*

 

Arbeidsvreugde is te koop

Cees van der Laan − 20/01/03, 00:00

We hebben goede scholen, maar hoe lang nog? Het lerarentekort knaagt aan de fundamenten van het onderwijs. ,,Het is niet alleen een kwestie van geld, maar ook van arbeidsvreugde', zeggen politici in koor. Maar plezier in het werk kan je toch ook kopen?

Het verbaast me telkens weer wanneer ik mijn kinderen bij de basisschool in een veelkleurige Haagse volkswijk aflever. Volgens politici, deskundigen en media is zo'n buurtschool een vergaarbak waarin zo'n beetje alle problemen uit de Nederlandse samenleving terechtkomen. Ongeïnteresseerde of overwerkte leerkrachten, lesuitval, slechte prestaties, agressieve ouders, gebrekkig Nederlands sprekende allochtone kinderen, flinke aantallen adhd-tjes, versleten schoolmeubilair, achterstallig onderhoud, verouderde lesmethoden, vieze gangen, stinkende wc's... ga zo maar door. Een school waar je dus nooit van je leven je kinderen heen zou moeten sturen.

De realiteit is gelukkig anders. De oudste dochter van bijna zeven zit in groep drie met zeventien leerlingen onder leiding van twee gemotiveerde en bekwame - parttime- - docenten. Ze zijn met woordjes leren even snel als groep drie van een basisschool in een Voorburgse middenklassenwijk. In het lokaal van groep twee, waar de andere dochter zit, geven de juffen les met de modernste methoden en klikken de kinderen spelenderwijs door de educatieve software op de computer. De allochtone vriendjes en vriendinnen pikken het Nederlands snel op en zijn doorgaans even beleefd, zo niet beleefder dan de autochtone leerlingen. De voorschool voor peuters die het nodig hebben, ging razendsnel snel van start zodra het geld beschikbaar was. De school is schoon. En wc's? Ach, die stonken dertig jaar geleden ook al.

De docenten zijn enthousiast, ziekteverzuim valt mee. Regelmatig volgen ze cursussen. De meeste leerkrachten zijn al jaren aan de school verbonden. Als er al vacatures zijn, vinden ze snel een opvolger. Ook de onderwijsassistent heeft haar intrede gedaan. De resultaten van de school zijn goed.

Zouden de vele maatschappelijke en financiële problemen aan de school voorbij zijn gegaan? Waarschijnlijk niet. En dat gaat ook op, denk ik, voor veel andere scholen. Besturen, docenten en medewerkers slagen er blijkbaar goed in de moeilijkheden te ondervangen. Ook in volksbuurten. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) meldt in haar laatste rapport dat Nederlandse leerlingen wat betreft lees- en rekenvaardigheid tot de beste van de wereld behoren. Nederland hoort met Finland tot de landen waar kleine klassenverschillen gepaard gaan met hoge prestaties. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) meent dat opleidingsniveau en onderwijsdeelname in Nederland hoog zijn, hoewel de overheid relatief minder geld aan onderwijs uitgeeft dan andere landen. Een compliment dus voor scholen en docenten.

Toch lees ik regelmatig dat het Nederlandse onderwijs dreigt te kapseizen door een opeenstapeling van problemen: hoge werkdruk, hoog ziekteverzuim, lerarentekort, vergrijzing. De salarissen zouden te laag zijn. Door de impopulariteit van het vak zijn er geen mensen meer die voor de klas willen, laat staan op 'zwarte scholen'. En dan zijn er nog de probleemkinderen die de les van hun medeleerlingen en docenten verknallen, allochtone leerlingen die alleen hun moerstaal spreken. Dit alles tussen afbladderende verf, op kapot meubilair en met verouderd lesmateriaal. De kwaliteit van het onderwijs zou al met al hollend achteruit gaan.

