*

 

Niet je kennis maar je kennissen

Jeannette van Ditzhuijzen − 02/01/03, 00:00

Op Curaçao zullen ze haar dit interview niet in dank afnemen, beseft Edwina Molina. Maar de Curaçaose trotseert de angst voor represailles, omdat ze haar eigen volk niet de rug wil toekeren. In haar ogen kan de schrijnende armoede pas worden opgeheven, als de Antillen met Nederland integreren: ,,De eerste Nederlandse partij die dat durft te beamen, krijgt mijn stem''.

De verkiezingen naderen. Edwina Molina, beleidsmedewerkster bij een Nederlands stadsdeel, haalt de stukken erbij om te laten zien dat de Antillen hier nauwelijks op de politieke agenda staan. Als Nederlandse politieke partijen in hun programma's al iets over de Antillen zeggen, is dat volgens haar te vaag of te veel gericht op economie, onderwijs en behoorlijk bestuur.

,,Zowel Nederland als Curaçao kijkt nauwelijks naar de sociale situatie. Hoe kunnen Antillianen deelnemen aan onderwijs, als ze geen geld hebben voor eten of schoenen, of voor de bus naar school? Of als ze van ellende drugs gebruiken? De nieuwe elektriciteitscentrale op Curaçao zou banen opleveren, maar veel sollicitanten werden afgewezen omdat ze onvoldoende waren opgeleid of aan de drugs waren.''

Molina weet waarover ze praat. Tot 1989 werkte ze in diverse welzijnsfuncties in Nederland en na een scheiding besloot ze terug te keren naar Curaçao. Daar hield ze het dertien jaar vol; uiteindelijk kon ze als ambtenaar - ze werkte bij de politie - niet tegen de verziekte politieke sfeer. Zeker niet na een conflict met toenmalig minister van justitie, Rutsel Mar tha (aan wie onlangs door de Nederlandse regering een diplomatieke functie werd onthouden). Twee dagen voor kerst dreigde hij haar op grond van een gerucht met ontslag. Dat werd teruggedraaid, maar de lol was eraf. De treiterijen sloopten Molina en in april dit jaar kwam zij maar weer naar Nederland.

Hier merkt ze dat politici en bevolking nauwelijks weten hoe de situatie op de Antillen, en dan vooral op Curaçao, écht is. ,,Daar moet 66 procent van de bevolking rondkomen van minder dan 1110 euro per maand. Een bijstandsmoeder met één kind krijgt maandelijks 170 euro. Is het geen schande dat de volksvertegenwoordigers zichzelf twee jaar geleden een inkomen van bijna 4500 euro hebben toebedeeld? In een vergelijkbare Nederlandse stad krijgen gemeenteraadsleden nog geen 1250 euro aan onkostenvergoeding.''

Molina verwijt de Curaçaose politici dat zij gemeenschapsgelden als hun eigen portemonnee beschouwen, waarmee ze kunnen doen wat ze willen. Dat drie gedeputeerden (vergelijkbaar met Nederlandse wethouders) en een minister recentelijk ontslag hebben genomen vanwege vermeende fraude, verbaast haar dan ook niet. ,,Fraude en corruptie komen overal voor. Maar gezien de vele schandalen die we de laatste jaren op Curaçao hebben gehad, vrees ik dat de corruptie op de Antillen structureel is en onvoldoende wordt bestreden.'' De oorzaak is volgens haar het gebrek aan controle en regelgeving. ,,Het gaat op Curaçao niet om de kennis die je hebt, maar om je kennissen. Politieke patronage viert nog steeds hoogtij. Dat betekent dat je een baantje krijgt omdat je een politicus hebt gesteund. Veel Antillianen zitten nu in Nederland. Door de patronage krijgen ze op de Antillen de kans niet.'' Zuchtend: ,,Wat doen wij onze mensen toch aan?''

Niet alleen politici verwijt ze gebrek aan belangstelling voor de eigen bevolking. De elite trekt zich volgens haar terug in luxe woonwijken, waardoor het verschil tussen arm en rijk extra wordt benadrukt. ,,Zodra een Antilliaan het goed heeft, gaat hij achter een muur wonen. Ook voormalig premier Pourier. Apartheid noem ik dat.'' Ze erkent dat leden van de elite wel geld geven aan arme medeburgers. Zo regelen service-clubs ontbijt op school voor kinderen in achterstandswijken. Maar volgens Molina is dat charitatieve hulp die de emancipatie van de achtergestelden niet bevordert. ,,Het initiatief is goed, maar moet worden gevolgd door een traject waarmee je de moeders van deze kinderen zelfredzaam maakt.''

