In 2002 vond een omslag in hun leven plaats. Ze verdwenen uit de topsport en gingen wat anders doen, om verschillende redenen. Rond de jaarwisseling komt in Trouw een aantal gestopte topsporters aan het woord. Over de achtergronden van hun afscheid. Vandaag deel 5 en slot: Marcel Joost (42), ex-honkballer.
HAARLEM - Sinds 7 september 2002 heeft honkbalclub Kinheim het rugnummer 14 voor altijd verbonden aan Marcel Joost. Dat is een passend eerbetoon aan de man die op die dag de knuppel voorgoed opborg na een honkballeven vol Nederlandse records die menselijkerwijs niet meer verbroken zullen worden.
Joost moet erom lachen. Hij is de vleesgeworden nuchterheid -altijd al geweest. Geen poespas, geen heisa, geen eerbetoon; het zou in zijn paspoort kunnen staan. Joost: ,,Het is natuurlijk wel grappig, maar over vijf jaar loopt er gewoon een ander met dat nummer. Let maar op mijn woorden.'
Relativeren heeft hij altijd al gedaan. Zoals na de historische homerun die hij op de Olympische Spelen van 1996 in Atlanta tegen Cuba sloeg. ,,Ik heb er wel meer geslagen. Ooit een beslissende in een finale van een Europees kampioenschap. Díe was belangrijk. Van Cuba verloren we destijds in Atlanta, dus wie praat er dan nog over die homerun?'
Praten met Joost is praten over honkbal, want dat is zijn leven. Met nadruk 'is', want de inmiddels 42-jarige ex-slagman mag dan als speler gestopt zijn, hij blijft Kinheim dienen, nu als assistent-coach. ,,Ik had nog wel een paar jaar door kunnen gaan', mijmert Joost. ,,Maar na 23 jaar had ik het wel gezien. Wat viel er voor mij nog te bereiken?'
Het is een retorische vraag waarop het antwoord niet anders dan 'meer van hetzelfde' kan luiden. Aanscherping van records was geen uitdaging meer. Zomaar wat cijfers: Joost is record-international met 163 caps, niemand speelde meer wedstrijden op hoofdklasseniveau (859), hij produceerde 1166 honkslagen, waaronder zo'n 150 homeruns en ook de ranglijsten van de meeste runs, twee- en driehonkslagen en slaggemiddelde voert hij aan.
Vraag hem niet naar de exacte aantallen; hij weet het niet. ,,Is dat belangrijk dan?' Hij werd landskampioen met Haarlem Nicols (,,vijf of zes keer, dat weet ik niet meer') en eenmaal met Kinheim. Vijfmaal won hij met de nationale ploeg de Europese titel, vier keer met Kinheim de Europa Cup. Zesmaal deed hij met Oranje mee aan een wereldkampioenschap.
Maar gevraagd naar hoogtepunten moet Joost het antwoord schuldig blijven. ,,Dat zijn er zoveel. Ik heb zoveel leuke dingen meegemaakt, ieder jaar wel wat. Er is niet iets wat er echt uitspringt.'
Marcel Joost begon zijn honkbalcarrière bij de Pirates in zijn geboortestad Amsterdam. Op zijn achttiende verkaste hij naar Haarlem, waar hij bij de Nicols zijn debuut in de hoofdklasse maakte. Hij speelde er veertien seizoenen en maakte in 1993 de overstap naar Kinheim. ,,Ik ben me een echte Haarlemmer gaan voelen. Hier heb ik mijn successen beleefd en woon ik nu ook. Amsterdam? Daar heb ik niets meer mee.'
Joost was prof-honkballer. ,,Maar daar kun je dus niet van leven. Het was altijd bijklussen, beetje rommelen en rotzooien. Vooral 's winters, baantje hier, baantje daar.'
Hij heeft geen idee hoe zijn leven zonder honkbal verlopen zou zijn. ,,Daarom is het goed dat ik coach word. Ik wil ook wel wat voor de bond doen; de jeugdopleiding trekt me. Maar ik ben vooral heel blij dat ik bij Kinheim aan de slag kan. Mijn grootste inbreng is mijn ervaring. Ik heb gemerkt dat ik het ookgoed over kan brengen. Ervaring is negentig procent van de coaching, dus mijn inbreng is groter dan die van hoofdcoach Hofer. Haha. Maar hij is de baas.'
De laatste jaren was de van origine verre velder aangewezen slagman (staat niet in het veld, maar vervangt de pitcher aan slag). ,,Daarvan heb ik geleerd een wedstrijd anders te benaderen. Het enige wat je doet is vier- of vijfmaal in een wedstrijd slaan. Verder zit je op de bank. Dat vereist veel concentratie en dat moet je mentaal aankunnen.'
Bij zijn afscheid liet hij zich ontvallen nog een keer een wedstrijd te willen ,,met alle gasten met wie ik heb gespeeld. Ik had dat zelf wel willen regelen, maar ze hebben me beloofd dat anderen dat zullen doen. Dat is natuurlijk niet gebeurd. Ach, ze bedoelen het goed, maar nu hoeft het niet meer. Het is wel goed zo.'
Geen poespas, geen heisa, geen eerbetoon: het is, zoals gezegd, het paspoort van Marcel Joost.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.