Politicoloog en Midden-Oostenexpert Fuad Hussein verzorgt de door minister Nawijn (Integratie) verplicht gestelde inburgeringscurcussen voor imams. Als voormalig lid van het Landelijk Advies Overleg van de inspraakorganen van minderheidsgroepen en als directeur van het Middle East Bureau adviseert hij de overheid al langer inzake immigratie en integratiebeleid.
Een rijtjeshuis in Amstelveen, Fuad Hussein opent zijn voordeur. ,,Treed binnen in het huis van een allochtoon, als je durft'', zegt hij.
Eenmaal in de woonkamer valt er een korte stilte. Zijn opmerking lijkt na te echoën. Voelen moslims en allochtonen zich bedreigd door het veranderde klimaat?
Een beetje ongemakkelijk voel je je wel, zegt Hussein. Als hij bijvoorbeeld naar het buitenland wil vliegen, wordt hij apart genomen en krijgt hij allerlei achterdochtige vragen op zich afgevuurd. ,,Als je tot de moslims behoort, krijg je meteen dat stempel.''
Zo worden gematigde moslims -door de gewapende strijd van hun radicale geloofsgenoten, en de reacties die deze strijd oproept onder niet-moslims- met hun neus op de eigen identiteit gedrukt. ,,Het is de ander die je duidelijk maakt dat je anders bent.'' ,,Maar je moet niet alleen naar Nederland kijken'', waarschuwt de politicoloog. ,,De internationale situatie en de sfeer in de islamitische landen zijn van grotere invloed. We moeten realistisch zijn; iedereen die hier komt, neemt ook zijn culturele bagage mee.''
Het is niet zozeer Nederland, maar de wereld die veranderd is, meent hij. ,,Na 11 september is er in alle Europese landen een discussie losgebarsten over islam en migratie. Dus is het logisch dat het hier ook, nu al twee verkiezingen lang, om deze zaken draait. Jarenlang was het onmogelijk om er op een redelijke manier over te praten. Nu kan het wel, maar de discussie verloopt chaotisch. In één zin moet je antwoord geven op alle complexe problemen.''
Hussein stoort zich aan die versimpelingen. ,,Zo hoor je politici zeggen dat alle migranten verplicht Nederlands zouden moeten leren. Alsof dat dé oplossing zou zijn voor álle problemen, alsof het onderwijs op islamitische scholen, de criminaliteit onder allochtone jongeren en de wervingscampagnes van radicale islamisten allemaal taalproblemen zouden zijn. De tweede generatie spreekt Nederlands en op de islamitische scholen leert ook iedereen de taal, maar dat betekent niet automatisch dat het hier om goede burgers gaat. Taal is niet meer dan een instrument tot inburgering. Een Amerikaan hoeft niet per se Nederlands te spreken om toch een goed burger te kunnen zijn van dit land. Hetzelfde geldt voor een Marokkaan die goed Frans spreekt, en die zich heeft kunnen verdiepen in de Europese regelgeving en cultuur.''
De inburgeringscurcussen voor imams, die Hussein begeleidt, zijn dan ook meer gericht op het begrijpen van de Nederlandse samenleving. Hussein is er nu drie maanden mee bezig. En het is 'interessant', zegt hij: ,,Je ontdekt de mens achter de imam.''
,,Over sommige dingen waren de Marokkaanse imams echt geschokt: dat jonge allochtonen hier vóór hun huwelijk in een geheime relatie kunnen belanden met een niet-moslim, bijvoorbeeld. Ik vraag ze: wat zou u doen als zo'n meisje naar u toe komt voor advies? 'Het is tegen de religie', zeggen ze dan. 'Het meisje zou moeten stoppen met de relatie en God moeten smeken om vergiffenis.' Maar eigenlijk merk je dat ze vooral heel erg schrikken. Ze hebben geen antwoord op dit soort problemen.''
Soms worden zaken te simpel voorgesteld. Jarenlang was het Nederlandse beleid bijvoorbeeld gericht op het creëren van een islamitische zuil, terwijl de verschillen tussen Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, Somalische en Afghaanse moslims aanzienlijk zijn. Volgens Hussein -die sowieso niet gelooft in de oude benadering van 'emancipatie in eigen kring', maar streeft naar 'meer interactie tussen de culturen'- zijn deze verschillen veel te groot voor een gemeenschappelijke islamitische zuil.
Er bestaan ook grote verschillen tussen de Turkse en de Marokkaanse imams, legt hij uit. ,,Over de Turkse imams zijn afspraken gemaakt tussen de Turkse en de Nederlandse regering. Zij worden drie maanden lang door de Turkse overheid voorbereid op de Nederlandse samenleving. Zij komen binnen op basis van een contract, zijn zeker van een baan en een verblijfsvergunning.''
De imams van Diyanet -het Turkse Directoraat voor Godsdienstzaken, dat onder directe verantwoordelijkheid van de premier valt- zijn gematigd. ,,Bij Milli Görüs vind je ook extremere Turkse imams.''
Marokkaanse imams hebben een zwakkere rechtspositie. ,,Zij zijn doorgaans lager opgeleid en komen hier via een moskeevereniging. Ieder jaar moet hun contract verlengd worden. Zij zijn erg afhankelijk van het moskeebestuur. Ik denk dat deze imams vaak terugschrikken voor radicale uitspraken, omdat zij bang zijn hun verblijfstatus in gevaar te brengen. De Marokkaanse imams die dat wel doen, hebben vaak al een sterkere rechtspositie verworven.''
Het voorkomen van een verdere radicalisering van de islamitische gemeenschap in Nederland is volgens Hussein van levensbelang. Ook voor de allochtonen zelf, die anders de dupe dreigen te worden van een algehele angst voor mensen die er anders uitzien of een ander geloof aanhangen. ,,Het is belangrijk dat duidelijk wordt gemaakt waar hier de grenzen liggen; oproepen tot geweld kan niet. Als dat wel gebeurt, moeten daar sancties op volgen. Uitzetting desnoods.''
In de nabije toekomst zal de integratie nog wel moeizaam verlopen, verwacht Hussein. ,,Ik lees over de situatie in verschillende Arabische landen. Het radicalisme neemt daar toe. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met de verspreiding van het wahabisme (een grimmige variant van de islam) die dankzij de geldstromen uit landen als Saoedi-Arabië en Katar een wereldwijde groei doormaakt.''
Een ander probleem speelt ook een rol: ,,Immigranten hebben aparte scholen, aparte wijken, ja, zelfs een aparte economie. Als ze niets te maken hebben met de Nederlandse samenleving, hoe zouden ze dan kunnen integreren?''
Het sociale klimaat in Nederland bevordert de sociale integratie van nieuwkomers evenmin. De oudejaarsconference van Youp van 't Hek opende hem de ogen voor de gevoelens van eenzaamheid en depressie waar veel Nederlanders mee te kampen hebben. Nederland zou naar zijn mening dan ook iets 'socialer' moeten worden ten aanzien van elkaar en daardoor socialer ten aanzien van anderen. ,,Integratie is niet zo makkelijk in een hyper-individualistische maatschappij. Inburgering betekent ook sociale relaties op kunnen bouwen, maar als je hier als Marokkaan in je eentje terecht komt, zonder werk en zonder opleiding, dan is het vrijwel onmogelijk met een Nederlander in contact te komen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.