Is Osama Rushdi een engel of een wolf in schaapskleren? De ontmaskering van een adjudant van Osama Bin Laden, vermomd als een vriendelijke asielzoeker in Zeeland, is een journalistieke droom. De Telegraaf doopte Rushdi onlangs 'de Zeeuwse Osama'. De IND wil hem uitzetten. Maar volgens Egyptenaren zou dat Al-Kaida juist in de kaart spelen. Zelf zegt hij: ,,De tijd zal voor mij getuigen.'
Over een ding hoeft asielzoeker Osama Rushdi (44) niet te tobben. Niemand zal beweren dat hij een economisch gelukzoeker is. Wie toch twijfelt aan zijn politieke motieven moet de website van de Egyptische regering openen. Daarop geldt hij als een van de belangrijkste gezochte terroristen.
Ook met zijn uiterlijk draagt hij zijn politieke gezindte uit. Zijn houding, zijn baard en kleine, moeilijk te definiëren details nopen tot de conclusie dat hij een aanhanger is van de 'politieke islam'.
De autoriteiten gaven blijk van humor toen ze Osama negen jaar geleden een woning toewezen in Zeeland. Hij ontdekte daar dat er niet alleen in het zuiden van Egypte maar ook in Nederland mensen zijn, die strikt leven vanuit hun godsdienst. ,,Je hebt daar mensen, die vanwege hun geloof geen tv mogen kijken', meldde hij destijds verbluft.
,,Ik vind Zeeuwen prachtige mensen', zegt hij in zijn studeerkamer. Hij heeft met wierook een Egyptische sfeer gecreëerd, en met 'Mariakoekjes', die hij ter gelegenheid van het orthodoxe, Koptische kerstfeest aanbiedt.
In zijn boekenkast staan veel theologische werken. Zijn grote passie is niet de theologie maar de politiek. Maar hij kan met vlijmscherpe theologische argumenten zijn bezwaren formuleren tegen mensen als Bin Laden. Hij doet dat niet alleen in zijn studeerkamer maar ook in toonaangevende Arabische kranten en zelfs op de tv-zender Al-Jazeerah. Of op zijn Arabische website www.elmahrosa.net, die een Amerikaanse provider heeft.
Met die open houding, die niet zonder risico is, oogst hij bewondering in Egypte, ook bij mensen die zijn politieke opvattingen niet delen. Onlangs boden intellectuelen van uiteenlopend politiek pluimage een petitie aan bij de Nederlandse ambassade in Cairo, waarin stond dat Nederland Osama Rushdi niet moet uitwijzen. De oppositiekrant Al-Wafd, geen boezemvriend van de politieke islam, schreef dat Nederland met uitzetting terreur zou aanmoedigen door de uitschakeling van een gematigd geluid.
De IND deelt de bewondering voor Osama niet. Met een beroep op artikel 1-f van het Vluchtelingenverdrag probeert de immigratie- en naturalisatiedienst zijn negen jaar oude asielaanvraag te torpederen. De zaak komt binnenkort voor.
Artikel 1-f maakt het mogelijk iemand tot ongewenst vreemdeling te verklaren wegens misdaden tegen de menselijkheid. Rushdi's vrouw en kinderen zullen hier, ongeacht de uitspraak, wel kunnen blijven omdat ze de Nederlandse nationaliteit hebben.
Het dagblad De Telegraaf maakte in december het voornemen van de IND bekend. 'Zeeuwse Osama moet land uit', kopte de krant, die zonder toestemming zijn foto publiceerde en zijn woonplaats onthulde. Woedend is hij over de vergelijking, die de krant maakte tussen hem en een Afghaan, die 35 studenten uit een helikopter liet gooien.
Sinds de publicatie in De Telegraaf is er, vooral op internet, veel lelijks gezegd over Osama. Een dieptepunt was een bezoek van de tv-ploeg van Willibrord Frequin, die hem achtervolgde naar zijn huis toen hij zijn dochtertje van de crèche haalde. Willibrord vroeg in de voor hem karakteristieke ruwe-bolster-blanke-pit-act of hij een kennis was van Bin Laden. De ondervraging is niet uitgezonden maar was voor de buren luid en duidelijk te horen. Osama: ,,Ik had het gevoel dat we hier revolutionaire rechtbanken hadden gekregen.'