Waar komt dat negatieve beeld vandaan? In ieder geval van de politici van vrijwel alle politieke partijen, met de vroegere PvdA-lijsttrekker Melkert, de huidige CDA-premier Balkenende en Pim Fortuyn voorop. Zij schetsten in de aanloop naar de vorige verkiezingen op z'n zachtst gezegd een nogal somber beeld. Er moesten miljarden bij om de armoede in het onderwijs te bestrijden, vonden ze. Ook vakbondsbestuurders en vertegenwoordigers van de vele belangenorganisaties luidden keer op keer de alarmklok.

Als je in het licht hiervan een positieve opmerking maakt over de school van je kinderen, krijg je steevast te horen dat die school toevallig een uitzondering is. Zo'n reactie is iets te makkelijk. Uit onderzoek blijkt dat ouders vaak helemaal niet zo ongerust zijn. Over het algemeen zijn zij behoorlijk tevreden over de school van hun kinderen, zo blijkt uit onderzoek van de Katholieke Universiteit van Nijmegen.

Wat vinden politici nu zelf van de kwaliteit van het onderwijs? Is het nu zo dramatisch? ,,De kwaliteit is niet achteruit gegaan. Dat blijkt ook uit allerlei rapporten', reageert Jan Rijpstra (VVD). Collega-woordvoerder Jan de Vries (CDA) onderschrijft zijn uitspraak. ,,Scholen hebben met veel creativiteit de kwaliteit kunnen waarborgen, maar we bereiken een kritische grens. Het aanhoudende lerarentekort is zorgelijk.' GroenLinks-kamerlid Naima Azough is negatiever: ,,De rek is er uit.'

Mariëtte Hamer (PvdA): ,,Op scholen wordt keihard gewerkt, maar de kwaliteit gaat achteruit. Vooral in het voortgezet onderwijs. Het basisonderwijs is kleinschaliger, de leiding staat daar dicht op de docenten. Dan kun je direct reageren op ontwikkelingen.' In het voortgezet onderwijs met zijn enorme scholengemeenschappen gaat dat veel trager, zegt Hamer.

Hoe slecht staat het onderwijs er nu financieel voor? In de afgelopen jaren is het budget voor de onderwijssector fors gegroeid, van 16,6 miljard euro in 1997 naar 22,5 miljard euro vorig jaar. Bijna zes miljard erbij in vijf jaar, klopte de vorige minister Hermans zich op zijn borst. Daarmee geeft het ministerie het meeste geld uit van alle departementen.

Critici wijzen er op dat het tegenvalt met dat extra geld. Ook andere departementen kregen er geld bij ter compensatie van vroegere bezuinigingen en inflatiecorrectie, toen de paarse kabinetten profiteerden van de economische groei. Veel geld ging op aan de salarissen van de juffen en meesters. Zij klaagden de afgelopen jaren steen en been over hun loonstrookje.

Desondanks meende Hermans dat er ook echt geïnvesteerd is in scholen (ict, cursussen, lesmethoden, onderwijsachterstanden) en gebouwen (nieuwe scholen, onderhoud en meubilair). Als gekeken wordt naar de onderwijsuitgaven per leerling in het basisonderwijs dan steeg dit bedrag in de afgelopen vijf jaar met duizend naar 3800 euro. In het voortgezet onderwijs gingen de uitgaven met vierhonderd euro omhoog naar 5300 euro. Toch is de Oeso hierover aanmerkelijk kritischer dan over de prestaties van de leerlingen: volgens deze organisatie daalden de Nederlandse onderwijsuitgaven als percentage van het bruto binnenlands product.

Misschien dat de discussie over de onderwijskwaliteit vertroebeld wordt door de ambitieuze onderwijsvernieuwingen die de afgelopen jaren zijn doorgevoerd. Het studiehuis, de basisvorming en de samenvoeging van het vbo en mavo tot het vmbo hebben veel stof doen opwaaien. Leerlingen, ouders en docenten jammerden over de veelheid aan vakken: te nieuw, te moeilijk of juist weer te makkelijk. Ook deze ontwikkelingen beïnvloeden de kwaliteit van het onderwijsaanbod of leveren in ieder geval veel discussies op feestjes en verjaardagen op. De universiteiten zijn overigens niet negatief over de eerste lichtingen studiehuizers in het hoger onderwijs.

