wezen erop dat de verdachten vastzitten voornamelijk op basis van gegevens die de algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft verzameld. De Rotterdamse rechtbank bepaalde eerder in een andere zaak dat niemand als verdachte mag worden aangemerkt op grond van louter AIVD-gegevens. Maar inmiddels ligt er een uitspraak van een hogere rechtbank die zegt dat dat wel mag, dus dit bezwaar werd verworpen.
De advocaten brachten ook in dat het OM een oud wetsartikel tegen de verdachten gebruikt. Die zouden 'de vijand hebben geholpen in oorlogstijd'. Nederland is niet in oorlog, zeggen de advocaten. Wél, meent het OM, namelijk met het terreurnetwerk Al-Kaida. De rechters vonden deze kwestie te ingewikkeld en willen hierover pas in mei beslissen, als ook deskundigen in het oorlogsstrafrecht zijn gehoord.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.