*

 

Vissoep

Tineke Sluijter − 21/01/03, 00:00

Een friszure vissoep uit Maleisiƫ. Als basis is een zelfgemaakte visbouillon natuurlijk aan te bevelen, maar voor het gemak ga ik uit van blokjes visbouillon.

Benodigdheden voor vier personen:

400 gram rauwe garnalen

400 gram visfilet (kabeljauw)

5 sjalotjes

1 serehstengel

stukje gemberwortel (4 cm)

2 rode pepers

1 blik gepelde tomaten

2 blokjes visbouillon

3 citroenbladeren (djeroek poeroet)

1 à 2 eetlepels tamarindepasta

1 eetlepel bruine suiker

2 eetlepels limoen- of citroensap

1 eetlepel vissaus

4 eetlepels korianderblaadjes

1 eetlepel olie.

De garnalen pellen, zwarte draad verwijderen en onder de koude kraan afspoelen. Laat de garnalen in een zeef uitlekken. De visfilet in flinke dobbelstenen snijden. De sjalotjes fijnsnijden. Serehstengel (alleen het witte deel) in dunne ringetjes snijden en deze fijnhakken. Gemberwortel schillen en fijnhakken of raspen. De rode pepers in de lengte halveren, zaad en zaadlijsten verwijderen en in dunne reepjes snijden. Ook de citroenbladeren in dunne reepjes snijden.

Verhit de olie in een pan en fruit hierin, op een laag vuur, sjalotjes, sereh, gemberwortel en de rode peper. Na een minuut of vier de gepelde tomaten met het sap toevoegen.

Prak de tomaten met een vork klein en voeg dan anderhalve liter water en de bouillonblokjes toe. Breng al roerend aan de kook en voeg dan de citroenbladeren, tamarindepasta, bruine suiker, limoensap en vissaus toe. Zet het vuur laag en laat de soep, met een deksel op de pan, vijftien minuten zachtjes koken. Voeg nu garnalen en visfilet toe en laat dit in een minuut of acht gaar worden. Ondertussen de korianderblaadjes klein snijden en toevoegen. Nogmaals voorzichtig omscheppen. Proef de soep en voeg naar smaak nog wat vissaus of limoensap toe. Direct serveren.

mailIcon print |