Ter onderbouwing van hun uitspraken wijzen de kamerleden op diverse rapporten waaruit blijkt dat het of mee- of tegenvalt met de kwaliteit van het onderwijs. Behalve het eerder genoemde Oeso-rapport noemen allen het jaarverslag van de Onderwijsinspectie van afgelopen april. Die constateerde dat het over het algemeen goed gaat met het Nederlandse onderwijs. Slechts vier procent van de scholen in het basis- en voortgezet onderwijs leverde prestaties die onder de mogelijkheden van de leerlingen lagen.

Vier procent lijkt niet veel, maar het betreft wel ongeveer honderdduizend leerlingen verdeeld over 320 basisscholen en 31 scholengemeenschappen, leert een eenvoudige berekening. Die zitten voornamelijk in de grote steden, met leerlingen die juist extra aandacht nodig hebben.

De vaak ietwat onderkoelde Onderwijsinspectie hijst toch de stormbal. Het lerarentekort wordt de komende jaren steeds ernstiger, vooral op 'zwarte' scholen en in de grote steden. Maar ook andere scholen krijgen het moeilijk. Veertig procent van de schoolleiders in het voortgezet onderwijs die de inspectie sprak, vreest dat de kwaliteit op hun school in het geding is door het gebrek aan leraren. In het basisonderwijs dreigen de klassenverkleining en het achterstandsbeleid voor niets te zijn geweest. Het is 'niet aannemelijk', zegt de inspectie, dat dit probleem de komende jaren kan worden opgelost.

Wie naar de cijfers kijkt, moet de waakhond van het onderwijs gelijk geven. In het primair onderwijs (basis- en speciaal) zijn tot 2006 28000 fulltime docenten nodig. Lerarenopleidingen hopen (met de nadruk op hopen) dat ze in de helft van de vacatures kunnen voorzien. Voor het voortgezet onderwijs kunnen lerarenopleidingen en universiteiten tot 2006 slechts 3100 van de benodigde 17000 docenten leveren. In het beroepsonderwijs en de volwasseneducatie is de verwachting dat slechts in twintig procent van de achtduizend vacatures voorzien kan worden.

Een ander netelig punt is dat een op de tien docenten het al na een jaar weer voor gezien houdt. Een kwart werkt hooguit vijf jaar in het onderwijs. Redenen zijn werkdruk, slecht management en personeelsbeleid, zo blijkt uit onderzoek van de Sector Bestuur Onderwijsarbeidsmarkt.

Op de opvolger van minister Hermans, de CDA'er Maria van der Hoeven, rustte de bijna onmogelijke taak dit probleem op te lossen. Ze hoopte met extra onderwijsassistenten, herintreders, het aanboren van stille reserves en 'zij-instromers' de ergste nood te lenigen. Zij-instromers zijn werknemers met tenminste een hbo-opleiding die het onderwijs in willen. Hermans probeerde het al en het waren slechts druppels op een gloeiende plaat. Zij-instromers zijn vaak niet gewenst (soms worden ze denigrerend 'maatschappelijke vastlopers' genoemd) en zijzelf klagen steen en been over de begeleiding op scholen. Onderwijsassistenten stromen nu met regelmaat het onderwijs binnen. Het huidige kabinet wil gaan bezuinigen op de subsidie voor deze ID-banen. Stilletjes hoopte Van der Hoeven natuurlijk dat de werkloosheid op blijft lopen (zoals is voorspeld) want dan groeit weer vanzelf de belangstelling voor een aanstelling in het onderwijs.