De kelk was daarmee nog niet leeg: deze maand beschuldigde het onderzoeksinstituut International Crisisgroup (ICC) hem van contacten met de Nederlands-Indonesische voormalige studentenleider Kadunga, die onlangs in Indonesië werd opgepakt vanwege de aanslag in Bali (en snel weer werd vrijgelaten). Trouw publiceerde die bewering, samen met Osama's ontkenning. Vorige week rectificeerde ICC en schreef ze in een e-mail aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken zelfs dat Osama politiek asiel verdiende, onder andere vanwege zijn briljante profiel van Bin Ladens numero twee, de Egyptische arts Aiman Zawahri, in de New Yorker Magazine.
Wat zijn de bewijzen tegen Osama en wat pleit voor hem? Zelf zegt hij: ,,De tijd zal voor mij getuigen.' In 1997 was hij een drijvende kracht achter een wapenstilstand tussen de Egyptische regering en de militante Gama'ah Islamia. Volgens de Egyptische journalist Abd Al-Latif Menawy heeft Rushdi ook daarvoor al geijverd voor een staakt-het-vuren en namen zijn politieke geestverwanten hem dat niet in dank af.
Menawy is een politieke tegenstander van Rushdi maar heeft persoonlijke waardering voor hem, schreef hij in de Arabische krant Asharq Al-Awsat. Na 11 september 2001 legde Osama in diezelfde krant uit waarom Bin Laden in strijd met de islamitische Sjariahwet had gehandeld. Menawy: ,,Al-Kaida beschouwt uitzetting als een straf van God voor Osama Rushdi omdat hij Bin Laden bekritiseert.'
De site van de Egyptische overheid beschuldigt Osama van een rol bij de moord op president Sadat, in 1981. Rushdi heeft toen drie jaar in de gevangenis gezeten, niet vanwege die moord maar vanwege de onlusten daarna in de Zuid-Egyptische stad Asjoet. Hij is daarvoor in 1984 vrijgesproken. Daarna heeft hij, met tussenpozen, nog jaren in de gevangenis gezeten, steeds zonder aanklacht.
Osama is ervan overtuigd dat de regelmatig opduikende verhalen over hem afkomstig zijn van de Egyptische geheime dienst. ,,Wie regeert dit land?', vraagt hij zich af. ,,Is dat de Nederlandse of de Egyptische regering?' Hij geeft toe dat hij actief is geweest in de Gama'ah Islamia maar ontkent betrokkenheid bij terreur.
In de jaren tachtig groeide de Gama'ah uit tot een massale beweging, die streefde naar een islamitische staat. De Egyptische minister van binnenlandse zaken reageerde met overvallen op dorpen, vaak in de nacht. Mensen werden soms buiten op straat gefolterd. Velen van hen verdwenen voor lange tijd.
In de tweede helft van de jaren tachtig was Osama een persvoorlichter van de Gama'ah. In 1989 verliet hij Egypte. Via Saoedi-Arabië reisde hij naar Peshawar in Pakistan, op de grens met Afghanistan. In Peshawar bevonden zich toen militanten uit de hele islamitische wereld; vrijwilligers, die in Afghanistan tegen de Russen vochten. Osama zegt dat hijzelf nooit in Afghanistan is geweest, dat hij Bin Laden niet heeft ontmoet en dat hij niet heeft gevochten.
,,Ik deed journalistiek werk', zegt hij en laat een boek zien over terrorisme uit 1994 van Ibrahim Nafi, de toenmalige hoofdredacteur van de Egyptische regeringskrant Al-Ahram. Volgens dat boek, geschreven in een tijd dat de regering het bloed van elke moslimmilitant kon drinken, hield Osama zich alleen bezig met de uitgave van een propagandablad.
