*

 

Vandaag Bos, morgen een machtige Koekoek

Hans Goslinga − 11/01/03, 00:00

Dertig jaar geleden noteerde Harm van Riel, de politieke peetvader van VVD-leider Hans Wiegel, dat politieke partijen steeds meer de rol gingen spelen van 'doelcorporaties, naar macht strevende elementen, gedragen door de sympathie, het vertrouwen van bijna anonieme massa's, in beweging gebracht door dikwijls ondoorgrondelijke emotionele aspecten'. Hij keurde dat goed noch af, maar aanvaardde die ontwikkeling als een gegeven. Van Riel beschouwde zichzelf als een realist en hij vond dat je als politicus moest profiteren van de omstandigheden, in die dagen het op gang komende proces van ontbinding in de confessionele wereld.

In een brief aan Geertsema, de voorganger van Wiegel, schreef hij dan ook met de sardonische ironie hem eigen dat het 'de zedelijke plicht' van de VVD was van dat proces te profiteren. Het liberalisme als gedachtenwereld was in deze ideologieloze tijd nauwelijks meer geschikt om de massa aan te spreken: te genuanceerd en te sterk verbonden met een elite. Geertsema en anderen moesten dus ophouden te wroeten tegen het leiderschap van Wiegel, want deze jongeman was onder de nieuwe omstandigheden de ideale figuur om de VVD groot te maken. Hij verstond de kunst politieke kwesties gevoelsmatig op te lossen en hij beschikte over charisma. In Van Riels ogen hield charisma in dat het publiek in een politicus 'iets van een verbeterde, maar vooral niet al te zeer verbeterde versie van zichzelze ziet'.

De grillige bewegingen die sinds een jaar optreden in de kiezersvoorkeur geven aan dat Van Riel het niet zo gek zag. In de afgelopen jaren zijn niet alleen de confessionele kiezers op drift geraakt, maar ook het trouwe electoraat van de PvdA. Van Riel vond dertig jaar terug dat zijn partij zich eerst moest concentreren op het binnenhalen van de katholieken en protestanten die hun oude huis verlieten, het 'slopen van de solidariteit tussen socialistische werknemers en critisch intellect', lees de PvdA, beschouwde hij als een opgave voor een volgende generatie. Hij waarschuwde degenen in zijn partij die tegen deze calculerende strategie bezwaar maakten dat als de VVD in haar opdracht verzaakte het vacuum zou worden gevuld door een 'machtige Koekoekpartij'. Het echec van de liberalen in mei vorig jaar heeft zijn gelijk bevestigd, maar ook de betrekkelijkheid ervan aan het licht gebracht, in de zin dat het in een ideologieloos tijdperk net zo gemakkelijk is kiezers te winnen als weer kwijt te raken of andersom, zoals PvdA-aanvoerder Wouter Bos lijkt aan te tonen.

Het is de vraag of we van deze grilligheid in de relatie tussen bestuurders en kiezers, bepaald door een vluchtig werkend charisma, vrolijk moeten worden. Die vraag wordt nog wat indringender bij het gegeven dat de televisie, de publieke nauwelijks minder dan de commerciële, grenzeloos is in haar zucht de politiek zowel naar inhoud als vorm te versimpelen. Er is nog maar weinig verschil tussen de benadering van Idols en de lijsttrekkers. Daardoor lijkt de veelbesproken kloof tussen politiek en kiezers kleiner te worden, maar dat is schijn. De versimpeling van politieke vraagstukken gaat zo ver (Nederland is vol: ja of nee) dat de kloof met de werkelijkheid en wat de politiek daaraan vermag te veranderen alleen maar groter wordt.

Het is verbazingwekkend hoe gemakkelijk onze politici, van Balkenende tot Halsema, zich de fratsen, flauwiteiten en grofheden van programmamakers laten welgevallen. Het initiatief van D66-aanvoerder Thom de Graaf om de reclameblokken rond het lijsttrekkersdebat morgen, waarvan hij is uitgesloten, op te kopen, heeft in het licht van die gedweeheid bijna het karakter van een verzetsdaad. Meer politici zouden op zo'n manier van zich moeten afbijten, want het gevolg van de versimpeling is onvermijdelijk gezagsverlies van de politiek, frustratie en teleurstelling bij de kiezers en nieuwe kansen voor een 'machtige Koekoekpartij' van welke snit ook.

Tot nu toe leek het erop dat partijen als het CDA en SP, die nog enige ideologie in hun ransel meedragen en dankzij een sterke ledenorganisatie stevig in de samenleving staan, het beste overeind blijven in deze tijd. Maar de snelle opwaartse beweging van de PvdA in de peilingen na één sterk televisie-optreden van Bos doet de vraag rijzen of die analyse wel stand houdt. Hier lijkt eerder sprake van de 'ondoorgrondelijke emoties', die Van Riel dertig jaar geleden aanwees als de aandrijfkrachten van de massa, of althans van de groeiende groep 'weet niet-stemmers'. Het een hoeft het ander nog niet uit te sluiten, maar de grilligheid krijgt hoe dan ook meer betekenis voor de politiek en de publieke zaak. In de negentiende eeuw verzuchtte een minister: 'Broos is het menselijk leven, maar oneindig veel brozer het ministerieel bestaan'. Nu gaat die laatste notie bijna gelijkelijk op voor ministers en kamerleden, wat de aantrekkingskracht van de politiek er niet groter op maakt en een aanslag doet op de ervaring en kennis in partijen. In de PvdA en de VVD is het afgelopen jaar een hele generatie politici weggevaagd. Derde en vierde op de liberale kandidatenlijst zijn vrouwen, Melanie Schultz en Annette Nijs, die nog niet eens een halfjaar in de politiek meelopen. Dat kan niet lang zo doorgaan.

Een antwoord van de politiek op de mediacratie kan zijn dat partijen (zoals CDA en ChristenUnie of PvdA, D66 en GroenLinks) hun krachten bundelen, zodat ze beter in staat zijn een stootje op te vangen en hun talenten vast te houden. Nu zijn ze door de onderlinge wedijver een gemakkelijke prooi en dragen ze in hun beklagenswaardigheid bij aan het verval van de parlementaire democratie.

mailIcon print |