Inmiddels is de nood dermate hoog gestegen dat het departement onorthodoxe maatregelen neemt. Er wordt minder moeilijk gedaan over de onderwijsbevoegdheid. Pabo's zijn begonnen met tweejarige trajecten naast de vierjarige opleidingen. Onderwijsassistenten kunnen sneller hun bevoegdheid halen. Zij-instromers hoeven niet per se meer te beschikken over een afgeronde hbo-opleiding. Stagiaires gaan sneller en langer voor de klas. Blijkbaar kan iedereen lesgeven.

Het tornen aan de onderwijsbevoegdheid is niet goed voor de kwaliteit en status van het vak, zal iedere docent ons vertellen. Het is ook de vraag of kinderen gebaat zijn met inderhaast opgeleide meesters en juffen. Er wordt al sinds een jaar of tien geklaagd over de kwaliteit van de hbo'ers die de pabo's en ook wel de lerarenopleidingen afleveren. Ze kunnen onvoldoende rekenen en spellen, hun algemene ontwikkeling is dramatisch, is een veelgehoorde klacht; ietwat overdreven, maar we moeten haar wel serieus nemen. Pabo's zelf klagen ook over het niveau van de studenten, die steeds vaker uit het mbo komen.

Als met de plannen van Hermans en Van der Hoeven het lerarentekort al kan worden bestreden, zitten we wellicht over tien, vijftien jaar met de gebakken peren. Vakbonden en onderwijsorganisaties voorspellen dat het onderwijs tegen die tijd fors aan kwaliteit heeft ingeboet. Die halfbakken docenten zitten dan stevig in het zadel en we krijgen ze niet meer zo maar weg.

Dat besef is ook doorgedrongen tot de Tweede Kamer, maar in deze situatie zijn bijna alle middelen geoorloofd, zegt men daar. ,,Bij mij gaat bekwaamheid boven bevoegdheid,' zegt CDA-kamerlid De Vries. Hamer (PvdA) vindt dat de leerkracht zich moet concentreren op het echte lesgeven, de andere taken kunnen over gelaten worden aan minder opgeleiden.

Ursie Lambrechts (D66) vreest voor de toekomst van het publiek gefinancierde onderwijs als ouders geconfronteerd blijven met lesuitval en slecht onderwijs. ,,Je kunt er op rekenen dat privé-scholen in zwang komen. Er zijn voldoende mensen die daar goed geld voor over hebben. Als overheid heb je geen argumenten meer om ze tegen te houden.'

Er zijn ook andere methoden om het onderwijs bij te springen. Minister Hermans maakte steevast misbaar als zijn ministerie als een 'spending departement' (een uitgaven-departement) werd omschreven. Als het ging om salarissen, ging zijn liberale hand echter maar een beetje van de knip. Jammer, want met een forse salarisverbetering, hoger dan de lonen in het bedrijfsleven, zijn de hoogopgeleiden echt wel voor de klas te krijgen.

Toch wil de politiek hier uiteraard niet aan, want dat kost vele miljarden. ,,Het is niet alleen een kwestie van geld, maar ook van arbeidsvreugde, plezier hebben in je werk. Ook daar schort het aan in het onderwijs,' verklaren De Vries (CDA), Hamer (PvdA), Rijpstra (VVD) en Azough (GroenLinks) in koor.

Nu zijn de salarissen in het onderwijs tegenwoordig lang zo slecht niet. Maar kennelijk zijn ze nog te laag om voldoende mensen voor de klas te krijgen. Als je weet dat een lekker salaris een hoop nadelen compenseert, maakt dat veel goed. Het bedrijfsleven krijgt daarmee tenslotte heel veel gedaan van zijn werknemers. Bovendien: wil Nederland een vooraanstaand kennisland blijven, dan moet er geïnvesteerd worden. Ieder bedrijf, non-profit-organisatie of voetbalclub weet dat er zonder geld geen kwaliteit te koop is, en ook geen arbeidsvreugde. De minister van onderwijs moet de ambitie hebben de markt te willen verslaan.

mailIcon print |