In 1992 reisde hij naar Albanië, een jaar later naar Nederland. Hij is er sindsdien geregeld van beschuldigd vanuit zijn ballingsoord leiding te hebben gegeven aan de Gama'ah, in een periode dat die een soort guerrilla voerde. Een dieptepunt was een massamoord in Luxor, in 1997, waarbij 68 mensen omkwamen, onder wie 58 buitenlandse toeristen. Juist in die periode woedde er binnen de Gama'ah een conflict tussen voorstanders van een wapenstilstand, onder wie Osama, en tegenstanders. Een radicale leider juichte het bloedbad bij de tempel van koningin Hatsjepsoet toe.
In de tweede helft van de jaren negentig vroeg Egypte om Osama's uitlevering. In 1997 moest hij verschijnen voor een Egyptische militaire rechtbank maar op het laatste moment bleek hij te zijn afgevoerd van de verdachtenlijst. In die tijd bracht De Telegraaf hem in verband met de moord op Sadat.
,,Nederland is een rechtsstaat', zegt Osama. ,,Ze mogen me niet veroordelen zonder bewijzen.' Maar hij heeft het tij tegen. De islam als geheel zit sinds 11 september 2001 in de verdachtenbank. Versterkt geldt dat voor de politieke islam. De belangstelling voor nuances is gering en de stelling van de Egyptische overheid dat het te gek voor woorden is dat Europa onderdak biedt aan terroristen vindt meer weerklank dan voorheen.
Osama, die zegt geen deel meer uit te maken van de Gama'ah, vindt de nuance wel belangrijk. Als een groot gevaar beschouwt hij de 'verketteraars' (takfiri's), onder wie Bin Laden en Zawahri, die in een politiek 'testament' een felle aanval deed op Osama.
Verketteraars beschouwen de Arabische leiders als afvallige moslims, die de dood verdienen. Ook iedereen die met hen 'samenwerkt', al was het maar door het betalen van belasting, is des doods schuldig. Dat geldt voor ministers maar evengoed voor schoffelaars van de plantsoendienst. Voor extremisten in Algerije is dat de theologische rechtvaardiging voor het uitmoorden van hele dorpen. Osama: ,,Het kwade brein achter die theorie is Zawahri. Hij heeft de Algerijnen ermee geïnfecteerd.'
Wie Osama's website bezoekt heeft een stevige maag nodig. Antisemieten en ook medestanders van Bin Laden komen aan het woord. Zoals een scribent die zich 'gepensioneerd terrorist' noemt. Osama: ,,In de chatbox laat ik iedereen toe. Ik wil een debat. Mensen zwijgen, ze zijn bang voor Al-Kaida en de Amerikanen. Toch is juist nu een discussie nodig.' Hij hoopt dat in die discussie de verketteraars het zullen afleggen.
Opmerkelijk is een essay van een zekere Al-Makki, die eerst Bin Laden met de honingkwast bewerkt, waarna hij hem een dolk in zijn rug plant. Tot razernij van de 'gepensioneerde terrorist'. Samengevat zegt Al-Makki: Jij, Bin Laden, bent een groot symbool, maar maak eens een balans op. Je bent in de val van de Amerikanen getrapt. Ze hebben jou groter en machtiger afgeschilderd dan je in werkelijkheid was en in die onzin ben je zelf gaan geloven. Zodat je meende dat je oorlog kon voeren tegen een supermacht, waarna ze je hebben fijngestampt. Je bent eervol ontslagen, bemoei je voortaan nergens meer mee.
Het is intelligente kritiek, zij het meer strategisch dan principieel. Osama: ,,Elk medium heeft zijn eigen lezerspubliek, dat je op een speciale manier moet aanspreken, ook met de eigen ironie. Mijn lezerspubliek verschilt van dat van De Telegraaf of Trouw. Ik vecht ervoor dat mensen in onze landen in vrijheid kunnen leven. Het vermoorden van Amerikanen is geen heldendaad waarvoor je een Nobelprijs verdient.'
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.