Het succes van Gerard van Velde en Erben Wennemars op het WK sprint in Calgary is het succes van volwassen sporters die een in Nederland lang verwaarloosde discipline van de schaatssport definitief volwassen hebben gemaakt.
CALGARY - Aan de bronzen plak in de koffer, waarmee hij gisteren vanuit Calgary terug naar Nederland vloog, kent Erben Wennemars meer waarde toe dan aan het exemplaar dat hij na het WK sprint in 1998 kreeg omgehangen.
Wennemars en de wereldkampioen van dat jaar, Jan Bos, hadden destijds optimaal geprofiteerd van de klapschaats. De overgang hadden zij makkelijker en eerder gemaakt dan bijna alle buitenlanders.
,,Deze medaille sla ik daarom hoger aan'', zei Wennemars in Calgary. Internationaal heeft het sprinten zich sindsdien enorm ontwikkeld. Nog nooit was de prestatiedichtheid op het WK zo hoog als dit jaar, niet eerder waren de tijden op het toernooi van deze kwaliteit. Wennemars stelde tevreden vast dat hij in de afgelopen vijf jaar in de ontwikkeling is meegegroeid. In 1998 was hij nog een jonge hond die voor zijn coach Peter Mueller door een muur ging, nu is hij veel uitgebalanceerder met topsport bezig. ,,Als ik nu dezelfde fratsen zou uithalen als toen, zou ik behoorlijk zielig zijn. Ik heb zoveel meegemaakt, je beleeft het zo intens, daar word je volwassen van'', aldus Wennemars.
Gerard van Velde, nummer twee van het WK, staat misschien nog wel meer dan Wennemars model voor het rijpingsproces dat het sprinten in het algemeen in Nederland de laatste jaren heeft doorgemaakt. Jarenlang was hij koning eenoog in het land der blinden, sprinten was volstrekt bijzaak. En hij was nou typisch zo'n schaatser die een paar jaar nodig had om de vereiste nieuwe techniek van de klapschaats onder de knie te krijgen.
Des te meer kan hij nu genieten van succes, in een wereld die sinds zijn eerste WK in 1991 sterk geëvolueerd is. ,,Tien jaar geleden had je ook een behoorlijk bataljon goeie sprinters, maar nu ligt de prestatiedichtheid veel hoger. De korte afstanden zitten enorm in de lift, zijn heel populair. Tegenover het allrounden is er veel terrein gewonnen.''
Beorn Nijenhuis is een voorbeeld van een talentvolle schaatser die bewust de keuze voor het sprinten maakte. De achttienjarige is regerend wereldkampioen allround bij de junioren, maar liet dat WK dit jaar al schieten. Achter hem staat nog een aantal jongeren, die dromen van de Spelen in 2006 of 2010, klaar. Onder hen Jacques de Koning en Alexander Oltrop.
Van Velde voorspelde al dat in de nabije toekomst de nationale 'gevestigde orde' -Wennemars, Bos en hijzelf- niet meer automatisch aangewezen zal worden voor het WK sprint, zoals dit keer nog gebeurde. Hij voorziet al net zulke spannende selectiewedstrijden als voor de grote allroundtoernooien.
,,Het wordt vechten voor je plekje. De ene keer ben ík het, dan weer Erben of Jan Bos. Beorn Nijenhuis zit er nu ook bij en er komen nog wel wat jonkies bij. Dat is goed voor de sport. We moeten niet meer terug naar het amateurisme van vroeger met vier man in de kernploeg. Het commerciële schaatsen is de kwaliteit in de breedte alleen maar ten goede gekomen.''
Van Velde stelde, na de huldigingen in Calgary, voldaan vast dat hij aan zijn doelstelling voor dit postolympische seizoen had kunnen voldoen: een WK-medaille halen. ,,Op mijn olympische gouden plak na is dit de mooiste uit mijn carrière.'' Dat hij niet opgewassen was tegen Jeremy Wotherspoon vond hij 'geen schande'. De Canadees beheerst de 500 meter, zei Van Velde, zoals zesvoudig wereldkampioen Igor Zjelezovski ooit de 1000 meter domineerde. ,,Jeremy was vorig jaar veruit de beste sprinter van het seizoen en dit jaar weer. Alleen, het gat is kleiner geworden.''
Des te meer waarde had het zilver voor Van Velde. ,,De grootste winst voor mezelf is dat ik met twee Nederlandse records mijn grenzen heb kunnen verleggen. De meeste schaatsers gaan in zo'n na-olympisch seizoen minder hard rijden. Er komt zoveel over je heen, je moet constant keuzes maken, je bent druk met openingetjes, je krijgt overal uitnodigingen voor, en dan zijn we thuis ook nog aan het verbouwen. Ik kwam eigenlijk elke week een dag tekort. Dan vind ik het knap van mezelf dat ik toch de goede balans heb weten te vinden.''
Hij maakte genoeg in zijn leven mee om verstandig met zijn nieuwe status als bekende Nederlander ('Tarzan') om te gaan. ,,De kunst is om steeds op het randje te gaan zitten en er niet overheen te vallen. Ik was vooraf best benieuwd hoe dit seizoen zou gaan. Ik had me er al op voorbereid dat het wat minder zou gaan. Je smokkelt wel eens een traininkje, je wilt toch ook proeven van het succes en leuke dingen doen.''
Van Velde constateerde in Canada dat de nieuwe aanpak bij TVM voor hem goed heeft gewerkt. Door de komst van Gerard Kemkers als supervisor en Jim McCarthy als krachttrainer veranderde er veel. De komende jaren, tot aan de Spelen van 2006 in Turijn, wil Van Velde blijven experimenteren. ,,We hebben alweer nieuwe ideeën om uit te proberen. Schaatsen, en zeker sprinten, draait om details. Dat maakt het leuk.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.