Zelf richtte Molina vijf jaar geleden op Curaçao de stichting Empuhe (steuntje in de rug) op. De stichting betaalt scholing en kleding voor kinderen met leercapaciteiten van wie de ouders geen geld hebben. Ook naschoolse opvang wordt verzorgd, grotendeels voor kinderen in schrijnende sociale situaties.

,,Zulke structurele projecten heb ik met de vereniging voor maatschappelijk werk op Curaçao proberen op te zetten; zonder resultaat. Er bestaat niet eens algemeen maatschappelijk werk waar men terecht kan met persoonlijke hulpvragen. In Nederland bestaat dat al ruim 100 jaar. Verder is er geen schuldhulpverlening, geen sociaal raadsliedenwerk en geen betaalbare kinderopvang.'' Hoe belangrijk onderwijs voor de armsten is, blijkt uit haar eigen verhaal. Haar vader maakte de lagere school niet af en werkte als arbeider bij Shell. ,,Alleen dankzij een Shell-beurs kon ik studeren en een hbo-opleiding maatschappelijk werk afronden.''

De laatste tijd is vooral de verborgen armoede enorm toegenomen, vertelt Molina. Middenklassers die het goed hadden, maar het door de gedaalde inkomens en gestegen kosten niet meer redden. De huishoudelijke hulp vliegt er als eerste uit, waardoor die ook in de problemen komt. Om aan geld te komen gaan vrouwen de illegale prostitutie in. ,,En niemand die zich bekommert om het gevaar voor de volksgezondheid en verdere verloedering van de wijken. Sterker: toen er sprake was van toenemende prostitutie door illegale buitenlanders, sprak toenmalig premier Pourier openlijk zijn vrees uit voor deviezenverlies.''

Hoewel Molina niet anti-Nederland is en geenszins voor alles de schuld bij Nederland wil leggen, pleit ze Nederland niet vrij van medeschuld aan de nu al jaren durende malaise. ,,Nederland wil dat wij de bolita-slikkers tegenhouden. Maar hoe wil je de drugsproblematiek aanpakken als je niet investeert in een sociale infrastructuur? Zogenaamd om Curaçaoënaars informatie te geven over het leven in Nederland, kregen we een paar jaar geleden het Centrum Voorlichting. Maar in feite wilde men het massale vertrek naar Nederland ontmoedigen. Het heeft allemaal niets geholpen en inmiddels is het centrum ter ziele.''

Nederland moet volgens Molina ophouden met zulke 'doekjes voor het bloeden'. Ze wijst op de incompetentie van het Antilliaans bestuur en pleit voor integratie van de eilanden met Nederland. ,,We hebben in 1954 het Statuut gekregen, en daarmee onze autonomie, zonder dat Nederland de bevolking daarover heeft geraadpleegd. En toen we in 1993 een referendum hadden, liet Nederland het afweten. Het nam geen standpunt in omdat het Spaans benauwd is om zich met de Antillen te bemoeien. Intussen bemoeien ze zich wel met andere landen en moeten wij sappelen.''

Volgens Molina praten alleen de politici van beide landen met elkaar, maar communiceert Nederland niet met de Antilliaanse bevolking. Daarvan profiteren de Curaçaose politici door te zeggen dat Nederland 'van ons af wil'. ,,Nederland zou een standpunt moeten innemen'', vindt Molina.

,,Het zou duidelijk moeten zeggen dat de eilanden welkom zijn als Nederlandse provincie of gemeente. En dat het een eventuele keuze voor onafhankelijkheid ook zal respecteren. Dat durft men niet, omdat de Antillen dan roepen dat dat inmenging in intern bestuur is. Maar dat is het niet, het is niet meer dan een Nederlands standpunt. Nu wast Nederland zijn handen in onschuld door telkens te wijzen op het statuut en de autonomie. Het is bang om als koloniaal te worden gezien. Het gevolg is dat we met onze voeten stemmen en massaal hier naar toe komen. Het gekke is dat we in Nederland wél worden opgevangen, terwijl men ons op de eilanden laat stikken.''

mailIcon print |