In Den Haag lijkt het milieu uit, maar aan de keukentafel is het nog vaak onderwerp van gesprek. Is eco goed en wegwerp slecht? Wat heeft zin en wat niet? Huishoudelijke keuzes langs de meetlat van het milieu. Aflevering 2: oud papier
Ze kwamen een paar jaar geleden ineens opzetten, de plastic folies om tijdschriften en reclamedrukwerk heen. In het begin verontschuldigde de uitgever zich nog wel: het folie zou de bezorging stroomlijnen en het milieu niet belasten. Maar allengs verdween steeds meer papier onaangekondigd in folie en moest de consument maar in zijn lot berusten.
Bovendien worden we geacht papier en plastic te scheiden. Maar dat doen we niet. Naar schatting één procent van de vracht die papierhandelaren ophalen, bestaat uit die folies. Dat lijkt niks, maar op het totaal van ruim een miljoen ton oud papier dat we met z'n allen jaarlijks aan de straat zetten, komt dat overeen met tien miljoen kilo plastic die de oudpapierbedrijven ertussenuit moeten vissen en moeten afvoeren.
Daar is Hans Koning, directeur van de brancheorganisatie FNOI, niet blij mee. ,,Al dat plastic kost handenvol geld. Het lost niet op, verstopt de zeven van de pulper en moet daarom handmatig uit het oud papier worden verwijderd.'' Koning heeft zich daarom voorgenomen om de burger te leren oud papier weer netjes apart te houden.
Daar zal hij nog een hele klus aan hebben. Op zich zijn we heel goed in het papierinzamelen. Van de 225 kilo die we jaarlijks per persoon gebruiken, brengen we bijna 70 procent terug. En onlangs heeft de branche met de overheid afgesproken om onze score op te krikken naar 75 procent.
Maar er komt steeds meer troep tussen het oud papier. Niet alleen plastic folies, maar ook ringbanden, pizzaresten en melkpakken. En Koning weet dat hij met elke kilo papier die hij extra inzamelt, naar verhouding meer afval meekrijgt. Ooit, toen de jongens van de voetbalclub of de dames en heren van de kerk langs de deuren gingen, boden de mensen hun papier nog netjes gebundeld aan. Met de bakken die anoniem aan de straat worden gezet, is ook de rommel geïntroduceerd. En uit steekproeven is Koning gebleken dat in gemeentes die hun burgers per kilo ingeleverd restafval laten betalen, erg veel troep in de papierbakken verdwijnt.
Het is de vraag of 75 procent wel een nastrevenswaardig percentage is. Koning vindt natuurlijk van wel, maar Henk Moll, milieukundige aan de Rijksuniversiteit Groningen, heeft zijn twijfels. Niels Schenk, een promovendus van Moll, heeft aan het nut van de papierinzameling zitten rekenen en is tot de conclusie gekomen dat het optimum ligt bij een hergebruik van 40 à 60 procent. De rest kan beter worden verbrand.
Moll: ,,Vroeger had de inzameling duidelijke voordelen. Een bosarm land als Nederland hoefde dan minder grondstoffen te importeren en de afvalberg werd niet zo hoog.'' Dat verhaal is de laatste jaren wat bijgekleurd. Veel afval wordt nu verbrand en papier is een goede energiebron die de verbranding kan onderhouden. En dat is nog voordelig ook: omdat papier is gemaakt van bomen, die het broeikasgas CO2 hebben vastgelegd, draagt deze verbranding niet bij aan de opwarming van de aarde. Moll: ,,Als je papier ziet als biomassa, dus als duurzame energiebron, krijg je de eigenlijke toepassing er gratis bij.''
Er is nog een argument om papier maar meteen te verbranden. Op het eerste oog lijkt herverwerking van papier te prefereren. Het levert Nederland een energiebesparing op die overeenkomt met het gasverbruik van de gemeente Den Haag. Maar voor recycling is fossiele energie nodig en het draagt dus bij aan het broeikaseffect. Voor nieuw papier hoeft dat niet te gelden. Als je het hout splitst in cellulose en houtstof, kun je van het eerste mooi, houtvrij papier maken waarbij je de houtstof gebruikt als energiebron. Dan is de productie CO2-neutraal. Maar Koning gelooft dit sommetje niet. Hij haalt een studie van het Centrum voor Energiebesparing aan waaruit blijkt dat inzamelen de beste optie is. Volgens het CE kost het malen en persen van nieuw hout tot houtpulp veel te veel energie.
Er zit nog een addertje onder het gras. Het hout komt uit productiebossen. Die kun je weliswaar op peil houden door voor elke omgehakte boom een nieuwe te planten, maar zo'n productiebos heeft niet veel meer met natuur te maken. Ooit stond daar -in Scandinavië vooral- een echt oerbos, nu is het er een dooie boel tussen de bomen.
Als we de recycling zouden afschaffen en al ons papier na één keer gebruik zouden verbranden, moest ons productiebos drie, vier keer zo groot worden. En elke Nederlander heeft nu al voor zijn papierbehoefte een bos van een kleine hectare nodig. Als we stoppen met recyclen, wordt dat productiebos drie hectare groot. Voor heel Nederland is dat een oppervlak groter dan heel Zweden.
Duizelig geworden van het gereken? Het kan ook eenvoudiger. Als u zo'n sticker op uw brievenbus plakt, bespaart u 50 kilo papier per jaar. En hoeft u ook niet meer dat folie eraf te scheuren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.