AMSTERDAM - De watersnoodramp van 1953 luidde een tijdperk in van ongekende waterwerken. Nederland zwol van trots in zijn strijd tegen het water. Maar wijs is het nog altijd niet.
,,We pompen onszelf nog steeds omlaag. We leggen nog steeds kades aan langs rivieren en bouwen nog steeds huizen in de vloedvlaktes van Maas en Waal'', zegt Henk Saeijs, die bijna dertig jaar werkzaam was bij Rijkswaterstaat, vandaag in een interview met Trouw. ,,Steeds weer vergeten we dat we in 60 procent van Nederland ver beneden de zeespiegel leven en dat absolute veiligheid niet bestaat.''
De zee blijft dreigen. Niet dat er een vergelijkbare ramp voor deur staat. Maar de Noord-Hollandse duinen zijn smal en kwetsbaar, evenals de kust van het Westland en van Goeree.
De zwakke plekken werden twee jaar geleden in kaart gebracht in de Visie Hollandse kust 2050.
Dramatisch zijn die zwakten niet. Er moet werk van worden gemaakt, maar omvang en kosten van de maatregelen zijn te overzien. En wonen aan zee vergt nu eenmaal werk.
Henk Saeijs prijst zich in ieder geval gelukkig dat Nederland nog tijdens de bouw van de Deltawerken in de gaten kreeg dat een volledig buitensluiten van de zee grote nadelen had. ,,In plaats van gezonde, biologisch rijke en productieve zee-armen zat Nederland in de jaren zeventig met overbemeste, met giftig Rijnwater vervuilde zoetwatermeren.''
De beweegbare stormvloedkering in de Oosterschelde werd het symbool van de omslag in het denken. De strijd tegen het water werd niet langer alleen uit naam van de mens gevoerd, maar ook uit naam van de ecologie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.