*

 

De les van 1953 geldt nog

Frans Dijkstra − 03/02/03, 00:00

OUDE TONGE - Doodstil was het onder overlevenden en nabestaanden van de watersnood toen een van hen haar verhaal deed. Een verhaal over een woeste winternacht op een dak dat net boven het water uitstak.

,,We zaten met tien mensen op dat dak'', vertelde mevrouw C. van den Ouden aan 800 mensen, onder wie koningin Beatrix die zaterdag naar Oude Tonge was gekomen voor de herdenking van de ramp. Veel aanwezigen hadden ook op daken gezeten. Toen de dag aanbrak, zagen ze vrijwel alleen het woeste water om zich heen.

,,We zagen veel dode dieren drijven en ook veel mensen'', herinnerde mevrouw Den Ouden zich. ,,We kregen veel hagelbuien en werden erg koud, zo koud dat de hagel op onze benen niet meer smolt. Die hagel vingen we op in onze handen om wat te drinken. Uren hebben we een man horen roepen: help, help me. Tot ook hij stil werd.''

Een oude man die ook op het dak zat, ging plotseling rechtop zitten en zei: ,,Ach, daar drijft mijn vrouw, ik zie het aan haar groene rok.''

Vijftig jaar na de ramp lijken de verhalen nog vers. Misschien doordat ze niet zo vaak verteld worden. De mensen in het zuidwestelijke kleigebied van Nederland lopen er niet mee te koop.

In Oude Tonge vielen ruim 300 doden, dat was tien procent van de bevolking destijds. Ze liggen bijeen in een massagraf. De begraafplaats is zo klein dat er twee namen op de meeste kleine grafstenen staan.

Een stelsel van dammen en waterkeringen moet het land nu beschermen. Maar commissaris der koningin van Zuid-Holland, J. Franssen, waarschuwde tegen genoegzaamheid. ,,We kunnen niet garanderen dat er nooit meer een ramp zal plaatsvinden. Daarvoor zijn de natuurkrachten te groot en ongewis.''

De stijging van de zeespiegel en het inklinken van de bodem maken de kust opnieuw kwetsbaar. ,,Niets of te weinig doen, dan wel te laat in actie komen, kan desastreuze gevolgen hebben. Die les van 1953 geldt nog steeds'', zei de commissaris.

Het gure winterweer met jagende sneeuw leek zaterdag een passend decor voor de herdenking. Op hooggehakte laarsjes sjouwde de koningin aan het hoofd van haar gevolg over dijken en besneeuwde vlaktes. Hoewel ze met een helikopter naar het rampgebied van weleer was gekomen, had ze haar eigen koninklijke autobus laten komen voor de tocht van het Zuid-Hollandse Oude Tonge naar het Zeeuwse Ouwerkerk, waar in 1953, negen maanden na de stormvloed, het laatste gat werd gedicht.

Naast alle plaatselijke gedenktekens in het gebied, ontwikkelt Ouwerkerk zich tot een centrum voor herdenkingen. Vooral doordat er een museum is gekomen. Pogingen van overheden om zo'n museum op te richten zijn op niets uitgelopen. Vrijwilligers slaagden er twee jaar geleden wél in. Het is gevestigd in één van de vier betonnen caissons, die in 1953 werden afgezonken om het diep uitgesleten gat af te sluiten.

Een paar waterplassen zijn achtergebleven. Het water is na een halve eeuw nog brak, dus vogels zie je daar niet drinken. Maar kampeerders, de nieuwe vloed die Zeeland overspoelt, malen daar niet om.

mailIcon print |